Nederland haat diversiteit

Asha ten Broeke bij P&WVoor sommige Nederlanders is Nederland af. Klaar, niets meer aan doen. De vrouwenemancipatie is voltooid en homo’s mogen trouwen, dus waar heb je het over? Hoewel zulke mensen vrijwel zonder uitzondering vinden dat de multiculturele samenleving is ‘mislukt’, vinden ze allemaal dat er geen racisme bestaat in ons land. Mensenrechten zijn alleen een exportproduct; hier in Nederland is alles prima geregeld. En ja ach, die asielzoekers hadden hier toch niets te zoeken dus maakt het ook niet uit dat ze opgesloten of opgejaagd worden. Zodra iemand tornt aan dit idee van Nederland, ontstaat er frictie.

Wie zich uitspreekt tegen de schijntolerantie wordt neergehaald. De hyena’s duiken bovenop iedereen die een betere wereld voor ogen heeft. Mensen die opkomen voor verscheidenheid worden onder hoongelach afgeschoten. Of het nu gaat om Asha ten Broeke die zich verbaast over een seksistische speelgoedfolder of om Quinsy Gario die zich gekwetst voelt door Zwarte Piet, zulke mensen mogen hun tegengeluid niet laten horen. Aandacht vragen voor genderdiversiteit wordt afgedaan als een “achterhoedegevecht”, aandacht vragen voor de racistische context van Sinterklaas als “gezeur”.

‘Ik hoor je niet’
Diversiteit betekent dat je anders mag zijn dan de rest. Diversiteit betekent dat je de ander niet de toegang tot het debat ontzegt. In het publieke debat van het Nederland van nu is geen ruimte voor zulke diversiteit. Degenen die daarmee zitten, krijgen te horen dat ze daar maar gewoon mee moeten dealen.

Vol afgrijzen zag ik hoe de tafel bij Pauw & Witteman probeerde het seksisme van Bart Smit weg te brullen. Hetzelfde gebeurt met Zwarte Piet. Er ís hier helemaal geen discussie over. De personen die dit debat willen entameren worden preventief vernederend. Als zij gekleurd zijn, wordt smalend gezegd dat ze terug moeten naar hun eigen land. Als zij wit zijn, wordt tegengeworpen dat ze zich beter druk maken om de steniging van moslimvrouwen. Wie stereotypen aankaart, wordt verweten zelf stereotiep te denken.

Het doet denken aan een kind dat met de handen op de oren ‘ik hoor je niet ik hoor je niet’ gilt. Er is geen sprake van conversatie of uitwisseling van standpunten. Er zijn alleen die snerende opmerkingen. Nederland waant zichzelf een beschaafd land. De onderdrukking van tegengeluiden komt dus niet in de vorm van lichamelijk geweld. Er worden geen fysieke stenen gegooid. In plaats daarvan is er dat gelach en die eindeloze spot. Steeds harder en harder klinken de bulderlachen, alsof lawaai nodig is om te overtuigen.

Onzeker gegiechel
Waarom is het toch zo erg als iemand seksistisch speelgoed of een racistische traditie aankaart? Waarom wordt er met zoveel kracht geprobeerd zulke stemmen te doven? De lachers komen niet over als zelfverzekerde burgers voor wie seksisme en racisme ondenkbaar zijn. Een zelfverzekerde burger is immers niet bang voor twijfel. Die gaat gewoon het gesprek aan.

In plaats daarvan komen deze bestrijders over als nerveuze giechelaars, die angstig zijn over hun wereld. Dit zijn mensen die de zekerheden van traditie en gewoonte missen. Ze willen Nederland vooral overzichtelijk hebben. Het is geen toeval dat beide ‘discussies’, Bart Smit en Zwarte Piet, gaan over kinderen. Het Sinterklaasfeest en speelgoedfolders geven een vertrouwde veiligheid over hoe de wereld in elkaar zit. De lachers vrezen dat de continuïteit wordt bedreigd, dat wat ze kennen er ooit misschien niet meer zal zijn.

Back to the future
Ik ben in 1976 geboren. Mij was een betere toekomst beloofd, vol gelijkheid en vliegende auto’s. In plaats daarvan beleef ik de vroege jaren ’70. Oude discussies worden opnieuw gevoerd en alle lessen van het feminisme en postkolonialisme uit de jaren ’80 en ’90 worden terzijde geschoven. Het is een keiharde backlash tegen politiekcorrect denken die begonnen is met Fortuyn en die maar niet op lijkt te houden.

Gelukkig zijn er ook tegengeluiden. Er zijn genoeg mensen die niet bang zijn voor postmoderniteit, die graag nadenken en geduldig ingaan op de domste meningen; die idealen hebben en er niet voor terugdeinzen die idealen te uiten. Op een dag zullen zij de dominante meerderheid vormen. In dat land, waar Willem Bosch gekozen president zal zijn, wil ik wonen. Tot die tijd bikkelen we door. Het helpt al een boel als je geenPauw & Witteman meer kijkt.

Dit stuk verscheen als column op The Post Online