De studieburn-out als voorbereiding op de werkburn-out

geestelijke gezondheidHoewel ik een enorme huilebalk ben, heb ik als student nooit gehuild bij een docent. Er was ook weinig om te huilen: je kreeg langer stufi dan een studie duurde en werkloosheid was iets van vroeger. Nu is het elk blok raak. Studenten staan in tranen naast mijn bureau of in de collegezaal. Dat ligt niet aan mij, zo hoor ik gelukkig van collega’s, het ligt aan de tijd.

Studenten ervaren enorm veel druk. Iedere vertraging kost klauwen met geld. Ieder laag cijfer heeft direct effect op je toelatingskansen voor een vervolgmaster. Studenten zijn voortdurend met elkaar in concurrentie, voor plekken in de bieb, voor plekken in een honourstraject, voor plekken op de arbeidsmarkt.

Vorige week vroeg het ISO aandacht voor studiestress en werkdruk naar aanleiding van eigen onderzoek. Ze luidden de noodklok, er moet echt iets veranderen. Niet alleen pleisters plakken, maar het hele onderwijssysteem aanpakken. Ik geef ze gelijk, want ik zie de stress en druk dagelijks. Die studenten huilen niet bij me uit omdat ik zo’n warm persoon ben.

Maar blijkbaar heb ik het mis. Gezondheidspsycholoog Peter van der Velden zegt in een interview met DUB dat het beeld van de stressstudent onterecht is. In de afgelopen tien jaar is het aantal jongeren dat ‘(ernstige) problemen ondervond met studie en werk vanwege gezondheid of psychische problemen’ gelijk gebleven. Ongeveer een derde voelde zich vaak moe en zo’n negen procent had last van angst- en depressieve gevoelens.

Het zou natuurlijk kunnen dat de stijging zich eerder voordeed, dat studenten al voor 2007 (het eerste meetjaar van Van der Velden) meer gestrest zijn geworden. Het kan ook zijn dat de hedendaagse student gewoon een grotere huilebalk is, die ook als er feitelijk weinig aan de hand is zijn tranen plengt.

Ik zie weinig heil in het vissen naar verklaringen, omdat iedere docent ziet dat er problemen zijn. Ook Van der Velden geeft dat toe in het interview. De vraag is wat we eraan gaan doen. Vanuit mijn perspectief als docent wil ik studenten meegeven dat falen wel een optie is, want het is niet het einde van de wereld. Als je een planning maakt, houd dan rekening met uitloop en tijd om te ontspannen. En vergelijk jezelf met jezelf uit voorgaande jaren, niet met je peers.

Mijn adviezen zijn welgemeend maar waarschijnlijk van weinig effect. Er zit namelijk nog iets in de resultaten van Van der Velde waar we niet om heen kunnen en mogen. De problemen die hij signaleert zitten bij alle jongeren, dus ook bij jongeren die niet studeren. Tussen die twee groepen vindt Van der Velden nauwelijks verschillen.

We leven in een samenleving waarin veel meer aandacht is gekomen voor psychische problemen. Alles wordt gepsychologiseerd en overal is een antwoord op. Documentairemaker Menna Laura Meijer brengt die Nederlandse therapiecultuur prachtig in beeld in Nu verandert er langzaam iets. Voor elke kwaal een coach.

Het kan niet anders dan dat er een zekere begripsinflatie of een lagere acceptatie van ‘psychische gerelateerde klachten’ heeft plaatsgevonden. Dat neemt echter niet weg dat onze samenleving daadwerkelijk doorgedraaid en oververmoeid is. Dat kunnen we aan de universiteit niet veranderen en we kunnen hier niets doen aan alle andere jonge mensen die kampen met problemen.

Wat we wel kunnen doen is de wereld voor ‘onze’ kinders iets rozer maken. ‘We sturen jongeren de arbeidsmarkt op terwijl ze al een burn-out hebben gehad’, zei ISO-voorzitter Kees Gillesse. Dat klinkt erg maar we kunnen het ombuigen tot een voordeel. Een burn-out in het net iets warmere bad van de universiteit als oefening voor de burn-outs die je krijgt als je later groot bent.

Deze column verscheen eerder op Folia.