De genderstudie bestaat niet

discussie meningenIn tegenstelling tot de jonge garde, ben ik nooit onverdeeld enthousiast feminist geweest. Pas ergens halverwege mijn promotie ging ik mezelf zo noemen, en die identificatie is nooit stabiel geweest.

Het ding is: ik vind niet alle feministen leuk en daarom wil ik niet met iedereen in een club. We zijn ook helemaal geen club: er is geen centraal gezag en geen ALV.

‘Het’ feminisme bestaat niet, zo betoogde ik onlangs in een stuk naar aanleiding van mijn boek Dolle Mythes waarin ik hetzelfde punt maak. Dat het feminisme niet bestaat, maakt voor de buitenwereld niet uit. Regelmatig zijn er anonieme en niet-zo-anonieme twitteraars die mij aanspreken op iets wat een feminist ergens in de wereld heeft gezegd.

Toen vorige week drie academici bekend maakten dat ze een stunt hadden geleverd die aantoonde dat delen van de geesteswetenschap kapot zijn, werd ik daarvoor tot de orde geroepen. Academic grievance studies and the corruption of scholarship is de titel van hun exposé, en als je het nog niet bekeken hebt moet je dat zeker doen voor je verder leest.

De nagel aan de doodskist van de wetenschap
Natuurlijk schrok ik toen ik las dat mijn vakgebied ontmaskerd was als de nagel aan de doodskist van de wetenschap. Toen ik vervolgens zag wat de zelfbenoemde vrijdenkers exact hadden gedaan en wat hun resultaten waren, kon ik gewoon weer adem halen. De kritiek op het project is op diverse plekken (zoals hier en hier) uitstekend verwoord, dus ik hoef dat niet te herhalen.

Twee cruciale punten daaruit: de ‘onderzoekers’ Pluckrose, Lindsay en Boghossian vinden het een indicatie van corrupte wetenschap dat reviewers tips voor verbetering gaven aan geweigerde papers, een doodnormale praktijk; en een deel van de geaccepteerde namaakpapers is gebaseerd op verzonnen data, iets dat met peer review nauwelijks op te sporen is, zo leren fraudezaken uit diverse wetenschapsgebieden ons.

Het punt dat ik wil opwerpen is dat genderstudies, gelijk ‘het’ feminisme, geen homogene club is. Net als in ieder vakgebied zijn er richtingen en stromingen, zijn er onderzoekers die elkaar op conferenties verbaal in de haren vliegen, zijn er stammenstrijden en scholen. Die verschillen zijn misschien nog wel groter dan binnen conventionele disciplines. Zo ben ik zelf sociaalwetenschapper in hart en nieren, en knipper ik vaak met mijn ogen als ik mijn collega’s in Utrecht hoor, waar genderstudies is ondergebracht bij geesteswetenschap. We spreken niet dezelfde taal (het woord methode betekent bijvoorbeeld iets anders).

Van sociologie tot scheikunde
Ik heb een aantal jaar het open UvA-keuzevak Introduction to Gender & Sexuality studies gegeven. Daarin doceerde ik studenten uit uiteenlopende vakgebieden, van sociologie tot scheikunde, van Engels tot economie, dat genderstudies een perspectief op de wereld biedt. Er is echter geen vaststaand perspectief dat overgebracht wordt, een ‘zo moet je kijken en niet anders’. Studenten worden in de leerdoelen expliciet aangemoedigd hun eigen mening te vormen.

Daartoe moeten ze auteurs bestuderen die het helemaal niet met elkaar eens zijn. De verschillen tussen Simone de Beauvoir en Betty Friedan zijn intens groot. In de eerste week lezen studenten niet alleen hen, maar ook kritiek van bell hooks op feministen zoals zij. Belangrijke denkers als Adrienne Rich en Judith Butler liggen mijlenver uit elkaar: de een ziet vrouwen als superieur aan mannen, de ander wil af van het dichotome denken rond zowel gender als sekse en zit dus in een heel ander ball park.

Geen gedeelde agenda
Er zijn collega’s die niks op hebben met poststructuralisme en collega’s die kotsen op het positivisme van hun vakgenoten. Dat geldt voor verschillen tussen communicatiewetenschappers en antropologen, maar ook voor onderzoekers binnen genderstudies. Als er al zoiets zou bestaan als een canon, zou die direct bekritiseerd worden. Zoals dat gaat in ieder vakgebied.

In tegenstelling tot wat de grievance studies-club en hun fans beweren, is er geen sprake van een gedeelde agenda, laat staan een politieke. Het gaat ook niet om het uiten van grieven, maar om het theoretiseren van gender. Dat wij met dat gendergedoe de gehele geestes- en sociale wetenschap zouden domineren is al helemaal een farce.

Wat wel echt bestaat is verzet tegen ons bestaansrecht. Zo heeft de Hongaarse regering genderstudies afgeschaft. Dit soort aanvallen moeten we, als gehele academische gemeenschap, afwijzen. En we moeten herkennen waar het de hoax!-roepers om te doen is. Dat is niet het tegengaan van ‘onwetenschappelijkheid’, maar het gericht bestrijden van een onderzoeksveld dat hen onwelgevallig is.

Deze column verscheen eerder op Folia.