Stop met voortrekken van winnaars

zwart gat ruimteHet heelal is supervet, het heelal is ontzettend cool. Wanneer media aandacht besteden aan planeten en sterren en zwarte gaten dan is alles altijd fantastisch. Het werk dat de betrokken onderzoekers doen, de visualisaties die zij maken: allemaal waanzinnig gaaf. Astronomie is het soort wetenschap dat van kinderen nerds maakt en dat Matthijs van Nieuwkerk van zijn stoel doet glijden. Logisch dus dat juf Ingrid sterrenkundigen astronomisch voortrekt.

Nederlandse wetenschappers waren betrokken bij de Event Horizon Telescope, het team dat dit jaar schitterde toen het een foto wist te maken van een zwart gat. Voorzitter van de Horizon Telescope Science Council Heino Falcke is hoogleraar in Nijmegen en dus onderdeel van het Nederlands wetenschapssysteem. Toen hij dit jaar een beursaanvraag deed bij NWO kwam hij niet door de eerste ronde.

Dat overkomt vrijwel iedere wetenschapper wel eens: het is niet voor niets dat mensen steen en been klagen over de toekenningspercentages. In de verdeling van onderzoeksgeld treedt er een Mattheüseffect op: succes creëert succes. Waarschijnlijk is Falcke gewend hierop te varen: hij won al eerder de Spinozapremie en die erkenning hielp hem vervolgens om een ERC-grant binnen te slepen en om aan tafel te komen bij belangrijke Amerikanen.

Ik weet dit allemaal omdat Falcke dit vertelde aan de Volkskrant. In plaats van even slikken en gewoon weer doorgaan, liet hij de NWO-afwijzing er niet op zitten. Hij stapte naar de krant, en deed wat mensen op het internet huilie-huilie noemen. Het interview wekte grote verbazing bij collega’s: wat is de nieuwswaarde van iets wat dagelijkse kost is?

Nog gekker werd het toen Falcke’s hartekreet werd opgepikt door D66-Kamerlid Jan Paternotte die er Kamervragen over stelde. Deze week was het absurditeitscircus compleet toen minister Van Engelshoven in reactie op die vragen ineens 200.000 euro tevoorschijn toverde voor de onderzoeksgroep van Falcke. Kwalijk, willekeur, ondermijning van het systeem – allemaal kwalificaties die volkomen terecht zijn voor deze bizarre zet van een minister die het toch al helemaal verkut heeft bij iedereen in onderwijsland.

Extra opmerkelijk is dat het geld niet bedoeld is voor onderzoek, maar voor wetenschapscommunicatie. De twee ton zijn ‘toegekend ter ondersteuning zodat er voldoende aandacht kan zijn voor goede communicatie’.

Maar waarom in hemelsnaam (astronomie-pun intended)? Het zwarte gat is al de ster van de wetenschapsjournalistiek dit jaar. Geen enkel onderzoeksresultaat heeft zoveel media-aandacht gehad als deze foto. Waarom moet deze wetenschappelijke doorbraak nu nog meer in het zonnetje worden gezet? En waarom is het bedrag zo gasreusachtig hoog?

Wetenschapscommunicatie is natuurlijk niet gratis. Dat wordt vaak wel gedacht: organisatoren van debatavonden gaan er vanuit dat het onderdeel is van een positie aan een universiteit. Dat is het niet: medewerkers krijgen uren voor onderwijs, onderzoek en vergaderen, maar niet voor op dinsdagavond spreken bij een studievereniging. Natuurkundige Rolf Hut voert daarom al een tijdje strijd voor het belonen van wetenschapscommunicatie.

Voor 200.000 euro kan je heel wat communiceren. Je kunt er meerdere meerdaagse festivals mee organiseren, waar je al je sprekers en moderatoren en ondersteunende studenten riant kunt belonen met echt geld. Je kunt er honderden schrijfworkshops voor je onderzoekers van betalen (huur mij in!), je kunt er tientallen onderwijspakketten voor laten maken of je kunt er een speelfilm mee financieren. Die zal vast een succes worden, want het heelal is supervet en zwarte gaten zijn megacool.

Wat je er niet mee kunt doen is het vertrouwen van collega’s herstellen. De teleurstelling in wat onze minister zou moeten zijn kan niet groter worden dan die nu is. Wat pas echt waanzinnig gaaf zou zijn, is als Falcke bedankt en het geld doorgeeft aan een noodlijdende discipline die zich niet op zulke constante, warme en kritiekloze publieksaandacht mag verheugen. Iets met geesteswetenschap dus. Helaas is zulke solidariteit meer iets voor utopische sciencefiction dan voor het Nederlands wetenschapssysteem.

Deze column verscheen eerder op Folia.