Powerpointpaniek

stokpop

Powerpoint is het slechtste dat presentaties is overkomen, hoorde ik ooit in een lezing over Powerpoint-presentaties. Het format nodigt de spreker uit om zijn aantekeningen op slides te zetten, en die vervolgens voor te lezen. Veel beter is beeld gebruiken waarmee je je betoog illustreert. Wijze raad, die nu aan de universiteit niet meer opgevolgd mag worden.

Althans, dat is wat docenten ineens ingeramd wordt. Affiches in de lift, waarschuwingen in nieuwsbrieven, Learning Labs. Iedereen moet gemobiliseerd worden want er komt een ‘audit’ aan. 

Controle

Dit academisch jaar controleert Stichting Pro universiteiten op naleving van het auteursrecht. Concreet betekent dit dat de ‘volledige inhoud van de UvA-vakken in Canvas zal worden beoordeeld’. ‘Controleer je materiaal aan de hand van onderstaande regels en verwijder materiaal waarover je twijfelt onmiddellijk uit Canvas’ staat op de medewerkerssite.

Nu weet iedere docent dat er strenge regels gelden voor de verspreiding van teksten. De paniek gaat over iets nieuws: afbeeldingen in Powerpoints. Terwijl docenten voorheen net als iedereen altijd vrolijk plaatjes van het internet pikten om hun presentaties mee te pimpen, blijkt dit niet te mogen. Of nou ja, dat mag niet zichtbaar zijn op Canvas. De regels, volgens de medewerkerssite:

‘Afbeeldingen mogen voor onderwijsdoeleinden worden gebruikt, mits de bron wordt vermeld. Afbeeldingen voor decoratieve doeleinden vallen onder de auteursrechtwetgeving en mogen niet worden gebruikt, tenzij het om materiaal zonder auteursrecht gaat.’

Boetes

Ik wist dit niet! En heel veel collega’s ook niet. ‘The FMG has provided 3 teacher assistants to help teachers ensure their powerpoints are copyrighted’ lees ik dan ook in een mail. Er zijn cursussen en een Canvas-site. Docenten worden daarin aangeraden de plaatjes uit hun presentaties te halen en text only-pdfjes te uploaden.

Het speelt niet alleen aan de UvA. Ook aan de UU wordt een dringend beroep op mij gedaan om te zorgen dat ‘de informatie die op BlackBoard staat rechtmatig is en er geen ppts met auteursrechtelijk beschermd werk en afbeeldingen achterblijven’ staat in een formele mail met informatie afkomstig van de juridische afdeling. Er wordt expliciet gemeld dat je tijdens colleges zonder problemen beeld kunt tonen, maar dat slides niet op BlackBoard gezet mogen worden. De voorgehouden dreiging is aan beide universiteiten gelijk: we lopen risico op duizenden euro’s boete per geval.

Wat een werk, denk ik, wat een verspilling van een tijd. En dat terwijl we het al zo druk hebben. Waarom pest Stichting Pro het hoger onderwijs?

Onjuistheden

Ik besluit het ze te vragen ik krijg directeur Barry Pijnacker aan de telefoon. Hij vindt het fijn dat ik bel. Er blijkt sprake van een stroom aan onjuistheden. De eerste is makkelijk: het is sinds kort niet Stichting Pro maar Stichting UvO. De anderen zijn verstrekkender. De audit, de boetes, de overgebrachte regels: het klopt allemaal niet.

In presentaties mag je altijd beeld gebruiken en die presentatie mag je ook delen in een elektronische leeromgeving. Daar moet echter wel voor betaald worden. De ronde die de Stichting UvO nu langs universiteiten maakt, draait om vaststellen wat die waarde zou moeten zijn. Het is een inzage – geen controle of audit! – bedoeld om ‘draagvlak te creëren zodat er consensus is over het af te dragen bedrag’.

Er volgen ook geen boetes voor Powerpoints. Sowieso is daar nog nooit een boete voor gegeven. Deze ronde van inzage ‘leidt hooguit tot een heroverweging van het totale bedrag per student,’ zegt Pijnacker. Dat is een landelijke afspraak, en staat dus los van faculteiten. ‘Het te pas en te onpas opleuken van presentaties met Fokke en Sukke heeft niet in alle gevallen iets met het onderwijs te maken’

Ik spreek mijn verbazing uit: dit wordt een heel andere column dan ik had gedacht. Pijnacker legt uit dat de inzage een inventarisatie is, omdat er in 2017 een nieuwe regeling is afgesloten met de VSNU.

Daarin staat trouwens dat bronvermelding moet ‘voor zover redelijkerwijs mogelijk’. Wat de decoratieve plaatjes betreft stelt Pijnacker: ‘Het te pas en te onpas opleuken van presentaties met Fokke en Sukke heeft niet in alle gevallen iets met het onderwijs te maken, maar zo’n plaatje kan wel degelijk relevant zijn voor wat de docent probeert over te brengen’. Daarmee valt het gewoon binnen de regels die gelden voor onderwijsinstellingen. Ik haal opgelucht adem: dan zit ik met mijn visuele presentaties wel goed.

Angst zaaien

‘De communicatie van de regeling bevat nog kinderziekten’ concludeert Pijnacker. Dat lijkt me een understatement. ‘Samen met de universiteiten en de VSNU moeten we werken aan betere communicatie’ voegt hij eraan toe. Dat lijkt me een goed idee.

Ondertussen voel ik me belazerd. Het is nadrukkelijk niet de wetgever of de Stichting UvO die beperkingen opwerpt, het zijn de universiteiten. Zij willen de ‘billijke vergoeding voor het overnemen van gedeelten van auteursrechtelijk beschermde werken ter toelichting van het onderwijs’ zo laag mogelijk houden.

Dat snap ik best, zeker in tijden van bezuinigingen. Maar dat doe je niet door extra kosten te maken (de studentassistenten, de cursussen), door de boel te flessen (stiekem wel in college maar ontraceerbaar voor Stichting UvO) en al helemaal niet door je medewerkers op stang te jagen. Dat doe je door ze correct voor te lichten en dus eerlijk te zijn over je intenties.

Deze column verscheen eerder op Folia.