Team Almere

Studenten van de UvA wonen in Amsterdam, en als ze dat niet doen is dat hun probleem. Dat was zo’n beetje de boodschap die mijn BKO-mentor me meegaf: als docenten gaan we ervan uit dat studenten in de stad wonen. Een lange reistijd is een zelfverkozen hindernis, studenten moeten dus gewoon om 9 uur aanwezig kunnen zijn en hun papers fysiek inleveren.

Die positie is allang niet meer houdbaar. Sinds de invoering van het leenstelsel kan je het studenten niet aanrekenen dat ze thuis blijven wonen. Sowieso is er simpelweg geen plek voor al die mensen: het is niet voor niets dat Folia een dossier ‘kamertekort’ heeft. Het probleem is nog nijpender geworden met de komst van alle internationals. Een deel daarvan was hun eerste weken in onze stad dakloos.

Dit is geen Amsterdams probleem. Het eerste semester onderwees ik internationale studenten aan de UU en die waren allemaal ondergebracht in plekken als Zeist. Voor mij als geboren en getogen Zeisterse een horrorbeeld: he-le-maal in Zeist! De studenten zelf leken het niet erg te vinden. Als je uit echte steden in het buitenland komt zijn Nederlandse afstanden een lachertje. Pas na een tijdje inburgeren ontdek je dat het fundamenteel oncool is om in Diemen te wonen, of Amstelveen.

Het bestuur van de UvA vindt dat ook, maar speelt bewust in op die onwetendheid. Het wil 3.000 woningen in Almere laten bouwen, met de nadruk op ‘laten’, want de UvA gaat dat niet zelf doen. Onze eigen afdeling HuisvestingsOntwikkeling (let op de quasi eigentijdse spelling) brengt slechts verschillende partijen bij elkaar, een klus waarvan ik niet wist dat die onder de taken van een universiteit viel.

Die afdeling HuisvestingsOntwikkeling is desalniettemin dermate belangrijk dat er een eigen speciale woordvoerder is, Hans den Boer. Tegen Folia zei hij: ‘Voor internationale studenten, die een heel ander perspectief hebben, is Almere praktisch om de hoek. Bovendien is de verbinding tussen beide steden prima.’

Dat kan Den Boer wel zeggen, maar verbinding is ook maar een kwestie van perspectief. Als je als inwoner van Almere ook gewoon op donderdag wil borrelen met je medestudenten moet je of om half 1 naar huis, of tot half 6 wachten. In dat citaat staat bovendien simpelweg dat HuisvestingsOntwikkeling buitenlandse studenten die niet weten hoe Nederland in elkaar zit, af wil schepen naar de regio. Een regio waar vervolgens ook nog eens geen voorzieningen zijn.

De UvA is namelijk niet van plan haar studenten in Almere iets aan te bieden naast woonruimte. De gemeenteraad aldaar wil dat er ook Almeerse studenten op de UvA-campus gaan wonen, en dat er op die campus ook basisstudentenvoorzieningen komen zoals een UB en ICT-faciliteiten. Hoewel dat natuurlijk totaal vanzelfsprekend zou moeten zijn, is de UvA terughoudend.

Almere wil het liefst een UvA-dependance, maar dat ziet de universiteit al helemaal niet zitten. Ze willen daar immers alleen onwetende studenten lozen. Het is niet de bedoeling Almere op te nemen in het merkimago. Dan komen al die masterstudenten die de marketingafdeling probeert te werven in Leiden, Groningen en Maastricht weer niet.

Nu ben ik zelf niet vies van een beetje regiobashen, maar ik ben columnist en mag dus provoceren. Dat de UvA zo laatdunkend denkt over Almere en er niet mee geassocieerd wil worden is ronduit onbetamelijk. De gemeente Almere heeft dus groot gelijk dat ze de UvA tart en de Amsterdamse kapsones niet pikt. Het is namelijk de UvA die met een probleem zit. Daarom ben ik voor het eerst in mijn leven #teamalmere. Als je er zelf niet dood gevonden wil worden, dump je er ook je studenten niet.

Deze column verscheen eerder op Folia.