Een robot verkrachten is niet slecht

De robotrevolutie komt eraan! Ze zullen ons werk overnemen en misschien ons wel onderwerpen en tot huisdier maken. Een subgenre van zulke alarmerende verhalen is de angst voor seksrobots. Op dit moment stellen die nog niet veel voor. De bekendste, Roxxxy, is een siliconenpop met een motortje. Ze voldoet nauwelijks aan het scifi-beeld dat we van robots hebben – denk bijvoorbeeld aan de hubots uit de Zweedse serie Äkta människor [Real Humans]. Maar wat niet is, kan nog komen.

Terwijl robotmakers op andere terreinen huiverig zijn om hun producten echt op mensen te laten lijken (dat vinden we namelijk creepy), is dat juist het streven van de seksindustrie. Daarom zijn opblaaspoppen op ware grootte: blijkbaar is er een behoefte om je fantasie uit te leven op een ding dat authentiek lijkt en voelt. Het is precies dat uitleven dat tegenstanders van seksrobots dwars zit.

Zo is er een heuse Campaign Against Sex Robots, gestart in 2015. De initiatiefnemers maken zich zorgen dat seksrobots narcistisch gedrag promoten en dat ze aanzetten tot objectificatie van vrouwen. Als dingen meer op mensen lijken, gaan we mensen meer als dingen behandelen, is de redenatie.

Robot Roxxxy komt met verschillende voorgeprogrammeerde persoonlijkheden – iedereen verwacht namelijk net iets anders in bed. Volgens een artikel in The Independent is er eentje die Frigid Farrah heet, een verlegen type dat niet van seks houdt: als je haar aanraakt ‘in a private area, more than likely, she will not be to appreciative of your advance’. Op de site van de maker True Companion is deze quote niet terug te vinden, maar dat maakt voor het gedachte-experiment niet uit.

 

Is het slecht als er seksrobots komen die niet de hele tijd gewillig doen? Kan je een seksrobot verkrachten?

Een object kan geen toestemming geven. Een vibrator heeft niks in te brengen. Dat geldt ook voor objecten die we mensachtige eigenschappen toedichten. Knuffels zijn daar een goed voorbeeld van. Mijn teddybeer heeft nooit ingestemd met zijn taak. Hij doet wel alsof hij dol is op knuffelen, maar dat komt omdat ik hem een persoonlijkheid heb gegeven. Die is natuurlijk niet echt – het is een ding. Maar hij betekent veel voor me, ik ben zeer aan hem gehecht. Dat betekent ook dat ik het niet leuk zou vinden als iemand hem iets zou aandoen – zijn armpje eraf zou scheuren bijvoorbeeld. Een vriend maakt wel eens seksueel agressieve opmerkingen naar mijn beer. Dat vind ik stom, maar tegelijkertijd weet ik dat hij het niet voelt. Hij voelt namelijk niks.

Mijn relatie met mijn teddybeer is spel. De relatie tussen gebruikers en hun seksrobots is dat ook. Spel is een verbeelding van de realiteit, zo stelde Johan Huizinga al in zijn beroemde werk Homo Ludens. Het biedt ons mogelijkheden buiten de werkelijkheid te stappen. Vrijheid is daarbij een sleutelwoord: je bent volledig vrij verhaallijnen en personages te bedenken.

Tegenstanders claimen dat seksrobots verkrachting zal normaliseren. Dat deuntje kennen we al van de radicaalfeministen uit de jaren 70 en 80. Onder het motto ‘pornography is the theory, rape is the practice’ probeerden ze pornografie te verbieden. De zogenaamde robot-ethici zijn zonder uitzondering seksnegatief: ze keuren ook porno en prostitutie af. Hun weerstand tegen Roxxxy zegt meer over hun bekrompenheid dan over haar potentieel.

Robots kunnen een prachtige aanvulling op je seksleven vormen, net zoals seksspeeltjes en porno dat zijn. Je kan je vibrator zo misbruiken dat hij kapotgaat – en dat is prima. Hetzelfde geldt voor Farrah. Dat is misschien een naar idee, maar je fantasie op haar botvieren is niet slecht. Pas zodra seksrobots een zelfbewustzijn krijgen, wordt de verkrachtingsvraag relevant. Tegen die tijd hebben we echter grotere zorgen aan ons hoofd.

Deze column verscheen op Brainwash