Normaliteit is voor de onzekeren

Krafft-Ebing_Psychopathia_sexualis_1886Op feestjes en partijen leg ik graag aan argeloze geesteswetenschappers de normaalverdeling uit. Ik teken dan een klokvorm en trek in het midden vanaf het hoogste punt van de curve een ferme lijn naar beneden: het gemiddelde. Ik leg dan uit wat de standaarddeviatie is en dus wat afwijken van het gemiddelde betekent. Normaliteit in een overzichtelijk schema.

Normaal zijn is niet meer dan dat. Het is je ergens op of rond het gemiddelde bevinden. Het heeft alles te maken met frequentie. Komen jouw gedragingen veel voor, dan zijn ze normaal. Gedragswetenschappen als psychologie en seksuologie gedijen op het bepalen van ‘normaal gedrag’ aan de hand van statistiek. Alles dat ver afwijkt van het gemiddelde is dan niet normaal. Daarbij wordt zelfs veelvuldig gesproken van ‘ongezond gedrag’.

We zien dat bijvoorbeeld bij porno kijken: als iemand dat vaker doet dan ‘normaal’, heet het overmatig gebruik of pornoverslaving. Dit geldt ook voor fetisjen: een beetje sabbelen aan tenen is normaal, maar als iemand zich daar voor het genot volledig op richt, wordt het een parafilie genoemd. Dat klinkt lief en zacht, maar het is een verzamelnaam voor seksualiteiten die als afwijkend worden beschouwd en daarmee bijna automatisch als schadelijk. Tot in de jaren ’70 werd homofilie ook gezien als parafilie.

De wortels van het classificeren van ‘abnormaal’ seksueel gedrag liggen aan het einde van de negentiende eeuw, toen wetenschappers in navolging van Linnaeus een eeuw eerder geobsedeerd raakten met het ordenen van de werkelijkheid. De Duits-Oostenrijkse hoogleraar psychiatrie Richard von Krafft-Ebing nam die taak op zich voor seksualiteit.

Dat werd een gigantisch succes. De eerste editie van zijn Psychopathia Sexualis werd in 1886 gepubliceerd en bevat 45 cases. Het boek werd een wereldwijde bestseller en er zouden uiteindelijk 35 edities verschijnen met honderden gevalsbeschrijvingen. Voor die tijd werden perversies gezien als zonde of misdaad, nu werden het geestesziekten genoemd. En hoewel Von Krafft-Ebing later een bondgenoot werd van de eerste homorechtenactivisten en hij homoseksualiteit niet langer als ziekte zag, is zijn erfenis pijnlijk.

Het ordenen van seksualiteiten leidde ertoe dat de seksualiteit van de meerderheid wordt gezien als normaal en gezond en goed. Met statistiek in de hand hebben de psychiatrie en psychologie als het ware een hiërarchie opgesteld van seksuele gedragingen. Wat niet-normaal (niet-regelmatig) is, wordt gestigmatiseerd: leernichten, BDSM en partnerruil bijvoorbeeld. Maar frequentie zegt niets over gezondheid en de normaalverdeling zegt niets over moraal. Grenzen gaan over wenselijkheid, niet over standaarddeviaties.

Seksuele gedragingen die zich helemaal aan de linker- of rechterzijde van een normaalverdeling bevinden, zijn niet slecht of ongezond. Ze laten de rijkheid van onze seksualiteiten zien, het is een manifest van seksuele diversiteit. Het gemiddelde geeft houvast aan de onzekeren: is mijn piemel niet te klein, heb ik niet te weinig seks, doe ik er niet te kort over? Statistiek kan hen geruststelling bieden, maar het mag nooit ons kompas zijn in de zoektocht naar seksuele normen.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.

Afbeelding: Psychopathia Sexualis, foto door: H.-P.Haack