Democratie voor de bühne

bibliotheekBurgerschap is een dagelijkse plicht, ook – of juist – aan de universiteit. Na maanden te hebben gezweefd mocht ik deze week dan eindelijk stemmen voor de Tweede Kamer, maar is er geen tijd om op de lauweren te rusten. De after van het feest van de democratie is aan de UvA.

De academische gemeenschap mag van 16 maart tot en met 13 april haar mening geven over de locatie van de nieuwe Universiteitsbibliotheek, het dossier dat UvA-bestuurders al sinds de jaren negentig hoofdpijn bezorgt. Hoewel het in de wandelgangen het UB-referendum wordt genoemd, gaat het niet om een echte raadpleging maar om een peiling die op de officiële website toch een raadpleging heet. Jouw mening telt! Dat voelt een beetje als een enquête van een telecomaanbieder of warenwebshop, waar je na ieder contact met de klantenservice mag aangeven op een schaal van 1 tot 10 hoezeer je na voornoemd contact geneigd bent deze aanbieder of webshop aan te bevelen bij familie of vrienden.

Studenten en medewerkers mogen kiezen uit twee scenario’s: een UB in het Binnengasthuis of in de Oudemanhuispoort. Zo’n keuze mag je niet lichtzinnig maken en dus komt er een heuse expositie met plattegronden, presentatieboeken en natuurlijk ‘artist impressions’ met vrolijke kleine menspoppetjes. Er is een onlineplatform waar je meningen van aard en lengte naar eigen keuze mag ventileren. Het lijkt wel e-democracy.

In reactie op de Maagdenhuisbezetting liet het toenmalig College van Bestuur in het bekende tienpuntenplan weten dat het besluit over de bouw van de nieuwe UB voorgelegd zou worden aan de academische gemeenschap. We vergeten voor het gemak even de digitale problemen rond het vorige referendum – dit is namelijk geen referendum! – en we gaan ook niet mopperen over de propaganda waarmee we al meer dan een jaar worden bestookt worden (deel I, II en III), of over de kosten van deze campagne. Laten we alleen bekijken wat dat voorleggen nu precies oplevert.

Aan de peiling is conventioneel overleg voorafgegaan. Studentenraden (CSR en FSR) mochten meepraten over de kaders, net als medewerkers via de Centrale Ondernemingsraad (COR). Ze mochten daarbij geen nieuwe plekken voordragen (‘De oude V&D! Doe de oude V&D!!’) want daarvoor liggen de zaken veel te ingewikkeld. De raadgeving is niet bindend, het CvB mag doen wat het wil. Wel moet het CvB zijn besluit voorleggen aan de CSR en COR. De raden kunnen daar vervolgens mee instemmen of niet. Het enige nieuwe onder de zon is de raadplegingsperiode inclusief kekke expositie.

Het is best aardig dat alle studenten en medewerkers hun mening mogen geven over versie A of B, maar we hoeven er natuurlijk weinig van te verwachten. De respons zal laag zijn en de mensen die de vragenlijst invullen zullen dat vooral op gevoel doen, net zoals je op gevoel kiest voor Prodent of Aquafresh tandpasta. Het aangeven van zo’n voorkeur voelt reuze vrij, maar heeft niks van doen met het verbeteren van de universitaire democratie.

Deze column verscheen eerder in Folia.


Blogger Publicatiedatum: March 18, 2017