Hoe gegoochel met cijfers over mensenhandel sekswerkers ernstig schaadt

Schokkend nieuws deze week: in Nederland zijn 6.250 mensen slachtoffer van mensenhandel, waarvan bijna de helft vrouwen die worden uitgebuit in de seksindustrie [NOS, de Volkskrant, Telegraaf]. Veel meer dan dat de Nationale Rapporteur Mensenhandel, de instantie die de cijfers publiceerde, dacht. In de samenvatting worden de woorden ‘geschat’ en ‘daadwerkelijk’ door elkaar gebruikt. Daar kom je niet mee weg op school, waarom zo’n gezaghebbend instituut dan wel? Wat klopt er van deze bewering?

Vooraf: bij mensenhandel denken de meeste mensen aan mensensmokkel: onder valse voorwendselen vrouwen uit het buitenland halen en dan dwingen in de prostitutie te werken, zeg maar de Saban B.-horror. Dat is echter een ander verhaal. Het is namelijk al mensenhandel als je iemand onderbetaalt. Ook dat is natuurlijk vervelend, maar dat is niet het gruwelbeeld dat mensen hebben. Het gaat trouwens niet alleen om prostitutie, maar mensenhandel in de landbouw en transportsector weet de interesse van journalistiek en politiek niet te wekken.

Hoe schat je het aantal mensenrechtenslachtoffers?

Het kan natuurlijk zo zijn dat een groot deel van de slachtoffers aan het zicht onttrokken wordt. Het is daarom niet gek om een schatting te maken. Die moet echter wel als zodanig worden aangegeven. Dat is hier niet zo. Op de site staat:

‘Het geschatte aantal slachtoffers van mensenhandel blijkt meer dan vijf keer zo groot als het aantal geregistreerde slachtoffers en komt neer op ongeveer 6.250 slachtoffers per jaar. Voor het eerst brengt de Nationaal Rapporteur zo’n schatting van het daadwerkelijke aantal slachtoffers van mensenhandel uit.’

In het rapport wordt éénmaal gemeld dat het gaat om mogelijke slachtoffers: “Het kan gaan om personen ten aanzien van wie slechts sprake is van het geringste signaal van mensenhandel(p. 14). De auteurs menen dat hun rapport leesbaarder is als ze deze nuance weglaten. Ze zeggen dus steeds ‘slachtoffer’ terwijl dat geen bewezen status is, en spreken steeds over ‘daadwerkelijke slachtoffers’ als ze de resultaten van hun schatting bedoelen. Hoe is die gemaakt?

Er is sprake van een multiple systems estimation (MSE), een techniek die ontwikkeld is bij het ramen van de wildstand. Inmiddels wordt MSE vaak gebruikt om zicht te krijgen op hiv-infecties of slachtoffers van gewapende conflicten. Deze techniek is gestoeld op de aanname dat er een groot verschil is tussen wat geregistreerd wordt en wat daadwerkelijk voorkomt. In het geval van slachtoffers van gewapende conflicten gaan het dan bijvoorbeeld om lichamen die nooit gevonden zijn. De aanname is in zulke gevallen daadwerkelijk aannemelijk. Bij slachtoffers van mensenhandel is dat onderhand twijfelachtig. Mensenhandel heeft ontzettend veel aandacht van politie en justitie: als zij hun taken correct uitvoeren, zou je verwachten dat zij goed zicht hebben op de werkelijke aantallen slachtoffers.

Als slachtoffers “slecht in beeld zijn” is er sprake van een groot dark figure: een omvangrijk verschil tussen wat gevangen wordt en wat zich voordoet in de populatie. MSE veronderstelt dan dat “de incidenteel in beeld gekomen slachtoffers veelal bij slechts één identificerende instantie geregistreerd [zullen] zijn” (p. 17). Dat is belangrijk, want MSE gebruikt de cijfers van instanties om de schatting te maken.

De onderzoekers hebben berekeningen gemaakt op basis van slachtoffers geregistreerd bij de politie, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie opsporing (ISZW-DO), regiocoördinatoren, opvanginstellingen en overige instanties (p. 19), over een periode van 2010-2015. Daar zit uiteraard overlap in, die moeilijk is te achterhalen: iemand die bij de politie geregistreerd is, zal waarschijnlijk ook bij een andere instantie geregistreerd staan. Daarvoor wordt statistisch gecontroleerd. Daarnaast is overlap in jaren mogelijk: een slachtoffer uit 2010 kan in 2014 opnieuw slachtoffer zijn. Het rapport maakt hier geen melding van.

De uitkomst van de statistische controles en berekeningen was “grofweg tussen de 5.000 en 7.500 mensenhandelslachtoffers per jaar … gemiddeld komt dit neer op zo’n 6.250 slachtoffers per jaar (6.274)” (p. 23). Het cijfer van 6.250 is dus een afgerond gemiddelde van een schatting op basis van twijfelachtige aannames over de omvang van de populatie van mogelijke slachtoffers. Die schatting is vervolgens, ook op basis van statistiek, uitgesplitst naar seksuele uitbuiting of niet-seksuele uitbuiting.

Belangen bij hoge aantallen

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel gebruikt deze schatting om flink aan de bel te trekken. Alarm! Er is zoveel mis! Dat vergroot de nieuwswaarde van je rapport. Het blijkt een beproefd trucje voor de Rapporteur.

Hella Dee is sekswerker en activist. Ze zette op Twitter de conclusies van de rapporten van de afgelopen jaren op een rijtje. Daaruit blijkt een opmerkelijke trend: ieder jaar stelt de Rapporteur namelijk dat het probleem véél groter is dan we denken, en ieder jaar kan ze dat niet hardmaken. Tot 2012 stegen de gemelde mogelijke slachtoffers, daarna daalden ze. De persberichten van de Nationaal Rapporteur zijn echter steeds hetzelfde: we zien het merendeel niet, er moet meer aandacht komen voor mensenhandel.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel is een daadwerkelijk persoon. Vanaf 2006 is dit Corinne Dettmeijer. Dit is haar laatste jaar, ze wordt op 15 november opgevolgd door Herman Bolhaar. Haar erfenis is twijfelachtig: goochelen met cijfers om maar aan te tonen dat er sprake is van een veel groter probleem, terwijl ze dat – ondanks de claims uit de huidige monitor – geen een keer heeft kunnen onderbouwen. Dat betekent dat ze hoe dan ook haar werk niet goed heeft uitgevoerd. Het kan zijn dat dit sensationalistische rapport met al zijn statistische rookgordijnen bedoeld is om die erfenis te verbloemen.

Het is tot slot belangrijk om op te merken dat de huidige regering grote baat heeft bij deze alarmistische cijfers. Rutte III gebruikt het tegengaan van mensenhandel als argument om de seksindustrie verder af te bouwen en te criminaliseren. De christelijke partijen willen sekswerkers uitbannen en de liberalen geven blijkbaar te weinig om hen om dat te verhinderen. En daar zit de ware blinde vlek: sekswerkers zijn niet zozeer slachtoffer van mensenhandel, maar van gebrek aan rechten en bondgenoten.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.