Rood voor fisting en lichtblauw voor pijpen: signaleer met kleur je seksuele voorkeur

led lightAfgelopen weekend vierde Club Church feestelijk de opening van haar nieuwe darkroom. De gay fetisjclub is een van de weinige plekken in Amsterdam waar je nog kunt cruisen. Anonieme sekspartners vind je immers gemakkelijk via een app. Verdwijnt er daardoor een stukje homocultuur voorgoed?

Ter gelegenheid van het feest was het extra donker op de dansvloer. Bezoekers kregen bij binnenkomst lampjes voor om de vinger, zodat je wat kon bijschijnen en omdat het er vrolijk uitzag. Een vriend merkte op dat er meteen nieuwe codes ontstonden: lampje uit betekent op zoek naar seks. We bedachten dat aan het einde van de nacht er vast een systeem op kleur was ontstaan: rode lampjes voor tops, groen voor bottoms, wit voor versatiles*.

* Een top is iemand die penetreert, bottom degene die gepenetreerd wordt. Versatile betekent veelzijdig en wil dus zeggen dat iemand zowel wil toppen als bottomen.

Het idee van zo’n kleursysteem is niet gek. In de jaren 70 gebruikten gays in de VS en Europa gekleurde zakdoeken om hun seksuele voorkeuren duidelijk te maken. Onderdeel van anonieme seks kan zijn dat je zo min mogelijk tegen elkaar zegt. Met een zakdoek of bandana kan je zonder woorden communiceren waar je zin in hebt. Rood voor fisting bijvoorbeeld, geel voor plasseks en lichtblauw voor pijpen. De zakdoek links verwijst naar actieve partij, rechts naar passieve partij.

Deze codes zijn impliciete afspraken. Ze werden vastgelegd door de Amerikaanse schrijver en homoactivist Larry Townsend in zijn The Leatherman’s Handbook II [online volledig toegankelijk], een etiquetteboek uit 1982 voor mannen die geïnteresseerd zijn in leer en BDSM. Dat zijn dus niet per se codes die voor cruising gelden.

De Gouden Eeuw van cruisen was toen volgens socioloog Mattias Duyves al afgelopen. Hij dateert deze van 1869 tot 1969. In Den Haag ontmoetten mannen elkaar bijvoorbeeld in het Haagse Bos, in Utrecht in het Hogelandsepark, in Amsterdam bij de Rozentuin van het Vondelpark. Het cruisen is ouder dan dat: we weten dat er al in de vroege achttiende eeuw werd gecruiset in en om de Utrechtse Domtoren en in de zeventiende eeuw in Amsterdam bij de beurs en de dam.

Socioloog Maartje Bulkens geeft een prachtige definitie van homo-ontmoetingen buitenshuis: ‘de toe-eigening van publieke ruimte door mannen voor niet-heteroseksuele seksueel georiënteerde vrijetijdsactiviteiten’ (p. 25). Vanaf de jaren 50 worden homo’s meer zichtbaar en ontstaat er homo-horeca, die eerst ondergronds was en later meer openlijk het gay karakter uitdrukt. Naast cruiseplekken in de buitenlucht werd en wordt er dus binnen gecruiset: in cafés, sauna’s en clubs zoals de Church.

Zagen we eerst een verschuiving van buiten naar binnen, zo zijn er nu nieuwe ontwikkelingen. Datingapps nemen de plaats in van cruisezones. Ook hier geven mensen hun voorkeuren aan, maar dat gaat veel explicieter dan met kledingstukken. Het is immers geen publieke ruimte en er is geen direct gevaar van homofobe buitenstaanders – al is afspreken via een app nooit zonder risico.

Jonge homo’s kunnen nostalgisch zijn naar cruisecodes uit het verleden, maar vergeten dan te gemakkelijk dat iedere tijd zijn eigen codes heeft. Op Grindr is dat een ingewikkeld systeem van emoji, waar een diamant bijvoorbeeld staat voor betaalde seks. De datingapp heeft zelfs eigen emoji ontwikkeld zodat voorkeuren nadrukkelijker gemaakt kunnen worden.

Het is bovendien niet zo dat alle openbare homo-ontmoetingsplekken zijn verdwenen, of dat verdwenen plekken niet weer opnieuw tot cruisegebied gemaakt kunnen worden. Cultuur is niet statisch, en homocultuur dus ook niet. ‘Ontmoetingsplaatsen voor sodemieters op vrijersvoeten’, zoals Duyves ze heeft genoemd (p. 77), zullen er altijd zijn. Binnen of buiten, voor wie zin heeft.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.