Column ter opening van de Roze Filmdagen

Opening Roze Filmdagen Linda DuitsZeer vereerd was ik toen de Roze Filmdagen, het LHBTQ-filmfestival, mij vroeg om dit jaar hun speciale gast bij de opening te zijn. Het openen van het festival hield het doorknippen van een lint in, waarna de hemel glitter en ballonnen uitstortte (er is beeld). Daarnaast mocht ik een column voordragen. Het lijkt wel alsof iedereen tegenwoordig homo-acceptatie voorstaat. Maar wat houdt dat precies in en schieten we er iets mee op? Hieronder de integrale tekst.
(c) foto: Raymond Solcer


Mijn column begint op 1:25.

Goedenavond, wat fijn dat jullie hier allemaal zo feestelijk zijn. En feest is gepast. Wat een fantastisch weekend was het hè, wat een heuglijk nieuws. Voor ons allemaal, maar vooral voor de betrokkenen. Niet alleen voor de vluchtelingen uit Urk zelf, maar ook voor vluchtelingen uit dorpen als Urk.

Ik zie dat een aantal van u wat verbaasd kijkt. Vreemd. Heeft u het niet meegekregen? Urk is veilig verklaard! Het stond in het Reformatorisch Dagblad en het werd bevestigd door Diederik van Dijk, u wellicht bekend als Eerste Kamerlid voor de SGP. Hij twitterde zaterdagochtend “In Amsterdam kan een homo niet altijd veilig over straat, op Urk wel”. Het stuk in het Reformatorisch Dagblad was van Gerwin Wezelman. Hij is homo en woont in Urk. En hij kan ons verzekeren: hij is in Urk nog nooit in elkaar geschopt, nog nooit van een toren gegooid, nog nooit opgepakt en nog nooit vervolgd. SGP’ers zullen nooit geweld gebruiken.

De SGP is een constructief onderdeel van de Nederlandse cultuur, stelt Gerwin Wezelman, en de Nederlandse cultuur heeft homo- en vrouwenrechten hoog in het vaandel. De SGP heeft misschien een afwijkende mening over homo- en vrouwenrechten, dat weet Gerwin Wezelman ook wel, maar dat mag in Nederland, dat mag in onze superieure cultuur. Homo’s hebben niets te vrezen van de SGP! Hoera! Dat betekent dat er eindelijk een einde kan komen aan decennialange massa-immigratie van jonge LHBTs naar Amsterdam! Angst is niet meer nodig, u kunt gewoon terug naar uw eigen regio, blijf thuis! Eigen homo’s eerst! Oh wacht.

Homoseksualiteit is in korte tijd gegaan van abject en verboden, een zonde, via een ziekte naar een nationale waarde. Zelfs de SGP onderschrijft die nu. Ze doen dat weliswaar omdat ze zo een stok hebben om moslims mee te slaan, maar ze doen het mooi wel. Waar we een paar jaar geleden nog klaagden dat tolerantie onvoldoende was, is ook die klacht nu zelfs gehoord. LHBT-acceptatie staat bij iedereen hoog in het vaandel, soms netjes uitgebreid naar LHBTQIA*.

Het huidige vertoog rond LHBTs draait om dat woord ‘acceptatie’. ‘Acceptatie’ is het sleutelwoord, en ‘modern’ hoort daar ook bij. Moderne mensen accepteren LHBTs. Dat lijkt een overwinning – in korte tijd van zonde naar nationale waarde. Hup vooruitgang. Maar als we iets verder kijken blijkt het een pyrrusoverwinning.

Seksuele vrijheid is niet alleen nationale waarde, maar vooral nationalistische waarde. Emancipatie van een minderheid die ten koste gaat van andere gemarginaliseerde groepen is geen winst. Als homoacceptatie betekent dat Nederlanders met een moslimachtergrond meer gediscrimineerd worden, is er niks gewonnen. En daarnaast moeten we ons afvragen wat die acceptatie inhoudt en wat het brengt. Wie mag je precies zijn in dat vertoog van moderne acceptatie? Welke seksualiteit is legitiem?

We kennen allemaal wel de uitspraak dat mensen homoseksualiteit prima vinden zolang het maar niet onder hun neus gebeurt. Homo’s zijn oké olé olé zolang ze maar niet in het openbaar tongen. Toen tolerantie nog onze nationale waarde was, tolereerden we de Wallen, tolereerden we anonieme seks in urinoirs, tolereerden we cruiseplekken voor mannen die seks hebben met mannen. De tijd van tolerantie is voorbij. Dit waren plekken die seksueel-overschrijdend waren, maar die nu te zichtbaar worden bevonden. Onder het mom van het tegengaan van verloedering, worden zulke plekken nu bestreden. Seks is vies, proef je bij de nieuwe moraalridders.

Veel homo’s lijken dat ook te denken. Toen ik in het Parool schreef dat er in Amsterdam steeds minder ruimte is voor de seksuele component van homoseksualiteit, werden er homo’s boos op me. Ze wilden als persoon niet geassocieerd worden met homoseks. Jakkes. In discussies die ik heb over PrEP dragen tegenstanders, juist homo’s, aan dat mannen ‘gewoon’ een condoom moeten gebruiken. Als ik zeg dat heteromannen dat ook niet hoeven, komt eruit dat homomannen verantwoordelijker moeten zijn, beter moeten zijn, van onberispt gedrag. Zonder smet. Niet-vies. Clean.

Daar zit ongetwijfeld een component van zelfhaat in en die zelfhaat is de schuld van hetero’s. Of beter: van de overweldigende heteroseksuele cultuur.

In onze oh zo moderne wereld kijken we vanuit een gelijkheidsvertoog naar seksualiteit. Holebi’s zijn hartstikke gelijk aan hetero’s, ze hebben dezelfde rechten. Maar de prijs die daarvoor betaald moet worden is dat holebi’s ook gelijk aan hetero’s moeten zijn. Anders gezegd, homoseksualiteit mag zolang het maar lijkt op heteroseksualiteit. Dat betekent monogaam, zonder kinks, in je eigen slaapkamer met de gordijnen dicht en liefst het licht uit.

We hebben zogenaamde homoacceptatie zonder dat heteroseksualiteit ter discussie is gesteld. Er is niet aan getornd. Op eenzelfde manier ontstaat er nu ruimte voor transgender mensen, zonder dat cisgender mensen iets hoeven in te leveren. Dat zie je bijvoorbeeld in het programma Geslacht van BNN, met Ryanne van Dorst die erin ‘uit de kast kwam’ als intersekse. Het programma verkent wat mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn, wat mannen en vrouwen zijn, zonder aan de grenzen van slechts twee genders te krabben, zonder die grenzen te proberen uit te gummen. Ryanne vraagt zich af in welk hokje zij hoort, zonder het idee van überhaupt hokjes op de kop te zetten of, wat terecht zou zijn, radicaal af te wijzen. Het is Caitlyn Jenner: transgender mensen zijn oké olé olé zolang ze maar een volledige transitie maken en daarna goed in het andere hokje passen. Ze worden geaccepteerd zonder dat de norm van cisgender geproblematiseerd hoeft te worden. Zolang je je conformeert is er geen vuiltje aan de lucht.

Alsof spruitjeslucht niet stinkt! De alles verzengende heteronormativiteit doet iets met je neus en doet iets met je zelfbeeld. Die alomtegenwoordige cisnormativiteit raakt je. Opgroeien in een wereld waarin jouw seksualiteit anders is, waarin jouw genderbeleving afwijkt, vormt je. De tijd dat homo’s op Urk in elkaar geslagen werden ligt misschien achter ons – misschien, ik geloof niet zo in SGP’ers – maar dat je niet meer in elkaar geslagen wordt betekent niet dat er geen dwang meer is om je aan te passen. Dan moet je als meisje nog steeds mee giebelen over piemels met je vriendinnen, dan moet je als jongen nog steeds opscheppen over boobies bevoelen. En dan houdt dat nog steeds niet op na de middelbare school. Ondanks dat iedereen nu LHBTs accepteert – zelfs de SGP! – ben je nog steeds anders, wordt wat jij doet of wil doen nog steeds vies gevonden, moet het onzichtbaar zijn.

Ik zeg altijd the patriarchy fucks us all: niet alleen vrouwen hebben last van het patriarchaat, maar ook mannen lijden onder dwingende genderrollen. Op eenzelfde manier naait heteronormativiteit ons allemaal. Zo is het heteroseksuele imperatief van coïtale seks voor de meeste heterovrouwen verre van zegen, en zijn er allerlei hetero’s die vanwege hun fetisjen uitgelachen worden. Niet doen, er zijn duizend betere redenen om Trump te bespotten. Ik pleit niet voor een terugkeer naar tolerantie, maar ik vraag me wel af wat we nu precies zijn opgeschoten. Aan seks die afwijkt van het heteroseksuele liefdesideaal kleeft nog steeds dik, plakkerig stigma.

Ik heb een hekel aan normen. Ik houd van diversiteit, van andersdenkenden, van mensen die schoppen. Dit jaar zijn de Roze Filmdagen diverser en ruimdenkerder dan ooit. Het gaat over queer-feministische burlesque performers, over zwarte trans tieners die een gang vormen, over “marriage pour tous” – eindelijk het doorbreken van dat idiote ideaal van maximaal twee personen per liefdesrelatie.

Laat dit festival voor de twintigste keer een prachtige omkering van normen zijn zodat we daadwerkelijk iets te vieren hebben. Daarvoor moeten we schoppen, moeten we schitteren, moeten we vies zijn, moeten we fierce zijn, moeten we openbreken en moeten we openen – want deze column duurt al veel te lang.

Deze column werd uitgesproken tijdens de opening van de Roze Filmdagen op 9 maart 2017.