Bloggende wetenschappers zijn waanzinnig

Kennisvalorisatie is een speerpunt van iedere excellente universiteit die procesmatig en professioneel aan relatiemanagement doet om zo kennis optimaal te kunnen exploiteren. Anders gezegd: kennisvalorisatie is een kekke term. Hij hoort bij de hedendaagse managementscultuur die gepaard gaat met de commercialisering van de universiteit. Die valorisatie kan verschillende vormen aannemen, uiteenlopend van het uitbaten van een octrooi tot deelnemen aan een televisieprogramma. Het zal niet verbazen dat veel wetenschappers er weinig mee op hebben. Het is immers een aanvullende taak. De commercialisering bracht ook al verhoogde administratieve lasten en een krankzinnige publicatiedruk. Waarom zou je dan in hemelsnaam een blog gaan bijhouden?

Maarten van Rossem
Tijd is de voornaamste reden waarom wetenschappers niet aan outreach doen, het bereiken van een breder publiek [studie]. Andere genoemde barrières zijn kennis en training. Academici pakken alles serieus aan en vinden daarom dat ze zich moeten bekwamen in schrijven voor een lekenpubliek. Je moet ook uitvinden wat daar goede podia voor zijn. Academici vinden bovendien van zichzelf dat ze slecht kunnen communiceren, en dat ze dus veel training nodig hebben.

Het gebrek aan institutionele prikkels helpt ook niet. Als het binnen een instituut zinloos gevonden wordt, denk je wel twee keer na. Wetenschappelijk publiceren is de belangrijkste taak; op al het andere (inclusief onderwijs) wordt neergekeken. HetSagan-effect, bij ons bekend als het Maarten van Rossem-syndroom, telt ook. Academici stigmatiseren hun collega’s die vaak op televisie zijn. Het idee is dan dat breed toegankelijke kennis dumbed down-kennis is, en dat optreden in de media een zaak is van academisch afgedankten. Overigens is dit niet juist: onderzoek laat zien dat wetenschappers die veel aan kennisverspreiding doen ook academisch hoger scoren.

Diederik Stapel
Het schort er niet alleen aan bij universiteiten, academici zien ook problemen in het publiek dat ze dan moeten bereiken. Ze hebben een niet al te hoge pet op van die mensen. In een studie geeft een kwart van de onderzochte wetenschappers aan dat ze ‘het brede publiek’ onwetend en ongeïnteresseerd vinden. Als mensen niet willen leren, waarom zou je dan de moeite nemen hun iets uit te leggen? Deze specifieke studie is afgenomen onder bètawetenschappers in de VS, een land waar burgers inderdaad behoorlijk hun best doen om zo ver mogelijk weg te blijven van wijsheid. Maar zelfs bij ons speelt dit.

Ook Nederlandse wetenschappers die voorzichtig afdalen uit de ivoren toren klimmen vaak snel weer omhoog na contact met de buitenwereld. Ze krijgen er bijvoorbeeld te maken met journalisten. Als ze er al in slagen hen een genuanceerd verhaal te laten optekenen, komt er een sensationalistische kop boven waardoor de boodschap alsnog verdraaid begrepen wordt. Wanneer ze zelf over onderzoek schrijven en de lezer is het er op de een of andere manier niet mee eens, krijgen ze direct naar het hoofd dat ze Diederik Stapel zijn. Of de lezer gaat gewoon voorbij aan wat ze te zeggen hebben en start een trollende metadiscussie over wat mag gelden als wetenschap.

Gekkies
Kennisvalorisatie betekent dus dat je je van twee kanten laat uitmaken voor fopwetenschapper. Maar toch… Idioten houd je altijd. Er zijn online steeds meer wetenschappers te vinden die daar uit liefde voor hun vak hun kennis toegankelijk maken. Ze twitteren en bloggen onvermoeibaar – soms zelfs ronduit enthousiast. Deze onbaatzuchtige helden zwemmen tegen de stroom in omdat ze weten dat hun onderzoek niet alleen leuk en interessant is voor de directe vakgenoten.

Dat, of het zijn gewoon gehaaide carrièretijgers met een dikke huid die volledig opgaan in de nieuwe universitaire managementscultuur en die dus slim snappen wat NWO en andere geldverstrekkers willen horen: zonder valorisatieparagraaf in je beursaanvraag gaat de geldkraan dicht.

Dit stuk verscheen als column op TPO.