Intensieve studentenhouderij

pinguin zweepDe benaming was nogal onaangenaam, maar akelig accuraat: ‘intensieve studentenhouderij.’ Waar studenten in de jaren negentig nog lieflijke biggetjes waren die vrij mochten wroeten in de modder, worden studenten van nu uiterst efficiënt klaargestoomd voor de slachtbank.

‘Studeerbaarheid’ heeft ervoor gezorgd dat alles gericht is op doorstromen, met als gevolg kwaliteitsverlaging en stress voor student en docent. Vlees uit de bio-industrie is niet vies, maar het is zeker ook niet lekker.

De benaming is van Eelco Runia, een voormalig universitair docent die er helemaal klaar mee is, net als veel van zijn collega’s. In NRC schreef hij deze week een open brief waarin hij veranderingen in het systeem hekelt. Hij schetst een ogenschijnlijke paradox tussen ‘studeerbare, studentgecentreerde opleidingen’ en de overbelasting waar studenten onder lijden.

Toetsjes en opdrachtjes
Dat komt, zo schrijft Runia aan studenten, omdat de universiteit niet begaan is met jullie opleiding, maar met output. Zodra jullie het eerste collegegeld hebben betaald, draait alles om het binnenhalen van de vergoeding die instellingen krijgen per afgestudeerde student. Om te zorgen dat zoveel mogelijk studenten zo snel mogelijk klaar zijn, wordt niets aan het toeval overgelaten. Runia: ‘Jullie hebben het zwaar omdat jullie voortdurend achter de vodden gezeten worden met toetsjes en opdrachtjes die moeten voorkomen dat jullie afhaken.’

Hij heeft helemaal gelijk. Ik geef momenteel een eerstejaarscursus die bedoeld is als selectievak – het kaf van het koren scheiden voor het productieproces echt begint. Het staat dan ook bekend als pittig, maar dat is niet omdat het niveau ondoenlijk is. Studenten worden op de proef gesteld met twee verplichte werkgroepen en een hoorcollege per week, zelfstudie die gemeten wordt met een oneindig aantal opdrachten, en meerdere essays en een tentamen om tot een cijfer te komen.

Ter vergelijking, mijn eerste vak aan de uni bestond uit een facultatief hoorcollege en een tentamen. Dat was 1995. Ik kwam er pas achter wat een werkgroep was toen ik negen jaar later aan de universiteit ging werken bij een massaopleiding.

Studeerbaarheid betekent ook dat docenten het veel drukker hebben gekregen. Werkgroepen moeten geadministreerd worden en ingericht met activerende onderwijsvormen. Opdrachten moeten nagekeken en van feedback voorzien. Het aantal studenten per docent is dramatisch gestegen, terwijl de rijksbijdrage per student nog spectaculairder daalde. Dat betekent dat iedereen, net als in het basisonderwijs, op zijn laatste benen loopt.

Acties
Er komen acties. Eerst ludiek: college geven in de buitenlucht. Daarna zal er ongetwijfeld iets harders volgen, opnieuw net als in het basisonderwijs. Het klinkt ouderwets, maar een staking blijft een uitstekend middel voor werknemers om hun eisen kracht bij te zetten.

Trouwens, er zijn al mensen die het werk neerleggen. Niet alleen onder de veeverzorgers, maar ook onder de varkens in de flat. Als het niet meer gaat, dan gaat het niet meer. Dankzij het neoliberalisme beschouwen we dat echter niet als politieke daad, maar als individueel falen. We noemen de burn-out een psychische aandoening. Maar het is een laatste redmiddel van het individu, een klein verzet tegen de productiecultuur, een neoliberale staking.

Deze column verscheen eerder op Folia.