De UvA heeft de plicht het op te nemen voor studentenkamers

student studeren stressLouche huisbazen zijn een Amsterdamse wetmatigheid. Met je kamer moet je gewoon mazzelen, rechtvaardigheid is geen woord dat samengaat met wonen in de stad. Dat betekent dat je bent overgeleverd aan de grillen van de verhuurder, hoezeer wethouder wonen Laurens Ivens dat ook anders zou willen zien. Zijn goedbedoelde huisvestingsverordening heeft voor studenten desastreuze gevolgen.

Ivens zegt met de nieuwe woonregels Amsterdamse jongeren te willen helpen. In een opiniestuk schrijft hij dat ze bedoeld zijn om ‘kamerverhuur mogelijk te houden, overlast tegen te gaan en de positie van huurders te versterken’. Dat klinkt leuk en aardig, maar het is niet wat de huisvestingsverordening teweegbrengt.

Huisbazen moeten voortaan een speciale vergunning hebben als ze een woning aan meerdere mensen willen verhuren. Om zo’n vergunning te krijgen, moet de woning aan strenge geluidseisen voldoen. Dat betekent dat oude panden verbouwd moeten worden. Daarnaast moet iedere huurder een eigen contract hebben. Dat betekent papierwerk.

Je moet als verhuurder wel heel veel hart voor studenten hebben wil je hieraan beginnen. Het is immers duizend makkelijker om aan expats te verhuren, en je hebt nu goede reden om de studenten die er al zaten eruit te schoppen. Studenten van alle rangen en standen voelen die bui goed hangen en demonstreren: niet alleen de Asva laat van zich horen maar ook de Kamer van Verenigingen.

Hoewel Ivens tegen Het Parool zei dat hij sympathie had voor de protesterende studenten, liet hij zich in Het Financieele Dagblad van een andere kant zien: ‘De afgelopen tijd is de verkamering stormachtig gegroeid. Ik vind het niet zo erg als een paar verhuurders ermee ophouden.’ Om te zorgen dat dit sowieso gaat gebeuren, komt er een quotum op vergunningen per wijk én per gebouw.

Ivens zou er goed aan doen eens te bedenken waarom die verkamering zo stormachtig is gegroeid. Omdat we vroeger bij elkaar in de collegebanken zaten, help ik hem daar graag mee.

Dat komt, beste Laurens, omdat het vinden van zelfstandige woonruimte in Amsterdam kansloos is. Toen wij afstudeerden, vond je redelijk makkelijk een betaalbare huurwoning voor jezelf, zeker als je zo slim was geweest je tijdig in te schrijven. Maar dat zijn nu oma-vertelt-mijmeringen. Ook kopen is onhaalbaar. En dus wonen jonge werkenden allemaal in huizen met kamerconstructies. Anders kunnen ze niet in onze mooie stad blijven en bijdragen aan onze mooie economie.

Nu weet ik best, lieve Laurens, dat jij dit ook wel weet. Wethouder wonen zijn is een lastige klus die inhoudt dat je lastige keuzes moet maken. Gelukkig zetten de oppositiepartijen druk op de ketel en vragen ze uitstel van invoering. De UvA moet zich achter hen scharen. Omdat de universiteit hoort op te komen voor haar studenten, maar ook omdat de regels indirect effect hebben op hoe er onderwijs gegeven wordt.

‘We zijn de Universiteit van Amsterdam’, benadrukte mijn BKO-mentor. We maken geen uitzonderingen voor studenten die ver weg wonen en daarom jammeren dat ze niet op afspraak of tijd kunnen komen. Als studenten van overheidswege massaal moeten uitwijken naar randgemeenten of – nog erger – het ouderlijk huis in verre provincies, kunnen wij als docenten die regels niet meer met goed fatsoen opleggen.

Docenten moeten ervan uit kunnen gaan dat studenten in Amsterdam wonen, tenzij ze dat niet willen en dan is het hun probleem. Bij studeren aan de UvA hoort het recht op grootstedelijke arrogantie, een recht dat de UvA dient te waarborgen.

Deze column verscheen eerder op Folia.