Zorgen over verpreutsing wijzen op het tegendeel

beeld blootDeze zomer ben ik al drie keer geïnterviewd over verpreutsing. Dat zou kunnen komen omdat het komkommertijd is, maar het onderwerp duikt ook op in nieuwsdichtere tijden. Een vlugge blik in krantendatabase Nexis laat een sterke groei zien vanaf 2015. Hier speelt iets.

Hoewel er in onze beeldcultuur nog steeds veel bloot te zien is, zijn er een boel signalen dat we in preutsere tijden leven. Badkledingdagen zijn populair bij sauna’s, naaktzwemmen en –recreëren wordt verboden of in ieder geval afgekeurd, pubers en volwassenen douchen met hun ondergoed aan, topless zonnen zie je nauwelijks meer. Jongeren hebben later voor het eerst seks dan voorheen, ze zijn meer geïnteresseerd in monogamie en vastigheid, koppelen seks sterker aan liefde. Ouders van nu vinden het enger als kinderen doktertje spelen dan ouders dat in de jaren 90 vonden.

De oorzaken van verpreutsing worden op verschillende plekken gezocht. Journalisten zien graag de schuldige in sociale media: mensen zouden niet meer bloot durven zijn omdat anderen dat dan op Instagram zouden zetten. Ik spreek dat altijd tegen. De verpreutsing zette zich al in voor we sociale media hadden, namelijk zo midden jaren 00. Je zou hooguit kunnen stellen dat sociale media het fenomeen versterken.

De tweede favoriete zondebok van journalisten is de islam. Marokkaans-Nederlandse jongens zouden degenen zijn die het douchen-met-kleren hebben ingezet. Maar in islamitische culturen is er vaak een hammam-traditie, die daar haaks op staat. Bovendien snap ik best dat pubers met ontluikende lichamen zich willen onttrekken aan de oordelende blikken van hun leeftijdsgenoten. Daar heeft religie niets mee te maken.

Het is lastig oorzaken te distilleren: de sociale werkelijkheid laat zich niet zo makkelijk vatten. Ik zie verpreutsing eerder als een reactie op een voorgaande periode die vrijer was. In de jaren 90 waren we opener – zo was er bijvoorbeeld elke avond softporno te zien op de commerciële zenders – nu wat meer gesloten. Daarbij is het goed om te bedenken wat we precies onder verpreutsing verstaan. Ik definieer het als verminderde tolerantie voor bloot en seks. Die manifesteert zich in de publieke ruimte. Dat wil zeggen: de stemmen die je hoort – in kranten, op radio en televisie – spreken zich voornamelijk uit tegen bloot en seks.

Halverwege de jaren 00 waren er in verschillende westerse landen grote zorgen over wat seksualisering werd genoemd. Videoclips lagen onder vuur, in Nederland ontstond er een morele paniek rondom breezersletjes en publicisten spraken zich uit in het ‘slow sex manifest’*. Het mocht allemaal wel een tandje minder, was de dominante mening. De roep was dus om minder bloot en seks, waarbij de twee steeds aan elkaar gekoppeld werden. Dat is overigens onterecht (geen kleren aanhebben staat los van seksualiteit), maar die associatie zit er nu ferm in. En dus zijn badkledingdagen populair bij de sauna, etcetera.

* Pamflet uit 2008 van de linkse denktank Waterlog waarin werd uitgehaald naar seksualisering in de media en naar pornografie, en waarin de auteurs pleitten voor ‘een erotisch beschavingsoffensief’.

De dominante stemmen in de media vragen nu om iets anders. Ze spreken zich uit tegen verpreutsing – een term die het beschreven fenomeen per definitie afkeurt. Preuts betekent immers ‘overdreven kuis’. We horen overal oproepen tot free the nipple en minder schaamte. Dat brengt me tot de paradoxale conclusie dat alle zorgen over verpreutsing juist wijzen op het tegendeel. We gaan weer een periode in waarin er meer tolerantie is voor bloot en seks.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.