Soms is het verhelderend de zaken eens anders te bekijken. Je hoort altijd argumenten tegen porno en pornoficatie, waarop vervolgens wordt gereageerd. Ik vond het verfrissend om eens te beginnen met argumenten voor porno en pornoficatie, om daar dan vervolgens kritisch naar te kijken. Dat was de bedoeling van mijn bijdrage aan de Volkskrant van 9 februari. Naar aanleiding van Brian McNairs boek Porno? Chic! besprak ik of porno de wereld beter heeft gemaakt.

Voor Renate van der Zee is het onacceptabel om over porno te praten zonder de oude argumenten en daarom presenteert ze in een opiniebijdrage het een welbekende rijtje argumenten afgeleid van het oude antiporno-adagio ‘porn is the theory, rape is the practice’. Porno is volgens haar om drie redenen mensonterend: vrouwen die in de porno-industrie werken zouden dat vaak tegen hun zin doen, er bestaat porno die wordt aangeprezen als verkrachting, en hardcore porno zou mannen aanzetten vrouwen als objecten te behandelen. Dat een discussie oud is, betekent niet dat we hem niet moeten voeren. Graag reageer ik daarom op Van der Zee.

Werken in de porno-industrie

Er bestaan inderdaad vrouwen die met tegenzin in de porno-industrie werken. In de porno-industrie komen veel misstanden voor. Dwang, verkrachting, mensenhandel – het gebeurt er allemaal en het gebeurt er meer dan in enig andere industrie, met uitzondering van de prostitutie. Maar dat de werkomstandigheden mensonterend zijn, maakt het product nog niet inherent slecht. Er waren vroeger grove misstanden op katoenplantages. Vervolgens werd de slavernij afgeschaft en de katoen behouden.

Dwang, verkrachting en mensenhandel zijn vreselijke zaken die dan ook allemaal bij wet verboden zijn. Van der Zee signaleert dus eigenlijk een handhavingsprobleem. Maar er is geen enkele reden dat porno (en ook hardcore porno) niet ook onder ‘goede’ omstandigheden geproduceerd kan worden. ‘Goed’ tussen aanhalingstekens, omdat ieder werk dat je tegen je zin doet en waar iemand anders rijker van wordt dan jij exploitatie is. Werk bij de Albert Heijn of bij Apple in China is uitbuiting. Lonend werk dat voldoening geeft is ons kapitalistische systeem voor weinigen weggelegd.

Tot slot is het niet zo – zoals Van der Zee suggereert – dat alleen vrouwen het slachtoffer van uitbuiting zijn. In de porno-industrie werken ook veel mannen onder erbarmelijke omstandigheden, zeker in de homoporno.

Porno en verkrachting

Er bestaat inderdaad porno met titels als ‘Teen girl violently raped in forest!’. Het gekke aan porno is dat het een realistische component heeft: er gaan penissen daadwerkelijk in vagina’s. Voor de rest is porno fictie: er komt niet echt een pizzabezorger langs. Verbeelding van verkrachting is geen verkrachting en een actrice hoeft geen tiener te zijn om er als tiener uit te zien. Van der Zee beweert dat porno ook steeds harder wordt. Inhoudsanalyse levert echter geen aanwijzingen dat de hoeveelheid gewelddadig of misogyn materiaal toeneemt.

Porno gaat over fantasie, over seks die je nog niet had of die je niet mag hebben. Verkrachting is daar een duidelijk voorbeeld van. Zowel mannen als vrouwen, homo’s als hetero’s fantaseren hier soms over. Volgens mij wil Van der Zee zulke fantasieën niet verbieden, maar ze zou wel graag uitbannen. Dat komt omdat ze verkeerde veronderstellingen heeft over media-effecten.

De effecten van porno

Er bestaan inderdaad mensen die overmatig porno kijken en die daar problemen van ondervinden. Excessief gebruik van wat dan ook is ongezond. Zo hoorde ik laatst dat mijn nichtje van haar (kwakzalvende) therapeut de diagnose liefdesverslaafd had gekregen. Vooralsnog geen reden om de liefde te verbieden. Van der Zee scheert daarbij gewone gebruikers en mensen met een pathologie over een kam. Zij denkt dat mediabeelden als een injectienaald werken – een idee dat als sinds de jaren ’40 achterhaald is in de communicatiewetenschap.

Er zijn inderdaad pubers die denken dat “meisjes niet kunnen wachten tot er zaad in hun gezicht wordt gespoten”. Jongeren kijken inderdaad naar porno om te leren. Uit onderzoek weten we echter ook dat jongeren porno minder realistisch beschouwen zodra ze zelf seksuele ervaring opdoen en/of zodra hun vrienden dat doen. Er is meer aan iemands seksuele ontwikkeling dan alleen porno.

Hoewel Van der Zee het niet met zoveel woorden zegt, legt ze een verband tussen porno kijken, objectificatie van vrouwen en geweld tegen vrouwen. Er is hier geen empirisch bewijs voor, wel zijn er aanwijzingen dat het de andere kant op werkt (studie uit 1991, studie uit 2009). In landen waar veel toegang tot porno is, is het aantal verkrachtingen en vormen van geweld tegen vrouwen lager dan in landen waar het andersom is. Sterker nog, zodra toegang tot porno toeneemt, nemen geweld en verkrachting af.

Moraliserende tijden

Misstanden in de seksindustrie moeten worden aangepakt. Dat is niet makkelijk. Van der Zee’s bezwaren hierover staan genoteerd, maar het is jammer dat zij hierdoor niet open kan staan voor de positieve ontwikkelingen die porno teweeg brengt. Ze lijkt vast te zitten in haar pornohaat. Zo hekelt ze ook een orgasme zonder emotionele binding. Hier gaat haar allang niet meer over de bijwerkingen van porno: Van der Zee is normatief in het voorschrijven van seksuele beleving. Daar pas ik voor. Dat zet ons terug naar de tijd dat moraliteit eenvoudig werd opgelegd. Liever blijf ik in onze tijd. Ik laat Renate van der Zee en jullie daarom achter met dit opbeurende recente onderzoeksresultaat [nieuwsbericht, abstract]: hoe meer porno heteromannen kijken, hoe meer zij het homohuwelijk steunen. Hoera voor porno!

Deze blogpost is een uitgebreide versie van een ingezonden brief in de Volkskrant van vandaag.