Amsterdam gooit creatief vrijzinnig imago in de gracht

De gemeente Amsterdam verklaarde deze week de oorlog aan Airbnb, de online marktplaats voor het verhuren van privéaccommodatie. De aankondiging kreeg direct internationale aandacht. Terwijl de stad miljoenen spendeert aan citymarketing, wordt het imago van Amsterdam met één kort duwtje de gracht ingegooid. De beweegredenen van de gemeente zijn onnavolgbaar. Het kan in ieder geval niet gaan om de opgegeven redenen.

Juiste doelgroep
De voordelen van Airbnb voor de stad zijn groot. Amsterdamse hotels zitten snel vol. De bezettingsgraad was 77,8 procent in 2011. Met Airbnb is er meer plek en kunnen dus meer toeristen hun geld komen uitgeven in de stad. Bovendien zijn de gebruikers van Airbnb een doelgroep die de stad graag aan zich wil binden. Recent nog wilde wethouder Wiebes de sociale woonbouw halveren om tegemoet te komen aan de jonge, creatieve internetklasse:

Mensen die slim zijn, innovatief en ondernemend. Die nieuwe zonnecellen ontwikkelen, nieuwe winkelconcepten bedenken, apps maken of spijkerbroeken ontwerpen [Het Parool].

Dit zijn precies de mensen die liever via Airbnb een appartement huren dan in een gezichtsloze, kleine hotelkamer gaan zitten. Airbnb is een voorbeeld van een nieuwe, alternatieve economie. Peer-to-peer. Het concept is gestoeld op het principe van sociale netwerken. De gebruikers van Airbnb vormen een gemeenschap; vertrouwen staat centraal. Reviews dragen bij aan dat gevoel. De mensen die elkaar via Airbnb iets verkopen, bouwen ook een band op. De gemeente zou zulke initiatieven juist moeten stimuleren.

Nepargumenten
Maar volgens de gemeente zijn er veel klachten over illegale hotels. Het zou dan gaan om geluidsoverlast en zorgen om de brandveiligheid. Daarnaast zou de gemeente toeristenbelasting mislopen. Deze argumenten zijn weinig overtuigend. Voor dat Airbnb populair was verbleven er ook al veel ‘illegale’ toeristen in de stad. Amsterdam is een van de populairste steden voor CouchSurfing en woningruil. Dat is ook niet raar, want Amsterdamse hotels zijn overpriced. Een nachtje in een dorm met acht anderen begint bij 20 euro, hotels starten bij 100 euro. De gemeente heeft blijkbaar geen probleem met het brandgevaar van CouchSurfing en woningruil. Waarom dan wel met Airbnb? Bovendien, welk extra brandgevaar ontstaat er als er geen burgers in een huis slapen maar toeristen?

Het lijkt erop dat de overheid zich voor het karretje van verongelijkte bedrijven laat spannen. In tegenstelling tot CouchSurfing trekt Airbnb mensen aan die bereid zijn te betalen voor een overnachting. Ze kiezen er alleen voor om dat geld niet aan een hotelketen te geven. Net als bij de muziekindustrie zijn zulke gevestigde organisaties bang terrein te verliezen aan de mogelijkheden van nieuwe media die hen buiten spel zetten. Net als de muziekindustrie vindt het hotelwezen in de Nederlandse overheid een gewillige partner om dit te bestrijden.

Burgerrechten
In een verklaring wordt sterk de nadruk gelegd op illegale hotels. Het is onduidelijk wat hieronder wordt verstaan. Natuurlijk moeten professionele hotelkamerverhuurders zich aan de regels houden. Deze verhuurders hebben trouwens ook niets te zoeken op Airbnb. En tenzij je je sociale huurwoning verhuurt, heeft de gemeente niets te zoeken achter de voordeur van haar burgers. De politie heeft voldoende instrumenten om echt illegale hotels op te sporen.

De kwestie Airbnb roept de vraag op wie onze overheid eigenlijk dient. Buitenlandse bedrijven (zie ook Apple dat geen fietsen op het Leidseplein blieft) of de eigen burger, die geheel in de Amsterdamse handelsgeest in tijden van crisis een extra centje bij wil verdienen?

Dit stuk verscheen als column op The Post Online.