Praattechnieken

praten schapenFoucault zei het al: niks zo lekker als praten over seks. Zelfs in de Victoriaanse tijd, toch bekend als de preutste eeuw, kon men er niet over uit. De geslachtsdrift werd toen weliswaar aan banden gelegd, maar voor die regulering – zo stelt hij in The History of Sexuality Volume I – was het noodzakelijk dat wetenschappers seks tot het gaatje gingen uitpluizen.

Het idee dat seks ooit onderdrukt werd, geeft praten erover een transgressief tintje. Kijk mij eens taboedoorbrekend zijn. Foucault wil er niks van weten. “What is peculiar to modern societies, in fact, is not they consigned sex to a shadow existence, but that they dedicated themselves to speaking of it ad infinitum, while exploiting it as the secret” (p. 35).

Práát erover is het standaardadvies van de sekstipgever. Ik heb het hier ook wel eens opgeschreven. Communiceren met je partner is goed voor de kwaliteit van je seksleven, zo blijkt keer op keer op keer uit onderzoek. Probleem daarbij is dat vrijwel iedereen dat moeilijk vindt. Sexual communication apprehension wordt dit in de literatuur genoemd, de psychische angst over seks te praten.

Vooral heteromannen lijden eraan. Ze zijn bang dat hun likes en dislikes slecht vallen bij hun partner en dat daarmee de mood gekilld wordt. Daar moeten ze zich toch over heen zetten, en liever vandaag dan pas op je 45ste in relatietherapie. Wat weet wetenschap over goede praattechnieken?

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen declaratieve en procedurele kennis. Declaratief is feitelijk (‘ik houd van gepijpt worden’); procedureel gaat over het hoe (‘lik af en toe zacht mijn ballen’). Iedere vorm van seksuele communicatie is zinloos als je je eigen voorkeuren niet kent. Je dient dus eerst zelf te weten waar je geil van wordt, voor je het een ander uit kunt leggen.

Dat uitleggen is ook niet iets wat je even snel doet voordat sexytijd aanvangt. Het is een proces dat begint met vertellen, waarbij je vervolgens voordoet wat je bedoelt – liefst op meerdere manieren. Daarna nodig je de ander uit dat bij je na te doen. Moedig je partner aan waar het goed gaat en corrigeer waar foutjes vallen.

Nu klinkt dat rijtje telling / showing / inviting / encouraging / correcting best wel als iets dat je ook gewoon in een ordinair vrouwenblad tegen kan komen. Het verschil van wetenschap is dat seksuologen ook (behoren te) onderzoeken hoe effectief zo’n aanpak is. Amerikaanse psychologen testten dan ook hun zelfontwikkelde ‘Love Guru Program’ (ja, zo hebben ze hun interventie echt genoemd) op heteroseksuele, overwegend witte stellen.

De resultaten laten zien dat de angst voor seksuele communicatie afnam na deelname aan het programma, terwijl seksuele bevrediging en tevredenheid over de relatie toenamen. Hoera, zou je denken, het Love Guru Program werkt! Het onderzoek kende echter een beperking waar de auteurs niet op ingaan. Aanvankelijk werden 74 paren geworven. Negentien stopten direct met het onderzoek naar de eerste pre-test, in de loop van het onderzoek hielden nog eens vijftien stellen het voor gezien. Uiteindelijk deden maar veertig koppels mee.

Terug bij af dus: praten over seks is cool, maar zodra je het met je partner moet doen haken mensen af, zelfs (of misschien juist) als dat in naam der wetenschap dient te gebeuren. Foucault had het kostelijk gevonden.

Deze column verscheen eerder in Folia.