Hoe de noodkreet van sekswerkers tegen hen wordt gebruikt

benen boeien lakHet gaat niet goed op de Amsterdamse Wallen. Het beroemdste deel van de stad was ooit een welkom seksueel toevluchtsoord. De haven was dé plek waar prostituees hun klanten vonden. Later werden de urinoirs berucht als cruisingplekken voor homomannen. Net als vergelijkbare buurten in andere grote steden, vormen de Wallen samen met de Zeedijk en Warmoesstraat een redelijk afgebakend gebied waar seksuele minderheden traditioneel de strijd aangaan met de zedenpolitie. In Amsterdam is dat nu anders. De nieuwe vijand lijkt de massatoerist.

In de jaren 50 kwam de leersubcultuur in Amsterdam op en vond zij in de Warmoesstraat haar plek. Nu voelen leernichten zich er niet meer thuis, vanwege de vele toeristen die hen en hun winkels belachelijk maken. De bekende fetisj-shop Mister B. kondigde daarom in juli aan te gaan verhuizen.

Ook de raamwerkers hebben last van de toeristen. Die kijken wel, maar kopen niet. En hoe meer de toeristen kijken, hoe minder klanten de raamwerkers trekken (pun intended). Al jaren klagen de sekswerkers van de Wallen over teruglopende inkomsten.

Hoewel de meeste grote steden dus seksuele zones als de Wallen kennen, zijn onze problemen met toeristen uniek. Schuldige is falend gemeentebeleid. ‘Project 1012’ is de naam van de opschoning van de Wallen, geïnitieerd door toenmalig wethouder Lodewijk Asscher. Onder het mom van het tegengaan van mensenhandel en misstanden, moest het oudste stukje stad opgewaardeerd worden. Gentrificatie dus, met als doel ‘betere’ toeristen binnen te halen, het soort dat graag musea bezoekt en veel geld uit te geven heeft.

Project 1012 heeft deerlijk gefaald. Voor die mislukking werd voortdurend gewaarschuwd door betrokkenen en het was onlangs het oordeel van de Amsterdamse Rekenkamer. De gemeente sloot meer dan honderd ramen, maar wist geen grip te krijgen op criminelen en de economische opwaardering bleef uit. Niet gek, want bezoekers komen nu eenmaal niet voor goede koffie en lekkere chocola naar het Red Light District. Dankzij de sluiting van de ramen werd het drukker in het deel waar nog wel dames zijn. Als je de Efteling de helft kleiner maakt, wordt het ook een stuk voller.

De vergelijking met pretpark of dierentuin wordt veelvuldig gemaakt. Zet er dan ook maar toegangspoortjes omheen, betoogde publicist Elma Drayer deze week op Radio 1. Ze verklapt in de uitzending ook haar eigenlijke agenda. Het liefst zou ze de raamprostitutie gewoon verbieden. ‘Menselijk vlees dat uitgestald wordt’, ‘een slavenmarkt’ zijn de woorden die ze gebruikt.

Drayer staat daarin niet alleen. Het was ook het frame dat Asscher gebruikte om zijn prestigeproject erdoorheen te drukken. ‘Sekspark’ en ‘het ergste werk’, schreef Trouw dinsdag in twee artikelen die nota bene gaan over het gebrek aan klanten voor de sekswerkers (en zonder klanten is er geen werk). Het zal niet verbazen dat Trouw vooral sprak met Scharlaken Koord, een Christelijke organisatie gericht op het bestrijden van prostitutie. Sekswerkers zelf komen niet aan het woord.

Dat gebeurt wel in recent onderzoek van belangenvereniging Proud en Soa Aids Nederland. Sekswerkers interviewden 300 collega’s over veiligheid. De positie van sekswerkers is precair, en daarom denken klanten dat ze weg kunnen komen met diefstal en menen politie en huisbazen dat ze vrijelijk impertinente vragen kunnen stellen. In het rapport wordt herhaaldelijk melding gemaakt van stigma. Dat leidt tot geweld: 97% van de Nederlandse sekswerkers had daar in het afgelopen jaar mee te maken. Stigma zorgt ervoor dat 79% van de sekswerkers geen aangifte deed, uit angst voor discriminatie, juridische stappen, privacyschending en woninguitzetting.

De stukken in Trouw staan bol van stigma. ‘Je als een dier bekeken en behandeld voelen, wat doet dat met je ziel?’ vraagt de journalist zich af. Het is een zin waarin sekswerkers driemaal ontmenselijkt worden. Het gaat hier allang niet meer alleen over de manier waarop toeristen sekswerkers zien. Het zijn de tegenstanders van prostitutie die mensen uit de sector reduceren tot willoze wezens, slachtoffers die per definitie uitgebuit worden. Deze tegenstanders kiezen bewust voor stigmatiserende woorden, die erop gericht zijn om te voorkomen dat sekswerk ooit als zodanig erkend wordt.

Zulke woorden staan, ogenschijnlijk paradoxaal, direct in verband met de overlast die raamwerkers ervaren op de Wallen. Hetzelfde stigma is namelijk verantwoordelijk voor het onbehoorlijke gedrag van toeristen. Net als Elma Drayer en Trouw zien zij geen handelingsbekwame personen achter de ramen, maar stukken vlees. Die kan je bespugen, die kan je uitlachen, die je kan fotograferen tegen hun wil in.

Rosse buurten zijn ontstaan omdat seksueel gemarginaliseerden elkaar opzochten om aan alledaags stigma te ontkomen. In Amsterdam is het nu juist de plek waar zij met stigma bekogeld worden. Wellicht lukt het de zedenpredikers om onder het mom van bestrijding van massatoerisme die plek volledig kapot te maken. Weet wel dat zij niks geven om het lot van sekswerkers. Die verdrijving zal sekswerkers immers alleen maar kwetsbaarder maken, voor stigma en dus voor geweld.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.