Thierry Baudet heeft geen enkel zicht op de problematiek rond abortus

Je knippert even met je ogen en ineens staat abortus weer hoog op de agenda. En niet alleen in de Verenigde Staten waar we sinds de verkiezing van Trump christenfundamentalistische wetgeving zagen aankomen, maar ook in Nederland.

Zelfbeschikking staat weliswaar centraal in seksueel beleid, maar is helemaal niet vanzelfsprekend. Niet in theorie en al helemaal niet in de praktijk, zo laat onderzoek naar bijvoorbeeld tienerzwangerschappen zien. Wat kunnen we daaruit leren voor de toekomst, waarin we misschien weer de barricades op moeten om onze verworven rechten te verdedigen?

Precies een jaar geleden schreef ik hier over anticonceptie. Dat is een kwetsbaar mensenrecht betoogde ik, en we moeten waakzaam zijn. Die vooruitblik bleek terecht: deze week publiceerde Thierry Baudet een essay waarin hij pleit voor een herwaardering van conservatieve gezinswaarden en waarin hij abortus hekelt als ‘het vernietigen van nieuw leven (in de baarmoeder) om te voorkomen dat de vrijheid van het individu verstoord wordt’.

Baudet heeft gelijk als hij zegt dat individuele keuzevrijheid in Nederland hoog in het vaandel staat. Het is het speerpunt van het beleid rond seksuele gezondheid, zo stelt Marianne Cense in het proefschrift dat zij deze maand verdedigde. Onze overheid wil namelijk dat burgers goede keuzes maken en dat ongeplande zwangerschap, soa’s en seksuele grensoverschrijding voorkomen worden. Dit is het kader van waaruit Cense haar onderzoek opzette. Cense is al jaren werkzaam voor Rutgers, het kenniscentrum op gebied van seksualiteit. In haar proefschrift laat ze zien dat keuzevrijheid een problematisch concept is.

Een van de hoofdstukken gaat over tienerzwangerschappen. Ongeveer tweederde van de Nederlandse tienerzwangerschappen wordt afgebroken, maar Cense had moeite voldoende deelnemers te vinden. Dat komt door stigma, schrijft ze. De respondenten die ze wel sprak die een abortus hadden ondergaan, stelden dat zich schaamden en bang waren voor morele oordelen. Dat herken ik: in september schreef ik voor het eerst over mijn ervaring, na lang wikken en wegen of ik dat wel durfde.

Uiteindelijk interviewde Cense 46 vrouwen van verschillende etnische achtergrond die zwanger waren geworden voor hun twintigste. Dertig daarvan hadden het kind gehouden. Cense onderzocht hoe deze 46 vrouwen betekenis gaven aan tienerzwangerschap, moederschap en abortus. Een kwalitatief onderzoek dus, gericht op het achterhalen van beleefde normen.

Een tienerzwangerschap komt niet uit de lucht vallen, maar ontstaat in een bepaalde sociale context. Voor veel van de jongeren uit dit onderzoek was dat er een van problemen: verwaarlozing, mishandeling door ouders of vriendjes, middelengebruik, seksueel misbruik en verlies van contact met familie. Dit kan overigens toe te schrijven zijn aan de manier waarop de respondenten zijn geworven.

Cense onderscheidt drie vertogen waarmee haar respondenten spraken over hun zwangerschap: het vertoog van jong en onwetend zijn, het vertoog van individuele verantwoordelijkheid en falen, en het vertoog van het lot. Tezamen vormen deze manieren van spreken een ‘storyscape’: de naïviteit maakt de respondent minder aansprakelijk, in plaats daarvan voelt zij zich onderworpen aan het lot.

Dit gaat dus in tegen de dominante norm van het liberale individu dat vrije keuzes maakt. Meisjes stonden ook niet alleen in hun beslissing. De opvattingen van familie, culturele gemeenschap en de partner speelden mee in het proces. Bovendien was abortus voor een deel van de meisjes helemaal geen optie, omdat het beëindigen van een zwangerschap ingaat tegen hun culturele en/of religieuze principes. Anderen zagen het houden juist niet als optie, omdat de vader niet in beeld was bijvoorbeeld, of omdat ze te jong waren en nauwelijks voor zichzelf konden zorgen.

Soms werd abortus dus gezien als immoreel, in andere gevallen – als ze het kind niets konden bieden – werd ouderschap juist gezien als immoreel. De belichaamde ervaring van het zwanger zijn bemoeilijkte die positie: sommige respondenten zagen af van een abortus vanwege een gevoelde lichamelijke connectie.

Niets uit de studie van Cense wijst op het beeld dat Baudet oproept van de liberale, zelfbewuste, autonome vrouw die pal staat voor haar onvervreemdbaar, individualistisch mensenrecht op geluk en die daarom haar foetus vermoordt. In plaats daarvan gaat het om kwetsbare meisjes in posities van afhankelijkheid, die worstelen om enige vorm van agency te vinden in een heftige levenservaring.

Thierry Baudet wil de keuzevrijheid van vrouwen en meisjes inperken, al is hij vaag over hoe hij dat precies voor zich ziet. Hij blijkt een voorstander van een sterke natiestaat en van het intomen van onze vermeende seksuele en religieuze bevrijding. Hij is kritisch op verworven vrouwenrechten: de emancipatie heeft ons geen geluk gebracht. Het resultaat is volgens hem demografische krimp, en constant conflict en competitie, met gebroken gezinnen als gevolg.

Het is duidelijk dat Baudet geen enkel zicht heeft op de problematiek rond abortus. Evenmin heeft hij inzicht in de realiteit van alledaagse, multiculturele meisjescultuur. Meisjes die in Nederland opgroeien in streng religieuze gemeenschappen – of die nu christelijk, joods of islamistisch zijn – zijn niet vrij om te kiezen. De keuze voor een abortus wordt bovendien sterk gekleurd door stigma, stigma dat Baudet in zijn essay bitter verdiept.

We hebben nu nog een overheid die verstandig inzet op het versterken van keuzevrijheid. Als we dat loslaten krijgen we niet minder conflict, maar juist meer. Baudet lijkt namelijk geen seconde te hebben nagedacht over het ongewenste deel van ongewenste zwangerschap. Dat is typerend voor de vele paternalisten die hem voorgingen met ongewenste opvattingen over de lichamen van vrouwen: ze zijn niet geïnteresseerd in wat wij vinden, wat wij voelen. Het gevaar voor ons vrouwen is niet dat mensen loszwevende, ongebonden hoog-moderne individuen zijn. Het gevaar is nog steeds dat mannen ons willen ketenen.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.