Vrijhaven Amsterdam

vlag amsterdamAls student politicologie leerde ik dat er binnen landen verschillende politieke scheidslijnen zijn, op basis van religie bijvoorbeeld, of klasse. Er bestond ook zoiets als centrum versus periferie, maar – zo verzekerde de docent ons – die tegenstelling was in Nederland nauwelijks meer van belang. Ruim twintig jaar later lijkt er echter een gigantische afgrond te gapen tussen stad en platteland.

Nadat ik vorige week mijn column over een post-genderwereld had gedeeld op Facebook, commentte iemand kribbig ‘Ga lekker je gang, als je maar weet dat niemand buiten de ring zich hierin herkent’. Sekse- en seksuele gelijkheid als grachtengordelhobby. Dit weekend schreef rechtse commentator Wierd Duk in De Telegraaf dat de kloof tussen Randstad en provincie zelden zo zichtbaar werd als tijdens de Slag om Dokkum.

Met dat laatste bedoelt hij het blokkeren van de snelweg om te voorkomen dat demonstranten tijdens de intocht tegen racisme konden protesteren. Duk noemt het debat over Zwarte Piet in één adem met genderneutrale wc’s, thema’s die ‘door een kleine culturele elite in met name Amsterdam aan de rest van Nederland [worden] opgedrongen’. Arme regio, zielige underdog, gebukt onder de diversiteitsterreur van de hoofdstad.

Het klopt dat Amsterdam vooroploopt in het uitdragen van inclusiviteit. Dat is ook de reden dat zoveel mensen de ellendige provincie verruilen voor onze mooie stad. Ieder jaar vluchten jonge en minder jonge mensen weg uit de verstikkende monocultuur van de periferie. Weg van de seksistische oom, weg van de racistische buurman, weg van de homofobe klasgenoten. Ze trekken naar vrijhaven Amsterdam omdat ze hier meer ruimte hebben om een ander gender te uiten dan hun geslacht voorschrijft. Ze blijven in Amsterdam omdat hun kinderen hier wel naar een school kunnen waar Sinterklaas gevierd wordt als een feest voor alle kinderen (en dus zonder racistische karikaturen).

Duk, pietofielen en mijn Facebook-‘vriend’ beschouwen diversiteit als een modegril. Hun opvatting van democratie bestaat uit ‘doen wat de meerderheid wil’. Een homogene samenleving waar ieder die afwijkt moet ophoepelen. Normaal doen of oppleuren. Als tiener kon ik niet wachten aan dat milieu te ontsnappen en dat geldt voor veel mensen in mijn omgeving. Nu, als volwassene, schaam ik me dat de situatie verslechterd is, vooral voor de LHBTQIA’ers en mensen van kleur die er nog wonen en die dag in, dag uit worden geconfronteerd met de drek die diversiteitshaters produceren.

Tegenstanders van sociale ongelijkheid vormen geenszins een elite. Het zijn grotendeels gemarginaliseerde mensen, die trouwens veelal binnen de stadsgrenzen maar buiten de ring wonen. Het huidig kabinet ‘rechts-met-de-kerk’ moet weinig van hen hebben, dat richt zich volledig op de witte boosburgers juist omdat die met zoveel zijn. Democratie is gelukkig meer dan de wil van de meerderheid, het betekent ook het borgen van de rechten van minderheden. Amsterdam heeft nog steeds de naam daarvoor te staan. Wat moest je doen, als je Mokum niet had?

Deze column verscheen eerder in Folia.