Column: De risicoloze nacht

linda duits nachtdebatDe nacht vermag wat de dag niet mag. In het donker gebeuren de dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Ik houd van de nacht.

De nacht is als een carnaval: een kortstondige periode waarin de gangbare hiërarchie op zijn kop wordt gezet. Het Middeleeuws carnaval begon met het kronen van de nar, een figuur die alle andere dagen juist ondergeschikt was aan de koning. Een carnaval is een omkering die vijf dagen duurt. Daarna wordt de orde weer hersteld. De nacht is ook zo, maar gebeurt iedere dag. De nacht behoort traditioneel aan hen die overdag geen macht hebben. Aan de gemarginaliseerden, de randfiguren, de zelfkant van de samenleving.

De nacht duurt lang maar de nacht is vluchtig. In het donker durf je meer. De nacht is een plek om te experimenteren, om dingen te doen buiten je normale kringen en je gebaande paden, zonder sociale straf. In de nacht kan je doen wat verder niemand hoeft te weten. Kleed je als een vrouw, slik dat pilletje, praat met die onbekende, ga met hem mee naar huis. De nacht vermag wat de dag niet mag. 

Toen ik in Amsterdam kwam wonen in 1995 voelde het alsof er geen regels waren. Overal waren plekken gekraakt waar je kon dansen en doorhalen. Het mocht niet maar het gebeurde gewoon. De nacht trok zich nergens wat van aan. Door de jaren heen gingen we van regulering naar versoepeling, van strengere portiers naar 24-uursvergunningen. En geleidelijk aan werd de nacht steeds meer dag.

Nu overheerst in de Amsterdamse nacht de logica van de markt. De regels van de economie hebben de nacht getemd. Oefenen is kostbaar geworden en financieel onhandig. De nacht wordt net als de dag risicomijdend.

Het gaat niet goed met Amsterdam. Of misschien moet ik het anders zeggen: het gaat te goed met Amsterdam. De huizenprijzen zijn spectaculair gestegen en naar het schijnt kopen Russische en Chinese investeerders van alles op. Sinds de jaren ’90 verkopen woningbouwcorporaties zoveel mogelijk sociale huurwoningen. De stad wordt een plek waar alleen rijken mogen wonen.
Dat heeft zijn weerslag op het uitgaansleven. Wat gebeurde met de Pijp voltrekt zich nu in Amsterdam-West. Overal dezelfde eenheids-pulled pork op dezelfde zwart-witte menukaarten met dezelfde ‘bijzondere’ lettertypen. Al die cafés en eettentjes die zich richten op het grootste gemiddelde. Wit, hetero, hoogopgeleid. Mensen zoals ik. De mensen die de stad kapotmaken.

De homogenisering van de nacht slaat toe en in die homogenisering is steeds minder plek voor homo’s. Waar de Reguliers eerst straight friendly was – hetero’s zijn ook welkom – is het nu gay friendly – homo’s mogen ook komen. Mijn kantoorgenoot op onze hippe creatieve werkplek – wit, hetero, hoogopgeleid – vindt het belachelijk dat hetero’s niet mogen tongen in De Trut. Witte hoogopgeleide hetero’s zijn gewend om overdag de baas te zijn. De nacht gaat ze steeds meer bedienen.

Want Amsterdam is duur en dat geldt ook voor de nacht. En als iets kostbaar is, kan je weinig risico’s nemen. Horeca-eigenaren vallen terug op beproefde recepten. Wat succesvol is, wordt constant herhaald. In die succesformules blijkt beangstigend weinig ruimte voor diversiteit te zijn. Dat gaat niet alleen over seksualiteit. In die identieke houtovenpizzeria’s en kiprotesserieën zie je onaangenaam weinig Marokkaanse Nederlanders, of Hindoestaanse Nederlanders, of Ghanese Nederlanders. En nieuwe clubs zijn akelig expres ongeschikt voor lageropgeleiden –naast balzaal zijn ze ook expositieruimte en kwaliteitsrestaurant.

Het Amsterdamse nachtleven dreigt hetzelfde lot te ondergaan als de Oudezijds Voorburgwal. Beroofd van alle ramen en rode lichtjes, ontdaan van alle coffeeshops en aanverwante louche handel. Een schim van de nacht, omdat de heren politici vonden dat het meer op de rest moest lijken, want meer op de rest is lijken is meer geld verdienen en meer geld verdienen is waar het om draait.

Het hoeft niet zo te zijn. De nacht vermag wat de dag niet mag. De nacht is de plek van verzet, van weerstand tegen de mores van de dag. We kunnen ons verweren, we kunnen het tij keren. De nacht moet weer omgekeerd worden: een riskante plek waar witte, hoogopgeleide hetero’s ook mogen komen, maar die vooral toebehoort aan de non-normatieven, de buitenstaanders, de waaghalzen. Omarm het risico en dans ermee weg.

Dank voor jullie aandacht.

Deze column werd uitgesproken tijdens het Nachtdebat van de Nacht voor de Nacht op 25 februari 2017. 


Blogger, Speaker Publicatiedatum: February 26, 2017