Anticonceptie: vijftig jaar een kwetsbaar mensenrecht

zwanger niet zwangerAls vrouw die geen kinderen wenst, heb ik een rare relatie met mijn baarmoeder. Ik gebruik hem nu niet en ben dat ook in de toekomst niet van plan. Toch zijn er allerlei mensen die mij reduceren tot mijn baarmoeder: je bent pas écht vrouw als je het moederschap kent. De mogelijkheid daaraan te kunnen ontsnappen is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de twintigste eeuw.

Deze week is het precies vijftig jaar geleden dat anticonceptie werd opgenomen als mensenrecht, in de Declaratie van Teheran tijdens de International Conference on Human Rights. Anticonceptie stelt vrouwen in staat eigenaar te zijn van eigen leven. Voor de pil was je bestemmingsplan duidelijk: baby’s maken. En omdat je vaker dan tweemaal seks in je leven hebt, kon het aantal zwangerschappen hoog oplopen. In het christelijke westen zorgde de kerk er bovendien voor dat met oudere, onbetrouwbare voorlopers weinig geëxperimenteerd werd.

De kinderen die vrouwen baarden belemmerden hun toegang tot onderwijs en verhinderden autonomie. Het kroost bond je aan huis en husband. De keuze die wij nu hebben – geen kinderen of een beperkt aantal kinderen – is radicaal en revolutionair. Het heeft ervoor gezorgd dat vrouwen voor het eerst in de geschiedenis financieel onafhankelijk van mannen konden worden. De gevolgen daarvan zijn nog onduidelijk, we zitten nog middenin deze voortschrijding.

Dat de pil bestaat betekent niet dat iedereen er toegang toe heeft. Hoewel we graag denken dat Nederland voorloper in de wereld is, staan we op de vijfde plek van de Europese Contraception Atlas. Boven ons pronken Finland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en als koploper onze afsplitsers België. In die landen is er betere toegang tot informatie en wordt er meer vergoed door de staat. Onze score wordt vooral naar beneden getrokken omdat sinds 1 januari 2011 de pil niet meer in het basispakket zit voor vrouwen boven de 21 jaar. De VVD vindt dat niet nodig.

In Nederland gebruikt meer dan zeventig procent van de vrouwen van 16 tot en met 49 jaar anticonceptie, zo blijkt uit cijfers van Rutgers. Dertig procent van de vrouwen slikt de pil, daarnaast zijn het spiraal (17 procent) en het condoom (14 procent) populair. Het gaat niet altijd goed. Vijf procent van de vrouwen gebruikte in het afgelopen jaar minstens één keer de morning-after-pil. Die kun je trouwens zonder recept halen bij de apotheek. Van dat redmiddel wordt niet altijd gebruik gemaakt: bijna drie procent van de vrouwen was in het afgelopen jaar ongepland zwanger. In 2016 (meest recente cijfers) onderbraken 30.144 vrouwen in Nederland een zwangerschap. Abortus dus.

In de jaren 70 en 80 streden feministen voor het recht op abortus. Het waren de grootste acties van de vrouwenbeweging. Onder de naam Wij Vrouwen Eisen demonstreerden vrouwen van alle rangen, standen en kleuren voor het recht om een zwangerschap af te breken. Ze eisten drie dingen: abortus uit het wetboek van strafrecht, abortus in het ziekenfondspakket, en de vrouw beslist.

De bekende baas-in-eigen-buik-beelden maken deel uit van het collectieve geheugen en we staan internationaal bekend om ons lage aantal abortussen. En toch waren de feministen van toen niet succesvol. Bepaalde vormen van abortus zijn nog steeds strafbaar (bijvoorbeeld abortus na de 24ste week) en abortus wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering (maar vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Daarnaast zit er bevoogding in de wet: je kunt niet op eigen houtje naar een kliniek maar je hebt een verwijzing van de huisarts nodig, waarna ook nog eens vijf dagen bedenktijd in acht genomen dient te worden.

Bovendien is het recht op abortus niet vanzelfsprekend. Zo verspreidt de streng-christelijke organisatie Schreeuw om Leven met enige regelmaat plastic poppetjes op ware grootte van een foetus van tien weken, in brievenbussen en op pleinen. Dat kan je een kleine groep fundamentalistische weirdo’s vinden, maar ze hebben wel de steun van coalitiepartij de ChristenUnie, die samen met de SGP officieel met hen meebidt voor het afschaffen van abortus.

Onze verworven rechten zijn kwetsbaar. De Amerikaanse serie The Handmaid’s Tale, waarvan onlangs het tweede seizoen van start ging, confronteert ons daarmee. Gebaseerd op het gelijknamige boek van Margaret Atwood toont deze science fiction hoe rechts-religieuzen stapje voor stapje de emancipatie van vrouwen kunnen terugdraaien. In de dystopie die dan ontstaat worden fertiele vrouwen door christelijke leiders iedere maand onder toeziend oog van hun onvruchtbare echtgenotes verkracht. Het is de ultieme terugbrenging van de vrouw tot één functie, een horrorbeeld dat me dankbaar maakt voor de omstandigheden waaronder ik leef, en strijdbaar om ze te behouden.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.