In de jaren 70 was lesbisch zijn een politieke keuze

FeministWie vandaag de dag nog denkt dat homoseksualiteit een keuze is, wordt in Nederland smalend uitgelachen. Dit gedachtegoed ligt al een tijdje achter ons – wij weten heel keurig dat geaardheid aangeboren is. Maar als je in de Tweede Golf wilde bewijzen dat je een goede feminist was, koos je voor het lesbisch zijn. Wie dat niet deed, moest aan de schandpaal.

In de jaren 70 kwamen in de vrouwenbeweging praatgroepen op: clubjes die zonder mannen bespraken wat het nou betekende om vrouw te zijn. In dat warme nest wisselden ze hun teleurstelling uit over seks met de echtgenoot en experimenteerden ze onderling met tederheid en aanraking. In een mix van ideologische radicalisering en revolutionaire verkenningsdrang ontlook een andere kijk op seksualiteit.

Voorheen hadden feministen juist heel erg hun best gedaan om iedere associatie met lesbisch zijn (traditioneel mannenhaters of manwijven) te vermijden – actiegroep Dolle Mina schoof de knapste Mina’s naar voren om heteroseksualiteit uit te stralen. Wellicht daardoor hadden lesbische vrouwen zich weinig thuis gevoeld in de vrouwenbeweging. Bij het COC konden ze ook al niet terecht: dat werd gezien als een mannenclub. Lesbiennes werden dus dubbel genaaid.

Br. ond. nr. 7152 bur. VN

In 1971 verscheen een bijzondere advertentie in Vrij Nederland:

‘2 vriendinnen, het COC en andere kontakt- en opvangmogelijkheden beu (kontakt maak je er niet, opvang is niet ons probleem en anyway they do a male thing) zoeken vrouwen van 18-95 jr., al dan niet met ideeën, om te komen tot een hip en pienter sfeertje’.

De twee hadden in New York gezien hoe lesbische vrouwen samenkwamen om te discussiëren over hun bijzondere positie. Samen met de vrouwen die reageerden zouden ze Purperen Mien vormen, een soort actiepraatgroep waarin lesbisch zijn de norm was.

Hun wapen was de pen. Purperen Mien schreef brieven waarin ze betoogden dat geen vrouw wist wie of wat ze was. Vrouwen waren namelijk niet gewoon vrouw, ze waren geconditioneerd tot vrouw. Ze konden dus niet weten of ze he, ho of bi waren, want ze kenden zichzelf helemaal niet.

Later dat jaar verscheen er nog zo’n advertentie in Vrij Nederland, maar dan in wat minder flashy taal. Een ‘academisch gevormd vriendenpaar’ zocht contact (excuus: kontakt) met ‘vrouwen met ideeën’. De opstellers hadden gezocht naar een plek of organisatie waar ze zich wel welkom voelden. Hanneke van Buuren en Nel Welle Donker konden die niet vinden en dat wilden ze gaan fiksen. Ze vermoedden dat er: ‘honderden intellektuele vrouwen [zijn], die bewust of half-bewust, ongehuwd of gehuwd, homofiel zijn’.

Ze kregen gelijk: er bleken enorm veel vrouwen te zijn die zich geïsoleerd voelden in hun lesbisch zijn. Groep 7152 – vernoemd naar het briefnummer van de advertentie – was geboren.

Van Buuren en Welle Donker waren getrouwd, maar niet met elkaar. Dat kon toen immers helemaal niet. Ze hadden beiden een man. Groep 7152 stond dan ook voor niet hoeven kiezen tussen lesbisch of hetero. Je kon gewoon van je man en kinderen houden, maar met een vrouw de vleselijke liefde (willen) bedrijven. Dat was behoorlijk afwijkend. Feminisme schreef toen namelijk voor dat je direct bij je kerel wegging als je lustgevoelens voor vagina’s bij jezelf bespeurde.

Groep 7152 wilde af van hokjes. Ik vind dat voor die tijd heel progressief. Hun tijdsgenoten vonden het echter maar niks. In 7152 zaten vooral dertigers die vaak getrouwd waren of getrouwd waren geweest. Ze stonden te boek als gematigd. De tijdsgeest vroeg om iets anders, om radikale aktie met harde K’s. En die zou er komen.

Lesbische guerrilla

Maaike Meijer was 22 jaar oud in 1972. Ze studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en zat in al het rumoer. In 1989 keek ze terug:

‘Ik herinner me dat als een tijd waarin alles op scherp stond. Alles wat je deed, schreef, dacht en zei deed terzake en had consequenties. Er kwam een politieke dimensie in mijn leven waarbij vergeleken mijn eerdere politieke activiteiten (in de studentenbeweging) verbleekten tot spelletjes in de zandbak. Tegelijk was het ook een periode van ongelooflijk plezier. De rol van querulant, die aan Paarse September werd opgelegd en die we zelf ook creëerden, speelden we met overgave. We werden provocerend gevonden, en gingen van de weeromstuit ook provoceren. Niet alleen door termen als ‘seksefascisme’… en door krachtig taalgebruik als ‘huwelijk en gezin zijn de trainingskampen van het patriarchaat, maar ook door het gebruik van de parodie als stijlmiddel’.

Als je het zo leest, lijkt het best geinig. Maar Paarse September waar Meijer onderdeel van was, was berucht. In 1989, veertien jaar na dato, was de club ‘nog steeds in staat mede-feministen tot tranen toe te bewegen’. Historica Anneke Ribberink spreekt over ‘daverende ruzies’ en haar collega Paula Koelemij plakt er de term ‘lesbische guerrilla’ op. Wat was er aan de hand?

Vier leden van Purperen Mien, waaronder Meijer, vonden het bestaande feminisme te halfzacht. Ze richtten in september 1972 Paarse September op, een verwijzing naar de Palestijnse terreurorganisatie Zwarte September. Niet dat ze van plan waren aanslagen te gaan plegen. Ze wilden het patriarchaat wel opblazen, maar dan met een blad, ingezonden brieven en ‘bewustwordingsprikken’. In het eerste nummer van het gelijknamige blad legde medeoprichter Stephanie de Voogd haar bedoeling uit:

”De’ beweging is een hetero beweging waarin lesbiennes getolereerd worden, waarin hetero problemen – huwelijk, hetero relaties en de trammelant daaromheen, hetero seks, moederschap en ga zo maar door – voorop staan en over die problemen mogen lesbiennes dan meepraten. Alleen moet het dan wel gezellig blijven natuurlijk, ze moeten bijvoorbeeld niet op de kern van de zaak afgaan door te vragen hoe radikaal feminisme en heteroseksualiteit überhaupt met elkaar te rijmen zijn. […] Het radikaal feminisme is allesbehalve radikaal, en daarom ben ik eruit gestapt. Want, zoals de Black Panthers al zeiden: ‘If you’re not part of the solution, you’re part of the problem, baby”.

Weg met tolerantie en gezellig mee mogen praten. Paarse September was militant en luidruchtig. Ze vestigden frontaal de aandacht op seks en het gebrek aan vrouwelijke orgasmes in een heterorelatie. In de ogen van Paarse September pleegden de bestaande feministen constant verraad aan de eigen sekse door vrouwen te willen redden. Zij konden dat niet los zien van de allesverzengende heteroseksualiteit die je werd opgelegd in de opvoeding.

Paarse September had geen vertrouwen meer in feministen die hun heteroseksualiteit niet principieel wilden opgeven. In hun krantjes speelden ze keihard op de persoon. In een tijd waarin het woord lesbisch al schokkend was, waren de opvattingen van Paarse September onverbloemde provocaties. Het gevolg: ze werden overal uitgenodigd.

Hoewel Paarse September een groepje was van maar vier vrouwen, hebben ze een enorme stempel gedrukt op de Tweede Golf. Dat kwam enerzijds omdat ze iedereen op de kast kregen. Ze waren gewoon niet áárdig. Anderzijds dankten zij hun faam – die reikte tot in de VS – aan hun meest beruchte uitspraak: lesbisch zijn is een politieke keuze.

Heteroseksualiteit is niet natuurlijk

Met de praatgroepen en Groep 7152 was het heel normaal geworden dat je als feminist vrijblijvend een vriendinnetje had om – in de woorden van die tijd – mee te vrijen. De leden van Paarse September noemden het schamper nood-homofilie: ‘Nood-homofilie dus, in dienst van een problematisch geworden heterofilie. Met een vriendinnetje achter de hand is het huwelijk nog wel een poosje vol te houden, en intussen hoef je niets werkelijk op te lossen’.

Dan ben je dus als Tweede Golver lekker aan het experimenteren met je seksualiteit, is het nog niet goed! En daar ligt een punt dat voor Paarse September cruciaal was: lesbisch zijn ging niet alleen over lichamelijke relaties aangaan –vrijen – nee, lesbisch zijn was politiek.

In 1972 publiceerde Folia een interview met Paarse September met als kop ‘lesbisch zijn is een politieke keuze’. Het trok ieders aandacht. Veel media en feministen begrepen het verkeerd en dachten dat alle vrouwen voortaan moesten scharen – in de woorden van onze tijd. Dat was niet het idee: politiek lesbisch zijn kon je ook zonder geliefde. Het draaide erom dat je nadacht over de dwingende heteronorm waarbinnen homoseksualiteit verboden was. Lesbisch zijn binnen het feminisme betekende dan de vrijheid van vrouwen in leven en liefde.

Lesbisch zijn is een politieke keuze, Folia, 1972

Lesbisch zijn is een politieke keuze, Folia, 1972

Noor van Crevel, die eerder Purperen Mien was begonnen, schreef in een nummer van Paarse September dat ze gedwongen was te trouwen. Ze was namelijk geconditioneerd (daar is dat woord weer) tot heteroseksueel en dat was niet haar vrije wil. Haar vrije wil had haar lesbisch gemaakt: haar doen realiseren dat ze voor iets anders kon kiezen. Stéphanie de Voogd legde het met sperzieboontjes uit.

Als je alleen sperziebonen mag eten, is er geen keuze. Als er dan op een dag een tegenbeweging ontstaat die het eten van bloemkool, andijvie en spruitjes van de zwarte markt promoot, maar iemand toch sperziebonen blijft kopen, is die persoon ongeloofwaardig. Het mag best, en het kan best zijn dat die persoon gewoon echt van sperziebonen houdt. Maar het kan ook zijn dat die persoon gewoon geen trammelant wil. Het is niet overtuigend. Iets is pas echt een keuze als een alternatief eerst verkend en geëvalueerd was.

Paarse September hield er in 1974 mee op, omdat ze er zelf genoeg van hadden steeds als karikatuur op te komen draven in de media en bij debatten. Maar de praatgroepen en vrouwenhuizen stegen toen nog in populariteit, en het politiek lesbisch zijn schoot daar met al het geëxperimenteer wortel. Verliefd worden op een vrouw werd een logische stap in het bewustwordingsproces dat de Tweede Golf kenmerkte. Feminisme kwam gelijk te staan aan kiezen voor vrouwen, en dat kon je ook in bed doen. Dat je daarvoor ook seks met mannen had gehad was geen probleem: het ging immers om een proces.

Aan het einde van de jaren 70 was het tij volkomen gekeerd. Deden feministen aan het begin van de Tweede Golf nog hun best om niet met lesbiennes geassocieerd te worden, was lesbisch zijn aan het einde van de periode juist de ultieme badge van feministisch zijn: hoe lesbischer, hoe feministischer, hoe radicaler.

Identity politics

Hoewel dit zich meer dan veertig jaar geleden afspeelde, klinkt het helemaal niet zo ouderwets. Ook nu mengen activisten veel Engelse termen in hun vertogen. Ze krijgen dan de schuld van het importeren van identity politics uit de VS. Blijkbaar weten hun critici niet dat Nederlanders al in de roerige jaren 70 kampioenen waren in het bedrijven van politiek op identiteit.

Een andere overeenkomst is het onderlinge venijn. Ook nu krijgen linkse herrieschoppers te horen dat ze meer solidair met elkaar moeten zijn willen ze iets gedaan krijgen. Een verschil: Paarse September was maar een klein groepje dat de media wist te domineren zonder dat dit benoemd werd. Nu wordt de groep die vraagt om hervorming – als het gaat om geïnstitutionaliseerde vormen van seksisme, homofobie, racisme en transfobie bijvoorbeeld – steevast weggezet als kleine groep, terwijl ze juist met veel meer zijn.

Tot slot denken we dat alles anders is in tijden van sociale media. Daar worden activisten uitgemaakt voor de meest rotte vis. Ook dat is niet nieuw. Toen Hanneke van Buuren in 1970 opinieartikelen over feminisme ging schrijven, kreeg zij een bak kots over zich heen die we nu associëren met de donkere krochten van Twitter:

‘[I]k kreeg 17 anonieme telefoontjes van mannen en vrouwen. In negen daarvan werd ik uitgescholden voor ‘vuile hoer’, en in acht voor ‘vuile lesbienne’. Aangezien ik toen noch het een noch het ander ooit publiekelijk beoefend had, ben ik me beginnen af te vragen wat voor image vrouwenemancipatie dan wel had bij de goegemeente’.

Nu zijn zeventien telefoontjes niet hetzelfde als 10.000 haattweets, maar het onderliggende proces van disciplinering is gelijk.

Overigens is het met dat politiek lesbisch worden verder nooit wat geworden. Seksualiteit laat zich niet afdwingen. Maatschappelijke verandering gelukkig wel.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.