Ode aan de junior-docent

Gisteren staakten de leraren van het basisonderwijs. Ze willen meer salaris en minder werkdruk. Hun problemen zijn de problemen van alle docenten, ook die in het middelbaar en hoger onderwijs. De salarissen aan de universiteit zijn redelijk, maar de werkdruk is al jaren onacceptabel.

Een recente analyse van het Rathenau Instituut laat de scheefgroei aan universiteiten zien. In de periode 2009-2016 kregen universiteiten 13 procent meer bijdrage van het rijk, bij een inflatie van 10 procent. Ondanks die schamele stijging leverden we 33 procent meer bachelors en 29 procent meer masters af. Rara hoe kan dat?

Promovendi staken niet, kopte Folia onlangs. Ze zouden te gepassioneerd zijn. Sure. Maar ze weten ook dat er voor hun plek zat anderen staan te dringen. Promovendi hebben het wat dat betreft tamelijk goed. Ze bevinden zich weliswaar onderaan de academische ladder, maar ze staan mooi wel op die ladder. Onder hen bevindt zich het echte academisch precariaat, de onvolprezen  junior-docenten.

Junior-docenten doen het werk aan de universiteit. Geen enkele groep werkt zo hard als zij. Ze besteden hun avonden aan voorbereiden en hun weekenden aan nakijken. Overdag draaien ze eindeloos veel werkgroepen, vaak meerdere op een dag. Ze corrigeren eindeloos veel komma’s voor opdrachten academische vaardigheden. Ze kijken eindeloos veel andere opdrachten na die studenten moeten maken, zonder dat ze zeggenschap hebben gehad in wat die opdrachten moeten bereiken. Ze bedenken creatieve werkvormen, want ze hebben hart voor lesgeven. Ze zoeken extra literatuur, want ze willen hun enthousiasme overbrengen. Ze zijn blij als de hoofddocent hen vraagt een college te geven, want dan kunnen ze daarmee ervaring opdoen. Dat zo’n college voorbereiden hen twintig uur kost maakt niet uit.

Junior-docenten weten dat het concept ‘uren’ een construct is zonder waarde in de werkelijkheid. Uren bestaan alleen op papier. Junior-docenten weten dat hun leven bestaat uit lesgeven en ze geven er alles voor. In korte tijd (hun eigen tijd) maken ze zich een vak eigen. Ze lezen alle teksten nauwgezet en anticiperen op alle mogelijke vragen. Ze bezoeken alle hoorcolleges, zonder dat ze daar uren voor krijgen. Onderwijsbestuurders rekenen namelijk op hun onuitputtelijke inzet en liefde voor de zaak.

Het lot van de junior-docent is tragisch. Ze knokken voor een niet-bestaande toekomst. Zonder doctorsgraad is het onderwijsbestaan immers eindig. Veel junior-docenten hopen dat hun devote arbeid het opstapje zal zijn naar de academische ladder, naar de promotie. Maar tijd om te werken aan een voorstel is er nauwelijks. Junior-docenten hopen dat hun inspanning opgemerkt zal worden en dat ze een streepje voor zullen hebben. Maar voor de bestuurder ontbreekt de prikkel om de gedienstige productiearbeider een hogere functie te geven.

Dat moet anders. Net als docenten in het basisonderwijs verdienen junior-docenten meer: meer erkenning en meer tijd. Rekenuren moeten in de pas gaan lopen met gewerkte uren. Junior-docenten moeten overal in het zonnetje gezet worden. Ze moeten voorrang krijgen bij het projectietraject, al was het maar in de vorm van hulp bij het schrijven van een voorstel en een blokje onderzoekstijd. We hebben junior-docenten tot het fundament van het academisch onderwijs gemaakt. Het is tijd ze op die manier te gaan waarderen.

Deze column verscheen eerder op Folia