Digitale opdringing

digitaalAls student las ik al graag de Folia. Het was toen een papieren krantje met veel letters, een beetje zoals Propria Cures er nu nog steeds uitziet. Omdat ik politicologie studeerde verkeerde ik veel in het Atrium. Wachtend op een afspraak bekeek ik liever academisch nieuws dan een studieboek. Dankzij Folia wist ik wat er speelde en voelde ik me onderdeel van iets groters.

Ik zocht naar een voorbeeld van zo’n oude Folia Civitatis, zoals de titel toen nog plechtig was, maar online staan alleen de full-colour magazines. Ik heb nooit zo begrepen waar dat glossy gedoe precies voor nodig was. Studenten en medewerkers hoeven niet gepaaid te worden met een shiny buitenkant, het gaat immers om de inhoud. Maar misschien is dit zo’n geval waar je jezelf niet als norm moet nemen:  ik was en ben geenszins representatief. Ik ben trouwens ook geen bladenmaker.

Inmiddels is de hoofdredacteur van Folia dat ook niet meer. Ons geliefde medium is nu online-only. Het is het resultaat van ordinaire bezuinigingsmaatregelen, waaraan – zoals ik hier eerder schreef – een neiging tot het controleren van de vrije universitaire pers ten grondslag ligt. ‘Folia luchtig op weg naar het eigen einde’ schreef Het Parool over de overgang. Altan Erdogan legt in dat stuk netjes uit dat er te veel bladen in de bakken bleven liggen. Print er dan minder, denk ik dan, maak het soberder als de vorm te duur is. Want de push-functie die van de bakken uitgaat is niet te onderschatten. Op het internet zijn duizend dingen te doen als je zit te wachten op een afspraak. Naar de website van Folia gaan is daar niet noodzakelijkerwijs een van.

Toen ik deze inzichten op de kerstborrel met een niet nader te noemen hoofd corporate communicatie deelde, lachte hij me uit. ‘Ik dacht dat jij van online was!’ zei hij, en hij probeerde me te leeftijdshamen. Dat vertoog van ‘de nieuwe tijd’ moet hij wel aanhouden, want dat is de officiële lijn. Ondertussen vindt de universiteit het prima om bergen geld te spenderen aan het glanzende papieren magazine Spui dat alumni van de UvA tweemaal per jaar ongelezen bij het oud papier gooien. Relaties moet je onderhouden en uit het oog is uit het hart.

Mijn columns doen het goed online, al was het maar omdat het web de natuurlijke habitat is van mijn haters. Bestaande studenten en medewerkers die al geïnteresseerd zijn (gemaakt) in universitaire politiek zullen Folia op Twitter en Facebook volgen en op die manier aan hun nieuws komen. Maar dat is niet voldoende voor het vinden van nieuwe lezers en het binden van de academische gemeenschap.

Online moet je jezelf onder de aandacht brengen, via sociale media of ouderwetse e-mail. In Utrecht, waar het universitaire medium DUB ook alleen digitaal bestaat, krijgen alle medewerkers en studenten elke week een nieuwsbrief door hun digitale strot geduwd. Ik hoop dat Folia dit ook geregeld heeft in de ‘onderhandelingen’ met het CvB, want anders krijgt Het Parool heel snel gelijk.

Deze column verscheen eerder in Folia.