Voorraadje libido

Kurt CobainWaarschijnlijk was het niet de eerste keer dat ik ‘libido’ hoorde, maar ik associeer het woord altijd met Nirvana. Als veertienjarig meisje had ik al aardig wat Cosmo’s gelezen en was ik bekend met het idee van seksueel verlangen. Het stond voor mij altijd vast dat libido bestond en dat mensen het in verschillende mate hadden. Om me heen zag ik duidelijk variatie in seks willen, in meer geneigd zijn tot geilheid.

Libido conceptualiseerde ik als een voorrraadpakketje. Vetrolletjes, maar dan positief. Mensen met een hoog libido zijn seksueler. Libido was, zo dacht ik, net als molligheid deels aangeboren en deels te wijten aan omstandigheden. Ik stond niet alleen in die gedachte. Genoeg vriendinnen rapporteerden immers dat ze dankzij de pil minder libido hadden – en meer vetrolletjes.

Dat idee blijkt achterhaald, zoals met wel meer dingen die je uit Cosmo hebt geleerd. In december sprak ik op een debatavond over porno. Na mij kwam seksuoloog Erik van Beek die me van mijn stoel deed vallen. De opvatting dat er een voorraad aan zin is, in zijn woorden ‘een soort aquarium met lust of behoefte’, klopt niet. Libido hoeft ook niet afgeroomd te worden omdat het aquarium anders overstroomt en je gek wordt. Verkrachters of vreemdgangers die met dat argument aan komen zetten lullen maar wat.

Van Beek verwees me na een verzoek om leestips door naar het recente standaardwerk Seks! Een leven lang leren van Rik van Lunsen en Ellen Laan. Die titel is raak gekozen, want er is nog veel te leren over seks. Bijvoorbeeld dat je helemaal niet eerst zin moet hebben om opgewonden te kunnen worden. En ik dacht altijd dat dit een voorwaarde was!

Prikkels 
Van Lunsen en Laan schrijven dat je pas zin in seks krijgt als je iets seksueels gaat doen én als je verwacht dat dit een prettige ervaring gaat zijn. Om dat te kunnen beleven is er biologisch weinig nodig. Je brein en geslachtsdelen moeten gevoelig zijn voor seksuele prikkels. Voor de rest is zin een kwestie van omstandigheden: wat zijn de prikkels, komen ze op een goed moment en onder goede omstandigheden?

Vaak is dat niet het geval. Bovendien werken nare ervaringen uit het verleden belemmerend. Van Lunsen en Laan maken hier een vergelijking met eten:

‘[J]e zult, tenzij je sterft van de honger, zeker geen zin in eten hebben als je van tevoren weet dat je iets voorgeschoteld krijgt wat je absoluut niet lust of niet besteld hebt. Ook zul je niet nog een keer gaan eten in een restaurant waar de laatste keer dat je daar at, het eten naar niets smaakte. Hoe kun je zin in seks hebben als het de vorige keren steeds pijn deed of wanneer je verwacht dat je partner net zoals altijd geen gehoor geeft aan jouw seksuele wensen?’ (p. 171)

Je hoeft ook geen honger te hebben om op zoek te gaan naar eten. Of om te besluiten dat je gezellig aanschuift bij een ander. Desnoods bestel je dan iets kleins. Als je nog niet seksueel geprikkeld bent, maar je daar wel voor openstelt – bijvoorbeeld omdat je partner zin heeft – kan de zin dus vanzelf komen. De auteurs voegen daaraan toe dat je niet altijd aan jezelf hoeft te denken: er is niks mis met het geven van een cadeautje zonder zelf iets terug te willen.

Eerst stimulus, dan reactie 
Zin in seks, zo betogen Van Lunsen en Laan gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, is geen voorwaarde voor seksuele respons, maar een onderdeel daarvan. Zin en opwinding zijn niet van elkaar te onderscheiden. Verlangen is een gevolg van reageren op prikkels. Er is eerst de stimulus (een gedachte, een aanraking, een video van drie mensen die lekker los gaan met elkaar) en dan de respons, de fysiologische reactie. En vervolgens beslis je wat je gaat doen: ‘het’ of niet.

‘Smells like teen spirit’ gaat over apathie en conformisme. Als Kurt Cobain in het refrein ‘my libido’ schreeuwt gaat het om zijn gebrek aan lust – voor wat dan ook. Grunge kwam te staan voor verlangen naar een verlangen. ‘Teen spirit’ wortelde zich in mijn puberbrein. Ook al bestaat libido niet zoals ik dacht, dankzij mijn bakvis-seksobsessie voor Cobain zal het nummer voor mij altijd lustopwekkend zijn.

Deze column verscheen eerder op Folia.