Wat er mis is met uit de kast komen

Je voelde je altijd al anders dan de rest. Na een tijd denken en overdenken beslis je dit op te biechten aan je omgeving. Niet langer wil je je anders voordoen dan je bent. Je vertelt het je familie en vrienden en ineens is alles beter. Je bent uit de kast gekomen.

De coming-out is een bekend script geworden in de westerse wereld: een moment waarop je aan de buitenwereld meedeelt dat je homo, lesbisch of biseksueel bentUit de kast komen is een verwachting geworden en soms zelfs een eis: toen voormalig politicus Tofik Dibi in oktober 2015 in een interview vertelde biseksueel te zijn, riepen veel commentatoren ‘eindelijk!’. Ze vonden dat hij veel eerder zijn seksuele oriëntatie kenbaar had moeten maken. ‘In de kast zitten’ staat gelijk aan ontkenning en/of hypocrisie.

Het uit-de-kast-script wordt voorgedaan in films en andere vormen van populaire cultuur. Op de Nederlandse televisie helpt Arie Boomsma je er graag mee. Daarbij wordt de coming-out steevast gepresenteerd als één ritueel dat doorstaan moet worden. Dat is onjuist: in werkelijkheid is het een proces dat je keer op keer opnieuw ondergaat, bij iedere nieuwe baan bijvoorbeeld, bij nieuwe vrienden, bij de wasmachinemonteur of de koelkastbezorger.

 

Het gaat om een levenslang proces dat gereduceerd wordt tot één moment. Wat eraan vooraf is gegaan (en wat erna gebeurt) blijft onzichtbaar: het (stiekem) zoeken naar informatie, de twijfel, eventuele zelfhaat en isolatie. Wanneer dit deel wél verbeeld zou worden in de media, zou de heteroseksuele kijker zich geconfronteerd zien met overweldigende heteronormativiteit die desastreuze gevolgen kan hebben voor een persoon. Het gaat om een standaard die hetero’s creëren en waarvoor zij dus verantwoordelijk zijn.

Bij uit de kast komen hebben dan ook vooral hetero’s baat. Zij weten eindelijk waar ze staan met een persoon die anders is dan zij. Als extra bonus mogen ze daarna zeggen dat de worsteling die iemand met zichzelf heeft gehad helemaal niet nodig was. Vanuit de comfortabele positie van de norm die niet ter discussie wordt gesteld, kunnen zij zich lekker tolerant en accepterend tonen.

De noodzaak van uit de kast komen ligt in de allesverzengende heteronormativiteit. Als die er niet was, hoefde je als holebi niet te zeggen dat je anders bent. Als we niet automatisch aannemen dat meisjes op jongens vallen, als we niet automatisch aannemen dat jongens alleen aan borsten denken, als we niet er constant vanuit gaan dat iedereen hetero is tenzij die persoon anders aangeeft, zou uit de kast komen helemaal niet nodig zijn.

Deze column verscheen op Brainwash