De cognitieve dissonantie van werken op de universiteit

Als mijn vakken aflopen word ik altijd sentimenteel. Ik hecht me aan studenten en vind het lastig om afscheid te nemen. Ik weet dat ik niet de enige ben. Vele collega’s met me zijn deze weken wee over scheidende wegen. Een fijne emotie, veel beter dan zinloze woede over wat ons werkveld wordt aangedaan.

Hallucinant is het enige woord voor het debat deze week met de minister over haar voornemen bètatechniek te versterken ten koste van alfa, gamma en de geneeskundecollega’s. Terwijl prominente hoogleraren brandbrieven verstuurden en CvB’s alvast aankondigden de plannen niet te gaan uitvoeren, reageerde Van Engelshoven zogenaamd verbaasd op de commotie. Stemmingmakerij, jullie krijgen er geld bij!

WOinActie is alvast begonnen met protesten bedenken. Verstandig. Ondertussen doet de rector van de Universiteit Leiden een radeloze oproep toch vooral het hoofd koel te houden. Het kan toch niet zo zijn dat de minister universiteiten dwingt haar plannen uit te voeren zonder dat de gevolgen ervan duidelijk zijn? Op woensdagmiddag kwam de VSNU met een staatje. Het is echt zo erg als de wanhopige wetenschappers dachten. Betekent dat nou dat de minister loog of dat ze het zelf allemaal niet snapt? En welke van die twee is erger, vroeg hoogleraar Remco Breuker zich af.

Deze week verscheen er op Folia een stuk van mijn oud-promotor Liesbet van Zoonen. Zij schetst snel en scherp wat werken aan de universiteit inhoudt: ‘permanente afwijzing en de afwezigheid van maatschappelijke en beleidsmatige steun’. Ze raadt haar junioren tegenwoordig een academische carrière af – dat is nieuw, want in 2010 ging mijn beslissing de wetenschap te verlaten tegen haar wensen in.

Nu sta ik met één been in de academie en met het andere in de wijde wereld. Ik ben niet gebonden aan voortgangsgesprekken en publicatiequota, maar ik heb wel een onderzoeksaffiliatie en geef nog steeds les. Waarom doen docenten het, vroeg ik me af in mijn sentimentele bui. Ik moest denken aan de Theme Song van het WK Voetbal van een paar jaar geleden, ‘For the love of the game’. Een hallucinante leuze voor de Fifa, een van de meest corrupte organisaties ter wereld.

Het is meer dan liefde voor onderwijs en wetenschap. Docenten doen het, want we kunnen niet anders. Lesgeven gaat in je bloed zitten, ‘wetenschapper’ wordt onderdeel van je identiteit. De universiteit is de aangewezen plek om dat te doen en zijn. Het idee die plek te verlaten is beangstigend. Bovendien is er binnen de poorten de zekerheid van inkomen en van autoriteit. Daarbuiten worden academische statusverschillen en rankings niet erkend. Dat maakt de positie van wetenschappelijk personeel kwetsbaar. Als je baas weet dat je toch niet weggaat, kan hij je eindeloos uitknijpen. Dat is wat het ministerie al jarenlang aan het doen is en het komt er steeds mee weg.

Dit academisch jaar eindigt precies zoals het begon: eind augustus schreef ik hier dat wij van het onderwijs wel sputteren over bezuinigingen maar vervolgens overgaan tot de orde van de dag. Wat dat betreft is het ook net voetbal: we mopperen al jaren over de misstanden van de Fifa (slavernij is echt hoogst ongepast!), maar we verbinden er geen enkele consequentie aan. Daarvoor houden we te veel van het spel. Dus pinken we nog wat traantjes weg over afstuderende engeltjes en dompelen we ons onder in een gedeelde cognitieve dissonantie. Volgend jaar weer?

Deze column verscheen eerder op Folia.