Dromen van een post-gender wereld

post-gender wereldHet was de schrik van de immer alerte rechtsmens deze zomer. De linkse elite wilde gender afschaffen. ‘Beste reiziger’, ‘beste Amsterdammer’ en ‘kinderkleding’ kwamen in de plaats van het vertrouwde ‘dames en heren’ en ‘jongens en meisjes’. Het einde van de wereld.

Als machinist van de totalitaire genderdramtrein probeer ik inderdaad een steentje bij te dragen aan het einde van de wereld, dat wil zeggen: de ondergang van een samenleving waarin gender een relevant concept is. Het valt echter niet mee om te bedenken hoe zo’n post-gender wereld eruit kan zien.

In het Engels wordt gender vaak synoniem gebruikt met sex, waarschijnlijk omdat dat woord identiek is aan het Engelse woord voor seks. In Nederland hebben we dat probleem niet. Wij zeggen sekse en geslacht. Gender is niet hetzelfde: het is een term die populair werd tijdens de Tweede Feministische Golf om aan te duiden dat er een verschil is tussen de biologische realiteit man/vrouw (sekse) en de sociale constructie mannelijkheid/vrouwelijkheid (gender). De auteur om hier te lezen is Ann Oakley.

In een post-gender wereld is sekse niet weg. We worden dan nog steeds geboren met geslachtskenmerken. Piemeltjes zullen niet afgehakt worden, baby’s krijgen geen hormoontherapie om te voorkomen dat ze oestrogeen gaan aanmaken. Wel is het zo dat op on- en pasgeboren lichamen geen identiteit meer wordt geplakt. Genderrevealparties zullen niet meer bestaan – al kunnen we niet uitsluiten dat er ergens in de regio verzet wordt gepleegd en een liefde voor voetbal enkel en alleen wordt gekoppeld aan foetussen bij wie op de echo een wormachtig aanhangsel is te zien. Dat zijn dezelfde mensen die in 2034 nog aan zwarte piet doen.

Gender omvat alle verwachtingen over hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen: wat ze moeten worden, hoe ze zich mogen kleden, wat ze moeten consumeren, hoe ze mogen spreken. Die gedragingen hebben we allemaal ingedeeld in of het een, of het ander. We hebben bedacht dat huilen bij vrouwen hoort, ook al doen mannen dat ook. We hebben bedacht dat astronautentruien bij jongens horen, ook al gaan vrouwen ook de ruimte in. We hebben bedacht dat computers mannenwerk zijn, ook al waren vrouwen de eerste software engineers (lees vooral dit, dit en dit).

Die indelingen zijn tamelijk arbitrair. Ze verschillen door de tijd heen (roze was tot de Tweede Wereldoorlog een jongenskleur) en per cultuur (thee drinken is in veel landen een mannenaangelegenheid). Dat wil niet zeggen dat ze zonder gevolgen zijn. Mannen die zich vrouwelijk gedragen worden beschimpt en in elkaar geslagen. Zelfmoordgedachten en –cijfers onder transgender personen zijn onacceptabel hoog. Die gevolgen komen voort uit de worteling van gender. Gender zit zo diep omdat al toen we ter wereld kwamen ons werd verteld dat het de kern vormt van onze identiteit. Wie tornt aan de genderorde, zet de wereld op zijn kop.

In een post-gender wereld kan je niet langer aan gedragingen aflezen wat iemand in het ondergoed heeft zitten. Er zullen nog steeds jurken aangetrokken worden, nagels gelakt en overhemden gestreken, maar dat zal simpelweg niet meer voorbehouden zijn aan de vrouwtjes van onze soort. Dat klinkt simpel, maar tegelijkertijd is het onmogelijk om je in te beelden – zelfs voor mij. Het is een wereld waarin er geen automatische relatie meer is tussen lichaam, identiteit en begeerte.

In die wereld kan je nog steeds als penisdrager verlust raken door borsten, maar het woord heteroseksueel zou iets uit de geschiedenisboekjes zijn. En daar zit de crux. Genderdrammers als ik dromen van een wereld waarin onderscheid en daarmee ongelijkheid op basis van sekse en seksualiteit niet meer bestaat. Dat is niet idioot of tegennatuurlijk, maar rechtvaardig en menselijk.

Deze column verscheen eerder in Folia.