Zwemmende zaadcellen en afwachtende eitjes: wetenschap is nooit neutraal

bevruchting eicel spermaMannen zijn jagers. Dat is basisbiologie, het evolutionair perspectief. Mannen zijn actief. Terwijl zij doen, wachten vrouwen af. Dat geldt niet alleen voor het vangen van het vlees, maar ook op seksueel vlak. Mannen zitten achter vrouwen aan, veroveren ligt in hun natuur. Niet alleen mannen zijn viriel en flink, ook hun zaad is dat. Spermatozoïden zijn jagers; daadkrachtige zwemmers die het passieve eitje binnendringen – mooi verbeeld in de begintitels van Look Who’s Talking (1989). Dit aansprekende beeld blijkt een wetenschappelijk sprookje.


De begintitels van Look Who’s Talking (1989).

In 1991 publiceerde de Amerikaanse antropoloog Emily Martin een debunk van dit dominante vertoog over de menselijke voortplanting. In een artikel met de fantastische titel The Egg and the Sperm: How Science Has Constructed a Romance Based on Stereotypical Male-Female Roles laat ze zien hoe het wetenschappelijk taalgebruik over reproductie vol zit met stereotypen over mannen en vrouwen.

De vrouw heeft bij geboorte al eitjes. Haar proces is er een van degeneratie en ouderdom. Voor je het weet zijn die eitjes over datum. Menstrueren wordt gezien als een proces van afscheiden, van afval. Waar de vrouw elke maand een eitje verliest, produceert de man elke dag miljoenen spermacellen. Die overdadige productie wordt echter nooit als verspilling gekenschetst. Noch wordt belicht dat de vrouw die eitjes laat volgroeien.

Ook bij de bevruchting zien we dat het taalgebruik gendered is: het eitje gedraagt zich ‘vrouwelijk’ en het zaad ‘mannelijk’. Het eitje is passief, het doet niks zelf: in de eileider wordt het ‘getransporteerd’ of ‘voortbewogen’. Sperma daarentegen ‘bezorgt’ de genen bij het eitje, de cellen ‘activeren het ontwikkelingsprogramma’ van het eitje. Onder spermatozoïden heerst competitie en er wordt over gesproken in termen van hiërarchie en opoffering. Ze krijgen kracht en snelheid toegeschreven.

‘Together with the forces of ejaculation, they can ‘propel the semen into the deepest recesses of the vagina’. For this they need ‘energy’, ‘fuel’, so that with a ‘whiplashlike motion and strong lurches’ they can ‘burrow through the egg coat’ and ‘penetrate’ it’ (p. 489).

Het eitje is een soort Schone Slaapster. Als een prinsesje dat wacht op de verlossende kus van haar prins, zo wacht het eitje samen met haar dienaarcellen tot het sperma zijn queeste heeft voltooid.

‘One popular account has it that the sperm carry out a ‘perilous journey’ into the ‘warm darkness’, where some fall away ‘exhausted’. ‘Survivors’ ‘assault’ the egg, the successful candidates ‘surrounding the prize’. Part of the urgency of this journey, in more scientific terms, is that ‘once released from the supportive environment of the ovary, an egg will die within hours unless rescued by a sperm”(p. 490).

Eitjes zijn dus kwetsbare en afhankelijke damsels in distress, terwijl de reddende ridder Sperma autonomie en handelingsbekwaamheid toegeschreven krijgt.

Het sprookje van het eitje en de zwemmers is een goed voorbeeld van hoe wetenschap nooit neutraal is. De taal die we gebruiken om processen in de natuur te beschrijven is immers gekleurd door onze cultuur. Bovendien is het beeld gebaseerd op achterhaalde kennis.

De voortbeweging van spermacellen blijkt niet zo krachtig en ze zijn al helemaal niet in staat eigenhandig door de wand van de eicel te breken. In plaats daarvan is er sprake van samenwerking: het eitje en de spermacel verbinden zich met elkaar waarna acrosoomreactie* kan plaatsvinden en er zich een nieuwe cel vormt. Martin laat zien dat ook recentere uiteenzettingen van dit proces niet ontsnappen aan genderstereotiep taalgebruik: het eitje wordt dan een femme fatale die als een spin in een web mannetjes afslacht.

[* Een acrosoomreactie is de versmelting van membranen, waardoor enzymen vrijkomen die nodig zijn om de zaadcel door de harde buitenste wand van de eicel te laten doordringen. Door het versmelten van de mannelijke en de vrouwelijke kern ontstaat een nieuwe cel, de zygote, waaruit het embryo zich ontwikkelt.]

Martin schreef het artikel in 1991. Hoe relevant is dat nu nog? Een studie uit 2014 analyseert hoe de bevruchting wordt beschreven in Britse handboeken, van middle school (9-13 jaar) tot medical school. De auteurs concluderen dat er veel verbeterd is, maar dat er vaak nog steeds een beeld geschetst wordt van dappere zaadjes die op reis gaan in een vijandige vagina. De actieve rol van het eitje blijft daarbij onderbelicht. Sperma wordt vaak als menselijk voorgesteld, terwijl bij het eitje meer wetenschappelijke, neutrale taal wordt gebruikt.

Het vertoog van daadkrachtige zwemmers en afwachtende eitjes spreekt tot de verbeelding omdat het zo goed aansluit bij de dominante manier van denken over mannen en vrouwen. Dit vertoog bestrijden is geen kwestie van taalpolitiek. Dat zoveel mensen niet goed weten hoe baby’s worden gemaakt omdat we graag de viriliteit van mannen onderstrepen is niet alleen bedenkelijk, maar vooral ook sneu.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.