De Nederlandse homorechtenactivist die niemand kent

Jacob_Anton_Schorer_(1866_-_1957)_-_portrait_-_LGBT_emancipator_-_founder_Nederlandsch_Wetenschappelijk_Humanitair_KomiteeActivisten van nu krijgen vaak het verwijt dat ze Amerika kopiëren. Identity politics en het bijbehorend vocabulaire van privilege zouden dan ongewenste importproducten zijn. Los van de vraag of die aantijging terecht (en relevant) is, klopt het dat we te zeer naar de VS kijken als het gaat om de origine van de lhbtqia-beweging. Die begon namelijk niet, zoals veel mensen denken, met de Stonewall Riots.

De Stonewall Inn was een café waar drag queens, transgender mensen, homo’s, lesbo’s en sekswerkers samenkwamen. Op een nacht in juni 1969 pikten zij een inval van de politie niet en ontstond er een opstand. Hieruit zou zich de lhbt-beweging vormen, en een jaar later vond de eerste Gay Pride plaats om het protest te eren. Andere landen volgden Amerikaans voorbeeld en zo kregen ook wij in Nederland ons homoprotest. Het is een mooi verhaal, maar historisch onjuist.

De wortels van de Nederlandse homorechtenbeweging liggen niet in de VS maar in Duitsland, en niet in de jaren ’60 maar aan het einde van de negentiende eeuw. Duitsland was toen een nieuwe natie met moderniteit hoog in het vaandel. Er was sprake van snelle urbanisatie, secularisatie en de opkomst van een nieuwe middenklasse. Joden waren aan het emanciperen en dat was een voorbeeld voor andere minderheden.

De progressieve Berlijnse politie stopte in 1895 met het invallen van homobars en in 1897 richtte seksuoloog Magnus Hirschfeld de eerste lhbt-mensenrechtenorganisatie op, het Wissenschaftlich-humanitäres Komitee, gericht op het vrijweren van vervolging van homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgender mensen. Het zou de weg vrijbanen voor een cultuur van openlijke homoseksualiteit in de jaren ’20. De nazi’s draaiden deze beweging de nek om. Tijdens de boekverbrandingen van 1933 verdwenen de archieven van Hirschfeld in het vuur.

Dit activisme verspreidde zich naar Nederland. Jonkheer Jacob Schorer was een Nederlandse jurist die in 1903 wegens een schandaal met een minderjarige jongen naar Berlijn vluchtte. Hij ging in de leer bij Hirschfeld en werkte mee aan zijn onderzoek. In 1910 keerde hij terug naar Nederland, waar hij twee jaar later een Nederlandse tak van het Komitee startte. Dit zou later het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee gaan heten en het was de eerste organisatie in Nederland die zich inzette voor homo-emancipatie.

Een belangrijke taak van het Komitee was de strijd tegen Artikel 248-bis, onze eigen anti-homopropagandawet. Dit artikel uit het strafrecht verbood seksuele omgang tussen meerderjarigen en minderjarigen van hetzelfde geslacht. De meerderjarigheidsgrens was 21 jaar, terwijl de minimumleeftijd voor hetero’s 16 jaar was. De wet was bedoeld om verspreiding van homoseksualiteit tegen te gaan: het idee was dat onschuldige tieners verleid werden en daarvan homo werden.

Artikel 248-bis werd gebruikt om homoseksuelen te monitoren. De zedenpolitie hield lijsten bij, werkgevers en familie werden soms op de hoogte gesteld. Er werd gesurveilleerd bij urinoirs (bekende cruiseplekken) en bij huizen. Bijeenkomsten werden binnengevallen, onder het mom van vermoedens van aanwezigheid van minderjarigen. In 1971 verdween het artikel uit het strafrecht, onder andere vanwege een demonstratie in januari 1969. De eerste homorechtendemonstratie in Nederland was dus de Stonewall Riots voor.

Die focus op relaties met minderjarigen was niet geheel uit de lucht gegrepen. Zo schreef Hirschfeld dat bijna de helft van de homomannen die hij interviewde op adolescenten viel. Dat gold ook voor Schorer: hij werd op zijn 57ste nog verliefd op de zestienjarige Helmut Imhoff. Die trok bij hem in als ‘pleegkind’. De vergelijking met hedendaagse daddies in de gay cultuur is snel gemaakt, ook al hebben we nu een afkeer van relaties die zich kenmerken door ongelijkheid. Gert Hekma stelde dit jaar in de Mosselezing dat toentertijd seksuele ongelijkheid juist de norm was. Homo’s vielen op hetero’s, maar er werd ook ongelijkheid gezocht in ras-, klasse- en dus leeftijdsverschil.

Schorer overleed op 18 augustus 1957 op 91-jarige leeftijd.

De titel van dit stuk is misleidend. Natuurlijk zijn er mensen die Schorer kennen. In 1967 werd de ‘Jhr. Mr. J.A. Schorerstichting tot exploitatie van consultatiebureaus voor homofilie’ opgericht, later kortweg Schorerstichting. Deze stichting verzorgde informatie en faciliteiten voor de gezondheid van homoseksuele mannen en vrouwen. Er werd ook onderzoek gedaan. In 2012 ging de stichting failliet wegens teruglopende subsidie. Er kwam een Stichting Vriendinnen en Vrienden van Schorer, die een fonds beheert waarmee lhbt-projecten worden gefinancierd en die een jaarlijkse Schorerlezing organiseert.

De term Pride is absoluut overgevlogen uit de VS, en het is belangrijk de voorvechters daar te eren. Het is evenzeer belangrijk om ervoor te zorgen dat iedereen de naam Jacob Schorer kent.