Niet mannen maar hetero’s zijn het probleem

#metooEr is iets raars aan de hand met MeToo. Hoewel er ook mannelijke slachtoffers zijn, lijkt het een beweging van vrouwen tegen mannen, omdat vrouwen boos zijn over wat mannen hen aandoen. Het probleem wordt gezocht in fucked-up mannelijkheid. Maar is dit niet een probleem van heteroseksualiteit?

Twee van de drie grote zaken in Nederland kenden mannelijke slachtoffers: Jelle Brandt Corstius en de 37 acteurs die Job Gosschalk beschuldigden. Ook in een veel besproken Amerikaanse zaak, die rond Kevin Spacey, was het slachtoffer man. Toch gaat het in de columns, talkshows en opinieartikelen vrijwel uitsluitend over de omgang tussen mannen en vrouwen – waarbij een stuk van Manju Reijmer met de veelzeggende titel ‘We moeten het hebben over grensoverschrijding onder homomannen’ de uitzondering is die de regel bevestigt.

Seksuele intimidatie en seksueel geweld komen voort uit machtsmisbruik. Dat is niet voorbehouden aan één sekse: ook vrouwen gebruiken geweld, zowel tegen mannen als tegen vrouwen, en ook mannen worden getroffen, zowel door mannen als door vrouwen. Statistieken laten zien dat mannen vaker dader zijn, maar dat komt omdat zij vaker macht hebben – zoals ik eerder op deze plek betoogde.

Bij aanvang ging de MeToo-beweging over aanranding en verkrachting, maar – zoals dat altijd gaat bij mediahypes – werden er later andere onderwerpen bijgetrokken. De kwestie rond Aziz Ansari was zo’n nieuw onderwerp: de aanklacht tegen hem was niet grensoverschrijding, maar het niet lezen van signalen. Naar aanleiding daarvan schreef Lili Loofbourow over ‘the female price of male pleasure’. Vrouwen merken pijn en gebrek aan plezier op tijdens seks, omdat onze cultuur ons leert dat we het genot van mannen moeten maximaliseren.

Haar argument raakt aan de notie van verkrachtingscultuur en werd dan ook gretig gedeeld door vrouwen die vinden dat we daarin leven. Beide ideeën hebben hun wortels in het radicaalfeminisme, een stroming ontstaan in de jaren die ferm anti-seks en anti-man is. Daar zitten de feministen die bijvoorbeeld vinden dat alle penis-in-vagina-seks eigenlijk verkrachting is. Zulke visies belemmeren zinnig zicht op de seksuele omgang tussen de seksen.

Loofbourow lijdt daar ook aan. Het probleem dat zij beschrijft bestaat, maar is geen kwestie van mannen-tegen-de-vrouwen. Het is een probleem van heteroseksualiteit. Hetero’s zijn bijzonder slecht in het communiceren van wensen en grenzen. Lesbiennes komen veel meer klaar dan heterovrouwen en onder homomannen is het heel normaal om eerst je positie te zeggen en dan pas ‘hallo’. De slechte heteroseks is niet de schuld van mannen, maar van het systeem van heteroseksualiteit.

Vroeger leerde de kerk ons dat seks viesbah was. Toen we daar eindelijk een beetje van loskwamen, bedachten we dat we in bed gelijkwaardig moesten zijn. Hoewel seksuele voorlichting benadrukt dat het reuze belangrijk is om te communiceren, wordt hetero’s op alle andere plekken aangeraden voorkeuren voor jezelf te houden. Hard geneukt willen worden of willen klaarkomen in iemands gezicht worden gezien als strijdig met de ‘emotionele connectie’ waarvan hetero’s menen dat het seks beter maakt – zie mijn eerdere column ‘Match je fetisj’.

Het is bijzonder hoe lang MeToo al de media-agenda weet te domineren. De blijvende gevolgen ervan zijn nu nog moeilijk in te schatten. Laten we hopen dat die verder gaan dan een paar ontslagen mannen. Naast openleggen moeten we ontrafelen, naast aankaarten moeten we analyseren. Het is daarbij niet zinvol alle seksuele omgang tussen mannen en vrouwen verdacht te maken. Dat speelt tegenstanders in de kaart (‘nu mag flirten ook al niet meer!’) en het riekt naar radicaalfeminisme, een stroming ontstaan in de jaren zeventig. Het ongemak tussen hetero’s komt niet voort uit machtsverschillen of biologische drang, maar uit problematische omgangsvormen. Die moeten we buiten de context van MeToo bevragen, want je gunt ook hetero’s goede seks.

Deze column verscheen eerder op Folia.