Ontsla hoogleraar bij horrorbegeleiding promovendi

horrorToen ik net begonnen was met promoveren, stopte een collega uit mijn onderzoeksgroep. Er waren problemen, het ging niet soepel. Ik kwam er nooit het fijne van te weten. Van de een op de andere dag was hij weg. Niemand had het er meer over. In het promotietraject tellen alleen de winnaars.

De horrorverhalen over promoveren die Henk Strikkers in Folia 5 optekende verbazen mij niets. Ze zijn het topje van de ijsberg. Het zou journalistiek interessant zijn om cijfers op te vragen: per onderzoeksschool nagaan hoeveel promovendi er de afgelopen vijftien jaar zijn gestopt en om welke reden. Dan zie je meteen de trends: er zijn hoogleraren die er keer op keer een potje van maken, zonder dat dit enige consequenties heeft.

De reactie van de rector verbaasde me wel. Karen Maex zei geschrokken te zijn. Dat wijst erop dat ze niet wist dat dit gaande is. In welke wereld leeft zij? Het kan zijn dat het systeem in Leuven waar de Vlaamse het merendeel van haar carrière werkzaam was, wel goed functioneert. Maar Maex werd in 2013 decaan aan de UvA en het is onmogelijk dat zij in die rol niet geconfronteerd is met deze problematiek. Ik denk niet dat Maex liegt: natuurlijk wist ze dat dit gebeurt. De schrik is gespeeld, Maex doet een Bussemakertje.

IJzeren Jet was als minister van Onderwijs zeer bedreven in het afwimpelen van ellende. Wanneer critici een misstand dermate aan de kaart stelden dat ze er niet langer over kon zwijgen, zei Bussemaker altijd dat ze het probleem echt heus heel erg vond, dat het belangrijk was dat het nu aan het licht kwam maar dat ze al voor het protest begonnen was met maatregelen.

Maex doet hetzelfde in haar reactie: sinds 2014 geldt al het ‘vierogenprincipe’: er moeten minimaal twee begeleiders zijn. Er zijn mentoren, adviseurs en commissies waar promovendi mee kunnen praten. Bovendien werkt ze aan ‘360-gradenfeedback’ zodat er meer input is voor de jaargesprekken met hoogleraren. Ze wil ook nog het taboe doorbreken en zegt zelf altijd als rector tegen nieuwe hoogleraren dat promovendibegeleiding een reuze belangrijke taak is. Tot slot stelt ze dat de uitbreiding van het ius promovendi betekent dat er meer promotoren komen, promotoren die dichterbij bij de promovendi staan.

Het is goed wanneer er meer mensen betrokken zijn bij een project omdat dit de almacht van de hoogleraar enigszins beperkt. Die macht is echter ook een probleem wanneer er meerdere supervisors zijn. Een universitair hoofddocent als dagelijks begeleider kan wellicht dichterbij een promovendus staan, maar staat lager in de hiërarchie en heeft minder in de academische melk te brokkelen.

Het probleem van de horrorbegeleiding is dat er voor de betreffende hoogleraar geen werkelijke gevolgen zijn. Wanneer een prof een promovendus de ziektewet injaagt vraagt dat meer dan een gratuite opmerking erover tijdens een jaargesprek. Hoogleraren die herhaaldelijk de fout ingaan zouden simpelweg nooit meer promovendi moeten mogen begeleiden. Bij hevige gevallen dienen ze zelfs ontslagen te worden – er is immers sprake van ernstig disfunctioneren met grote gevolgen voor collega’s. De rector is de enige met meer macht dan een hoogleraar. Als het lot van promovendi Maex werkelijk aan het hart zou gaan, zou ze die macht gebruiken om hen eindelijk eens te beschermen.

Deze column verscheen eerder in Folia.