De blaffende vis

deblaffendevisZaterdagavond, De Blaffende Vis. Studenten deinen mee op ‘Sex on the beach’. De laatste keer dat ik hier was moet inderdaad in 1997 zijn geweest, toen T-Spoon daarmee een wereldwijde zomerhit scoorde. Ik was toen al te oud om de tekst spannend te vinden. De Blaffende Vis staat bekend als een verenigingscafé en verenigingsstudenten gedragen zich niet zo anders dan Salou-gangers.

Na bijna twintig jaar is er niets veranderd. De barman draait ‘Paradise by the dashboard light’ en iedereen zingt mee en flirt met elkaar, alsof het een bonte avond is. ‘Summerloving’ uit Grease volgt. Het lijkt vier uur ‘s nachts maar het is nog voor middernacht. Net als in groep 8 zijn de jongens en meisjes van elkaar gescheiden. Ze staan in clubjes van twee of drie te loeren naar de andere kant. De hormonen in de lucht vormen een brug. Buiten probeert een jongen een meisje in bed te praten. Althans, dat denk ik. Hij vertelt dat hij doorgaans om half negen opstaat, niet erg sexy.

We hebben de neiging om de impact van technologische innovaties te overschatten. Het spel van liefde en seks onder studenten is nauwelijks gewijzigd sinds er datingsites zijn. Dat komt enerzijds door het stigma van zoeken, waarover ik laatst schreef. Anderzijds omdat de manier waarop studenten elkaar vinden in de naoorlogse jaren geperfectioneerd is. De soos en het café zijn uiterst efficiënte manieren om een partner voor een nacht, een jaar of een leven op de kop te tikken.

Na twaalven verdwijnen de studenten en nemen de dertigers het over. Het zijn vooral mannen. Ze proberen casual te doen met hun kleding en houding, maar hun broeken zijn te wijd en hun blikken te gretig om hun leeftijd te verhullen. Daarna druppelen de dronken dames binnen. Ze kijken schichtig om zich heen om de waar te keuren. Als Shakira wordt opgezet, bewegen hun heupen alle kanten op om te laten zien hoe losjes ze zijn.

Het is het voorland van studenten nu. Je vindt een lief, misschien nog een paar andere, maar na een tijdje ga je settelen. Werken, samenwonen, in het weekend naar de meubelboulevard en ’s avonds eten met een ander stelletje. Op een dag word je wakker en vraag je je af wat er met je leven is gebeurd. Voor je het weet slaat bij de één de dertigerscrisis in. Het gaat uit en dan moet je weer. Gelukkig is er altijd De Blaffende Vis.

Om half twee wordt er volop getongd. Zou er thuis een oppas wachten? Marco Borsato’s ‘Dromen zijn bedrog’ doet de kroeg op haar grondvesten trillen. Bij het refrein wordt de muziek weggedraaid. De ironie.

Deze column verscheen eerder in Folia.
CC-afbeelding: Jaap den Dulk.