Mijn idee voor Nederland in ideeën 2016: Veilige vrijheid

NL in ideeen 2016Dit is het mooiste ooit is de derde editie in de succesvolle reeks ‘Nederland in ideeën’, waarin toonaangevende wetenschappers, ondernemers en kunstenaars hun meest waardevolle inzichten delen. Ook dit jaar mocht ik een bijdrage leveren (lees hier mijn bijdrage aan de vorige bundel). De vraag was deze keer afkomstig van  Viktor&Rolf: ‘Wat is het mooiste dat je ooit hebt gezien?’ Hier mijn antwoord. 

Veilige vrijheid

Het was op een vrijdagmiddag. In de kelder van gebouw JK, het meest deprimerende van alle gebouwen op de vreselijke campus van het Roeterseilandcomplex. Het was al erg genoeg dat de sociale wetenschappen verhuisd zijn uit de historische binnenstad naar nieuwbouw aan de rand van Amsterdam-Oost. Om het nog erger te maken, was mij een kelderruimte toebedeeld. Elke vrijdag van 13 tot 17 zat ik in een kale catacombe zonder ramen. Vijftien middagen was zaal JK K.23 het domein van Introduction to Gender & Sexuality Studies. Twee maal een werkgroep, met ieder ruim twintig studenten.

Dit vak is razend populair. Het trekt vooral studenten in een van de sociale wetenschappen, maar er zitten ook filosofen, economen en zelfs scheikundigen tussen. De deelnemers zijn zeer gemotiveerd. Ze kiezen het vak niet uit overwegingen over de latere positie op de arbeidsmarkt, maar uit persoonlijke interesse. Ze komen echt iets leren. Het is dan ook een feestje om te geven.

Die interesse hangt vaak aan hun identiteit. Sommige studenten zijn homoseksueel, sommige zijn transgender, sommige weten het nog niet. Soms zijn ze boos, soms zijn ze nieuwsgierig, altijd zijn ze kritisch. In het vak lezen ze uiteenlopende teksten, over onderzoek naar de anticonceptiepil voor mannen en over fistfucking onder lesbiennes. Ze krijgen verschillende perspectieven op gender en seksualiteit voorgelegd, van een arts die homoseksualiteit als ziekte zag tot een activist die alle mannen wilde uitbannen. In dat bos moeten ze hun eigen weg vinden, ‘theoretisch geïnformeerd’ zoals dat heet.

Het was dus op een vrijdagmiddag en we waren over de helft van het vak. Een van mijn studenten sprak de woorden “Dit soort gesprekken heb ik nooit met mijn vriendinnen”. Ik moest me inhouden om geen vreugdedansje te doen of in juichen uit te barsten. Die uitspraak was de kroon op mijn docentschap.

Nu zullen er vast veel gelegenheden zijn waarin een student dezelfde woorden zegt en waarin dat helemaal geen reden is voor uitzinnigheid bij de docent. Als het gaat over regressieanalyse bijvoorbeeld, of over de verschillen tussen structuralisme en poststructuralisme. Maar mijn student zei het in een groepsdiscussie over vrouwenporno. Alle studenten deelden vrijelijk hun ervaringen en voorkeuren. Ze voelden zich veilig. Iedereen ging opgewekt het weekend in; mooie werkgroep gehad.

Dat had heel anders kunnen gaan. Uit Amerika en Groot-Brittannië komen angstaanjagende verhalen over censuur. Zo werd Laura Kipnis, die mijn specialisme deelt, door haar studenten aangeklaagd. Ze had een essay geschreven waarin zij de seksuele paranoia op Amerikaanse campussen bekritiseerde en de strenge omgangsregels tussen studenten en docenten hekelde. Een aantal studenten vond dat zij dit niet had mogen zeggen en maakte er een zaak van. Kipnis raakte verstrikt in een proces dat alleen als Kafkaiaans aangeduid kan worden.

De zaak Kipnis staat niet op zichzelf, al is het moeilijk in te schatten hoe vaak het voorkomt dat studenten roepen tot censuur. Zelf maakte ik onlangs mee dat een hevig geëmotioneerde student op een symposium excuses eiste van een spreker. In haar presentatie had de onderzoeker krantenkoppen laten zien uit Oeganda. De student zei dat het haar als zwarte lesbische vrouw pijn deed om die te moeten bekijken. De voordracht ging overigens over het bestrijden van homofobie in de niet-Westerse wereld. De spreker verontschuldigde zich: ze had de student niet willen kwetsen.

Deze studenten gebruiken het idee van trauma triggers om een veilige ruimte af te dwingen. Het stuk van Kipnis of de Oegandese koppen zouden trauma’s van slachtoffers van seksueel geweld kunnen doen heropleven. Het gaat alleen niet om studenten die daadwerkelijk een stressstoornis hebben; het gaat ook om een herinnering aan een nare gebeurtenis; of gewoon over onplezierige beelden of teksten. Zulke studenten eisen daarom dat docenten hun onderwijs voorzien van trigger warnings. Een open gesprek over porno is dan niet iets om te koesteren, maar om te vermijden.

In onze zucht naar veiligheid bereiken we vaak het tegenovergestelde. Een veilige ruimte is niet een plek waar je op je woorden moet passen of waar niemand met elkaar in conflict kan zijn. Een veilige ruimte is daar waar studenten vrij zijn om een fout te maken om daarvan te kunnen leren; het is juist een plek waar je je boosheid en nieuwsgierigheid kunt uiten zonder dat je daarvoor bestraft wordt. Een veilige ruimte creëer je samen. Dat je studenten zich zo bloot durven geven in is het mooiste dat een docent kan overkomen. En dat in JK K.23.

Ik was ook bij OBA Live te gast over trigger warnings, zie hier


Academic life, Publications Publicatiedatum: December 4, 2015