Homo-acceptatie in Nederland: zo akelig laag zijn de percentages

vlag regenboogNederland ziet zichzelf als voorvechter van homorechten. We waren immers het eerste land dat het huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht en op dat wapenfeit gaan we al zeventien jaar prat. Het is voor onze nationale identiteit essentieel dat we hoog staan in internationale rankings over LHBTI-acceptatie. Een recente studie stemt echter somber.

Mediamagnaat Viacom, eigenaar van onder andere MTV, zette het grootste mondiale onderzoek naar LHBTI-acceptatie ooit op. Meer dan 100.000 mensen in 65 landen werden ondervraagd. Het algemene beeld is positief, maar het landenresultaat voor Nederland is zorgwekkend.

In internationaal perspectief lijken we het goed te doen: 56% van de Nederlandse respondenten voelt zich sociaal op het gemak bij mensen die openlijk homo of lesbo zijn, tegenover 41% wereldwijd. We vinden ook vaker dat seksualiteit het gevolg is van biologie (36% tegenover 25%) en we hebben een hoger percentage LHB’ers dat zich geaccepteerd voelt: 21% versus 16%.

Het is natuurlijk fijn om te weten dat we het beter doen dan het wereldwijde gemiddelde, maar losstaand zijn de percentages akelig laag. Bovendien laten de cijfers voor Nederland ook achteruitgang zien. In de survey werd de vraag gesteld of je gevoelens richting LHBTI-mensen zijn veranderd in de afgelopen vijf jaar, een vraag die ook in de editie van 2016 werd gesteld.

Bron Viacom, homo-acceptatie1

Bron: Viacom

Het aantal mensen dat veel minder positief over LHBTI’ers is gaan denken is sterk gestegen: in 2016 was dat 5%, nu is het maar liefst 12. Een beetje minder positief steeg ook: van 3 naar 9%. Evenzo daalden de percentages van respondenten die aangeven een beetje meer en veel meer positief te zijn gaan denken. Voor de overige respondenten die in de grafiek niet vertegenwoordigd zijn (51% in 2016 en 47% in 2017) is het gelijk gebleven. Daarnaast zien we een daling van het aantal Nederlandse respondenten dat vindt dat mensenrechten voor iedereen gelden, ongeacht hun gender- of seksuele oriëntatie.

Bron: Viacom

Aan het onderzoek is van alles op te merken. De resultaten worden alleen gefragmenteerd beschreven en er worden geen overzichtelijke landentabellen gepresenteerd. Een uiteenzetting van de methodologie is onvindbaar en we weten daardoor niet eens hoe groot de Nederlandse steekproef was en hoe de respondenten benaderd zijn. Uitspraken over ‘de Nederlandse bevolking’ kunnen dus niet gedaan worden. Het is desalniettemin belangrijk het contrast aan te geven met de recente jubelcijfers van het SCP, die zouden aangeven dat Nederlanders steeds positiever zijn over homoseksualiteit en genderdiversiteit.

Lies, damned lies, and statistics. Met statistiek kun je van alles beweren, zo is het populaire idee. Een belangrijke vraag om te stellen is: kunnen we bepaalde zaken überhaupt wel meten? Elders betoogde ik samen met Sidney Smeets dat de SCP-cijfers schijnacceptatie laten zien: de onderzoekers legden meerdere stellingen voor die helemaal geen positief beeld laten zien en het vergelijkingspunt van 2006 is wel erg lang geleden.

Als we goed willen meten, moeten we eerst goed operationaliseren. Wat verstaan we onder homoacceptatie? Daarnaast is het noodzakelijk te onderzoeken waar de achteruitgang aan te wijten is. Is er sprake van de wet van remmende voorsprong? Of worden we daadwerkelijk conservatiever en homo- en transfober? En vervolgens zullen we – als we het goed willen doen in internationale lijstjes – beleid moeten voeren dat die ontwikkelingen tegengaat.

We kunnen niet van overheidswege afdwingen dat hetero’s en cisgenders ineens LHBTI’ers als volkomen gelijkwaardig en geenszins anders meer zullen zien, maar politici kunnen wel het goede voorbeeld geven. Niet alleen met mooie praatjes die we ongetwijfeld de komende maand gaan horen tijdens de AIDS 2018 Conferentie en Amsterdam Pride, maar het hele jaar door. Zolang onze rechtsstaat achterstelling van LHBTI’ers billijkt en bevordert – denk aan de uitsluiting van homomannen bij bloeddonatie of het ontbreken van een wettelijk verbod op discriminatie van trans- en intersekse personen – hoeven we van burgers ook weinig te verwachten.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.