We lijden aan homo-nostalgie.

supermanHet moet een mooie dag zijn geweest. Een vrijdag denk ik. De zon zal hebben geschenen. Mooie, witte mannen liepen hand in hand door de straten van het land. Het moet ergens zijn geweest tussen 1 januari 2001 en 11 september 2001, tussen de dag dat Nederland het huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht en de dag dat de moslims die idylle bruut verpestten. Die mooie dag, of misschien was het wel een week, was de homo-emancipatie voltooid. Hoewel ik me die dag niet herinner, doen andere mensen dat en masse wel. Ze verlangen ernaar terug, naar die dag dat alles goed was voor homo’s. De dag die we voor eeuwig verloren hebben. Ze hebben grootse homo-nostalgie.

Achterlijke hiërarchie
De term is van hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker. Ze sprak in 2009 de Mosse-lezing uit over dit thema. Homo-nostalgie is het verlangen naar een goeie, ouwe tijd toen er nog geen moslims waren. Wekker koppelt de term aan Pim Fortuyn, die in 2002 fel uithaalde naar de Islam, volgens hem een achterlijke cultuur. Hij wilde de emancipatie van homo’s niet nog eens overdoen. Daarmee vestigde hij het idee dat die emancipatie eerder dus afgerond was.

Dat idee heeft ferm voet aan de grond gekregen. Homoseksualiteit en religie worden als opposities voorgesteld, en met religie wordt dan vooral de Islam bedoeld. Homoseksualiteit wordt gekoppeld aan moderniteit, en moderniteit wordt immers gezien als erfenis van de Joods-Christelijke traditie. Wij zijn modern, zij zijn barbaars. Zo is er een nieuwe hiërarchie gemaakt, waarin het Westen boven de rest wordt geplaatst.

Onzichtbaar
Die nieuwe rangorde wordt uitbundig gevierd. Dat is wrang, want emancipatie gaat juist over het overkomen van hiërarchieën: vrouwenemancipatie poogt de hiërarchie tussen mannen en vrouwen te vernietigen, homo-emancipatie die tussen hetero’s en homoseksuelen. Het kan en mag niet zo zijn dat de gelijkstelling van de ene groep geschiedt ten koste van een andere gemarginaliseerde groep. Solidariteit zou het sleutelwoord moeten zijn.

De homo’s die het zogenaamd goed hadden in dat mythische verleden van Nederland zijn zonder uitzondering witte mannen. In het ‘culturele archief’ (het gedeelde gedachtegoed tussen onze tatta-oren) zitten, zo stelt Wekker, geen zwarte homo’s. Lesbiennes zijn al helemaal onzichtbaar. We weten nauwelijks iets van homoseksualiteit onder Indo’s, Molukkers, Surinamers en Antillianen die zich vanaf de jaren ’50 in Nederland vestigden. We prijzen ons om een tolerante houding, terwijl diversiteit tegelijkertijd afgewezen of ontkend wordt.

Visie
De emancipatie van homo’s in Nederland is nog lang niet voltooid. Er is nog steeds heel weinig aandacht voor lesbiennes, biseksuelen en transgender mensen. Zeventien procent van de Nederlanders vindt seks tussen twee mannen walgelijk, 29 procent vindt het aanstootgevend als twee mannen in het openbaar zoenen. Doen alsof afkeer van LGBTs alleen onder moslims speelt is liegen. Waar blijft de nationale visie op homoseksualiteit die daarvan afwijkt, vraagt socioloog Laurens Buijs zich af.

Deze week kwam de L’Homo uit, de jaarlijkse homo-editie van de LINDA. Ter gelegenheid daarvan staat op de site een interview met de Iraakse Jamil die hiv heeft. Hij vluchtte op zijn zeventiende naar Nederland. Het interview is een unicum dat we moeten herhalen. Het breekt niet alleen met de dominante representatie van homo’s als wit, het maakt ook homo’s met hiv zichtbaar – ook al zo’n groep die buiten de geaccepteerde knuffelhomo’s valt. Ik wil graag Jamil in ons collectieve geheugen opnemen. Ik wil verhalen lezen over de vele zwarte mannen uit de Bijlmer die stierven tijdens de aidsepidemie. Ik wil weten hoe het was om in de jaren ’70 lesbisch te zijn in Zeist. Pas als we homo-nostalgie los laten, kunnen we verder komen met de acceptatie van LGBTs.

Met dank aan Mikki Stelder die deze term aan me introduceerde.

Dit stuk verscheen als column op ThePostOnline.
CC-afbeelding: Istolethetv.