Asscher, de afrekenkamer en universitaire aansprakelijkheid

De Wallen AmsterdamDe Wallen zijn al heel lang de Wallen niet meer. Toen ik ging studeren in de binnenstad, lagen er nog heroïnenaalden en mensendrollen in de steegjes. Toen was het er vuig, nu is het er vooral vervelend. Daar kan je de hordes toeristen de schuld van geven, ik spreek liever de gemeente erop aan.

Zij begon in 2007 met een ambitieus plan om de Wallen op te knappen: Project 1012. Omdat je met ‘we willen gentrificeren’ weinig draagkracht vergaart, framede toenmalig wethouder Lodewijk Asscher zijn prestigeproject als het tegengaan van mensenhandel. Amsterdammers mochten het niet laten gebeuren dat vrouwen meermaals per dag werden verkracht. Asscher vond zijn draagkracht en de gemeente begon met het sluiten van ramen en coffeeshops, op kosten van de belastingbetaler en tot groot verzet van sekswerkers en andere betrokkenen in de buurt.

Deze week publiceerde de Amsterdamse rekenkamer een vernietigend onderzoeksrapport over Project 1012: ‘het heeft niet geleid tot de gewenste economische opwaardering van de oude binnenstad van Amsterdam en een doorbraak van de criminele infrastructuur’. Er zijn wel 112 ramen en 48 coffeeshops gesloten. Het werd daardoor extra druk in het stukje rosse buurt dat overbleef: de toeristen komen immers voor seks en wiet.

De rekenkamer laat zien wat ervoor in de plaats kwam: fastfood en ijs, precies de monocultuur waar de afgelopen jaren door Amsterdammers en niet-Amsterdammers zo op gekankerd is. Het onderzoeksinstituut meldt de onvrede van de buurt, en tekent en passant ook nog even het aantal slachtoffers van mensenhandel op. Op basis van lopende Amsterdamse strafzaken constateren ze dat er 119 slachtoffers van mensenhandel zijn geweest tussen 2005 en 2016. Dat zijn er 119 teveel, maar het aantal staat op geen enkele manier in relatie tot de doembeelden die Asscher schetste of tot de schattingen die vandaag de dag de wereld ingegooid worden.

Het onderzoek komt voor veel belanghebbenden te laat, maar het is fijn dat het er is. De rekenkamer heeft als taak te onderzoeken ‘of het lokaal bestuur volgens de regels handelt, de afgesproken doelen realiseert en of er daaraan niet meer geld wordt uitgegeven dan nodig’. Het is een zelfstandig instituut met een goede reputatie en het Amsterdams college reageert dan ook op de conclusies en aanbevelingen.

Wat zou het geweldig zijn als zoiets ook bestond voor universitaire besturen. Er valt immers genoeg te onderzoeken. Te denken valt aan de UvA, waar faculteiten gedwongen moesten verhuizen vanwege bouwzucht. Of aan het algemeen geldende universitair beleid van vage aanstellingsconstructies voor promovendi en tijdelijk personeel. Beter Onderwijs Nederland voert nu een rechtszaak over verengelsing, maar waarom niet een ongebonden onderzoek naar de werkzaamheid van het Engelstalig cursusaanbod?

Zo’n onafhankelijk instituut hoeft geen afrekenkamer te zijn die alleen vernietigende onderzoeksrapporten schrijft. De doelstelling moet zijn om, net als de gemeentelijke rekenkamers, bij te dragen aan een transparanter en doelmatiger universitair bestuur. Een bestuur dat vervolgens, net als het Amsterdams college, onderbouwd aangesproken kan worden op gemaakte keuzes.

Deze column verscheen eerder op Folia.