Fietscoach

fietsenrekCoach is een raar beroep. Een coach moet de gecoachte helpen zijn mogelijkheden optimaal te gebruiken. In tegenstelling tot een docent, is een coach nooit klaar. Een docent formuleert leerdoelen en stelt toetsen op om te beoordelen of die doelen behaald worden. Als dat zo is, wordt de student uitgezwaaid. Bij een coach zijn de leerdoelen nooit op en toetsen is de coach vreemd. Dat zou de permanente ontwikkeling maar belemmeren.

In het rijtje coaches – sportcoach, studiecoach, lifecoach – is de fietscoach de vreemdste. De gecoachte heeft niet om de fietscoach gevraagd, de fietscoach is voor hem besloten. De gecoachte is nooit de opdrachtgever van de fietscoach. Ongevraagd en ongewenst dient de fietscoach niet de belangen van de gecoachte.

Daarbij: zo moeilijk is het toch niet? De opdracht van de fietscoach is de gecoachte te helpen met het correct parkeren van de fiets. De handelingen die daarmee gepaard gaan zijn nooit moeilijk, slechts soms irritant. In het fijnste geval hoeft alleen de fietsstandaard met de voet naar beneden geklapt te worden. In het meest vervelende geval dient een ijzeren gleuf van meer dan een meter hoog naar de grond gehaald te worden. Vervolgens moet de fiets daarop geplaatst en het gevaarte weer omhoog gebracht.

In tegenstelling tot wat de term fietscoach doet vermoeden, helpt de fietscoach hier niet bij. Het is vooral de taak van de fietscoach te zeggen dat de fietsenstalling vol is. De gecoachte ziet dat zelf natuurlijk ook wel. Bovendien ligt het in lijn der verwachting. De aanwezigheid van een fietscoach wijst altijd op te weinig fietsparkeervoorzieningen. Die twee gaan samen als de UvA en bezuinigingen.

De fietscoach is er niet om de gecoachte iets aan te leren. Zoals Sisyphos eindeloos het rotsblok de berg op moest duwen, moet de fietscoach tot het einde der tijden de gecoachte erop wijzen dat de rekken vol zijn. In de fietscoachgame zijn geen winnaars.

Soms spelen de fietscoach en de gecoachte een kat- en muisspel. De gecoachte weet de fietscoach te omzeilen en het lukt haar om haar fiets naast het volle rek te parkeren. De fietscoach is dan snel ter plekke en verplaatst de fiets naar zo’n bovenlader. De fietscoach bedoelt dat niet kwaad – hij kon ook niet weten dat de gecoachte gekneusde ribben had. In zo’n geval is de gecoachte aangewezen op een mede-gecoachte om te helpen de fiets naar beneden te krijgen. De fietscoaches zelf zijn op zulke momenten onzichtbaar.

De gecoachte kent de oplossing. Meer fietsvoorzieningen maken de fietscoach overbodig en het leven van de gecoachte prettiger. Maar de gecoachte weet ook dat fietscoachen werkvoorziening is voor mensen met een arbeidsbeperking. En dus slikt ze haar bezwaren in, en troost zich met de gedachte dat er nog één gebied is waarop de UvA straalt in linksheid.

Deze column verscheen eerder in Folia.