Wat is onderzoek?

boek onderzoek boom bank‘If you love research, academia may not be for you,’ schreef Times Higher Education (THE) deze maand. Als weggelopen wetenschapper was ik natuurlijk direct geprikkeld. In mijn werksituatie ben ik immers veel beter af dan mijn uitgeputte, ondergewaardeerde collega’s met een dienstverband. Bij het lezen diende zich echter een prangende kwestie aan: wat is onderzoek eigenlijk?

Het stuk in THE is gebaseerd op Nederlandse data van het Rathenau Instituut. We besteden maar weinig tijd aan onderzoek, zo blijkt. Er is ook geen licht aan het einde van de tunnel: hoe meer senior je bent, hoe minder tijd je hebt voor onderzoek. Promovendi tikken de 70 procent aan, hoogleraren blijven steken op 17. ‘Disheartening’ vindt de redacteur van THE het, en daarom rekent hij voor dat het voor overwerkte academici beter is een baantje te zoeken voor 30 uur in de week, en in de rest van de tijd onderzoek te doen.

Dat sluit redelijk aan bij de boodschap die ik graag verkondig: word zelfstandige, heb meer vrijheid! Maar het urenstaatje van het Rathenau roept vragen op. De respondenten moesten niet alleen aangeven hoeveel tijd ze spendeerden aan onderwijs en onderzoek, maar ook aan onderzoeksbegeleiding, acquisitie, kennisdeling en managementtaken. Hierdoor verdween de heldere scheidslijn tussen onderwijs en onderzoek ineens.

In sommige disciplines lijkt onderzoek doen heel duidelijk afgebakend. Je staat in een lab bijvoorbeeld, of je bent op veldwerk. Maar ook binnen die disciplines wordt er literatuuronderzoek gedaan, gewoon vanachter het bureau. Als ik een literatuurstudie instuur naar een journal, telt het als onderzoeksoutput. Het lezen, beoordelen en wegen van artikelen is echter ook iets dat ik doe als ik een syllabus opstel. Als ik een lezing geef buiten de universiteit, doe ik hetzelfde. Waarom tellen we dat voorwerk niet als onderzoek?

Het schrijven van een beursaanvraag is nadenken over vragen en methoden, in combinatie met literatuurstudie. Het telt niet mee als onderzoeksoutput, maar het zou wel moeten kwalificeren als onderzoek.

Er zijn hoogleraren die nog zelden zelf empirisch bezig zijn en die dat handwerk aan hun promovendi en postdocs overlaten. Hoogleraren besteden volgens het Rathenau twintig procent aan onderzoeksbegeleiding. Waar ligt daar de scheidslijn tussen begeleiden en onderzoek doen? Bij een gemeenschappelijk geschreven artikel is dat volkomen onduidelijk. Dat geldt overigens ook in de lagere regionen: als ik een masterscriptie begeleid die uitmondt in een publicatie, is het moeilijk te traceren waar onderwijs ophield en onderzoek begon.

Als we onderzoeksbegeleiding en acquisitie optellen bij de categorie ‘onderzoek’, komen hoogleraren ineens op 45 procent. Dat is toch een veel rooskleuriger beeld dan THE schetst.

Deze week werd bekend dat het universitair functieordeningssysteem op de schop gaat. De VSNU, NWO, NFU en ZonMw willen af van de nadruk op impactfactoren en willen het onderscheid tussen wetenschappelijk en ondersteunend personeel verkleinen. Zo kunnen bijvoorbeeld research software engineers meer waardering krijgen.

Het is een mooi moment om ook de scheiding tussen onderwijs en onderzoek te herzien. Dat fungeert nu als academisch dinstinctiemiddel: hoe meer onderzoekstijd, hoe hoger het aanzien. Het is een valse tegenstelling, die voor een boel frustratie vanwege miskenning zorgt. Een universiteit is meer dan een bron van inkomen. Het is de plek waar liefde voor onderzoek gedijt, groeit én wordt doorgegeven. Als dat laatste niet past bij je opvatting van onderzoek, heb je er niks te zoeken.

Deze column verscheen eerder op Folia.