Het sputttercircus

schuldHet academisch jaar is nog niet eens begonnen en we worden al geconfronteerd met de ellende die we deze zomer zo hard probeerden te vergeten. Op de voorpagina van Trouw stond woensdag confronterend: ‘Beloftes leenstelsel niet ingelost’. Verrassing! Dat zagen we to-taal niet aankomen.

Voor de eerstejaars die toen nog geen nieuws volgden omdat ze gewoon 15-zeur-niet-zo waren: echt iedereen en zijn moeder voorspelde bij de invoering in 2015 dat het leenstelsel niet zou doen wat het beloofde. Die belofte was: we pakken de basisbeurs af, maar jullie krijgen dat geld terug. Niet letterlijk, maar in de vorm van beter onderwijs. En het is echt Veel Geld. Laten we zeggen: een miljard. Een miljard extra voor het hoger onderwijs, een dikke pot met geld om het leed verzachten.

Zei ik leed? Ik bedoelde vreugd. Het leenstelsel, zo werd ons voorgehouden, is veel rechtvaardiger, het is veel eerlijker dan alle studenten zomaar gratis geld geven. Er werd geschermd met bakkers die niet zouden moeten betalen voor de bankierszoon – terwijl het eigenlijk natuurlijk andersom was. De bankiers vinden het niks dat bakkerszonen ook mogen studeren.

Alle organisaties die betrokken zijn bij studentenzaken protesteerden en waarschuwden voor de onvermijdelijke consequenties, een beetje precies exact de negatieve gevolgen die Trouw nu optekent. Allereerst was dat miljard natuurlijk geen miljard. Het wordt ook pas in 2026 overgemaakt, wanneer de studenten die in 2016 geen basisbeurs meer kregen al lang en breed zijn terugverhuisd naar de provincie omdat ze in de stad geen huis konden kopen vanwege hun studieschuld.

Verantwoordelijk minister Bussemaker had bedacht dat universiteiten het geld zouden voorschieten. Dan konden ze direct gaan voorinvesteren in al dat betere onderwijs. Dat deden ze niet, oordeelde de Rekenkamer begin dit jaar. De voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond deed alsof hij verbijsterd reageerde, terwijl hij eigenlijk vooral boos was dat dit voorziene oordeel drie jaar op zich had laten wachten.

Daarnaast was het volkomen voorspelbaar dat het leenstelsel kinderen van ouders met een laag inkomen zou afschrikken. Dat blijkt ook zo: zij gaan nu minder vaak studeren. Een lening klinkt net iets zachter dan een schuld, maar dat is natuurlijk gewoon wat het is: schuld. Als je pa het kan lijen, is €30.000 een lening die te overzien is. Anders is het een blok aan je been.

Dit allemaal opschrijven en er boos over zijn is even zinloos als in 2015. Het kan Den Haag niks schelen. Het leenstelsel was altijd al niets meer dan een ordinaire bezuinigingsmaatregel. Die is er allang door, en gedane zaken nemen nou eenmaal geen keer. Bovendien wisten en weten bestuurders best dat wij van het onderwijs eerst sputteren en dan overgaan tot de orde van de dag.

Die begint volgende week weer. De docenten dompelen zich opnieuw onder in de onverminderde werkdruk. De managers zetten hun pogingen financieel het hoofd boven water te houden voort. En de nieuwe en oude studenten halen gewoon hun punten. Hopelijk bijten ze wat zich af met een demonstratie of bezetting, want dat geeft hoop. Maar uiteindelijk pikken we het gewoon. We make do, al jaren.

Volgende week begint het circus weer van vooraf aan. En het ergste is: ik heb er zin in.

Deze column verscheen eerder op Folia.