Liefde zoeken met datingapps is eigenlijk heel ouderwets

dating appHet woord klinkt ouderwets, maar een Tinder-profiel is een contactadvertentie. Je zoekt contact, biedt jezelf aan ter kennismaking, gooit jezelf in de verkoop. Het ligt voor de hand dat technologische ontwikkelingen ervoor zorgen dat het proces van de ware vinden gemakkelijker verloopt. Hedendaagse dating-apps zijn echter een stap terug.

In traditionele tijden was een huwelijk vooral een economisch contract. Vaak hadden de trouwende jongelui daar weinig over in te brengen. Wie een beetje Game of Thrones heeft gekeken snapt hoe adellijke uithuwelijking een bestendiging van politieke relaties was. Er zijn nog steeds culturen waarin uithuwelijking voorkomt. En hoewel ik tegen dwang ben, en er niet aan moet denken dat mijn vader mijn vriendje voor me uitzoekt, is er best wat te zeggen voor ouderlijke inmenging.

Contactadvertenties zijn bij uitstek een modern verschijnsel, dat wil zeggen: ze horen bij de periode die we moderniteit noemen. In traditionele tijden werd het leven van mensen bepaald door instituties als de kerk en familie. Onder moderniteit moeten we dat zelf doen. Socioloog Anthony Giddens stelt zelfs dat we in de moderniteit geobsedeerd zijn met identiteit. ‘Het ik’ is volgens hem een project geworden en daar zijn we constant mee bezig. Media spelen daarbij een belangrijke rol.

Dat begon al vroeg. In de achttiende eeuw verschenen in kranten de eerste advertenties waarin gezocht werd naar een huwelijkskandidaat. Daar werd nauwelijks over gesproken, want single zijn ging gepaard met flink stigma. Het Instagramaccount Liefde van Toen post Nederlandse advertenties van tussen 1840 en 1940 en laat zien hoe vaak economische afwegingen telden.

Later ontstonden er speciale koppeldiensten, aanvankelijk gericht op het vinden van een huwelijkspartner. Niet de ouders, maar een professionele koppelaar probeerde mensen bij elkaar te brengen.

Met de introductie van nieuwe media namen deze diensten een enorme vlucht. Zo zorgde de komst van de videorecorder voor videoprofielen: de zoekende single profileerde zichzelf in een kort filmpje: ‘Als je ook van piña colada’s houdt maar niet van yoga, dan ben ik je man!’ En toen het internet toegankelijk werd voor particulieren, ontstond vrijwel direct (in 1995) een online dienst: match.com, dat ook nu nog steeds een belangrijke speler is.

Digitalisering vergrootte de doorzoekbaarheid van profielen. Zonder tussenkomst van een persoon kon de zoekende partij eenvoudig filteren: deze lengte, dit opleidingsniveau, een voorkeur voor deze films. Dat leek heel gunstig, maar zulke doorzoekbare kenmerken zijn voor potentiële seks- of liefdespartners minder doorslaggevend dan ‘ervaringskenmerken’: is iemand grappig, ruikt hij lekker, heeft ze uitstraling?

Daarnaast bleef spelen dat veel mensen profielen stiekem alleen op uiterlijk beoordeelden. Bovendien kleefde er nog steeds stigma aan zulke bemiddelingssites. Dat woord – ook al noemde niemand ze zo – impliceert dat je hulp nodig hebt. Hulp waarvoor je ook nog eens betaalt, met geld of met data.

En toen kwam Tinder. Dit is geen online datingsite, maar een app met een ludieke aard. Swipen voelt als een spelletje en een match verschilt niet veel van oogcontact in de kroeg.

Swipen is bovenal een reductie: in plaats van zelf profielen te doorzoeken, schotelt een algoritme je gezichten voor. In de vaart moet je direct beslissen of iemands hoofd je genoeg aanstaat om de bijbehorende persoon te liken of direct in de prullenbak te doen. Profieltekst is er nauwelijks, alles draait om de foto’s. Het bleek zo’n succes dat ook bestaande sites als OKCupid over zijn gegaan op een swipe-model. Laat het lezen maar zitten.

Er is eindeloos veel geschreven over liefde in tijden van Tinder. Het zou de heteroseksuele seksmarkt op zijn kop hebben gezet. Eerder lijkt me dat er net als in de gay seksmarkt sprake is van verplaatsing: een one-night-stand scoor je niet meer in de club (die sowieso aan populariteit inboet), maar via de app. En daar moet je nog steeds met een goede opening komen. ‘Zit je hier al lang’ is het nieuwe ‘kom je hier vaker’. Bij gebrek aan aanknopingspunten blijven daters hangen in ‘hoe was je dag’ en ‘heb je een beetje van je weekend kunnen genieten’.

Contact zoeken is voor hetero’s eigenlijk weinig veranderd sinds de achttiende eeuw. Een oproep of profielfoto moet interesse wekken, en daarna volgt enige correspondentie voordat men tot een fysieke kennismaking overgaat. De inzet is vaker casual sex dan een huwelijk, maar toch zoeken hetero’s elkaar niet op basis van bedvoorkeuren zoals dat wel kan in apps gericht op mannen die seks willen met mannen.

De middelen waarmee je jezelf kunt verkopen waren vroeger beperkt tot tekst, nu tot beeld. Eerst waren er bureaus die je hielpen in je zoektocht, nu zijn er ondoorzichtige algoritmen die je aanbod verkleinen. Het klinkt modern, maar het is eigenlijk ouderwets.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.