‘Het instellingsplan is een samenraapsel van vaagheden, leugens en gemeenplaatsen’

bla bla bla‘Voor het vak X moesten we een paper schrijven en daarom gaat dit paper over X’. Het is een beruchte eerste zin waar elke student op beducht moet zijn. Zo mag je nooit een opdracht beginnen! Ik kon daarom een lichte gniffel niet onderdrukken toen ik las dat de UvA het belangrijk vindt om een instellingsplan te hebben omdat het moet van de wet.

Die gniffel kwam na de veel hardere lach die aan mij ontsnapte toen het College van Bestuur vorige week verkondigde dat ‘geen enkele student de UvA mag verlaten zonder kennis van data science’. ‘Data science’ – is there any other kind? Het zo’n typisch nieuwerwetse tautologie, net als ‘library learning center’ of ‘adaptive learning’, waarbij degene die de term ooit bedacht even niet nadacht.

Het voorgestelde instellingsplan (pdf) is een samenraapsel van vaagheden, leugens en gemeenplaatsen. Vaag: ‘Wij verbreden de wetenschappelijke kennishorizon van onze samenleving’. Leugen: ‘We geven met ons onderwijs alle studenten een topstart in wetenschap en samenleving’. Gemeenplaats: ‘In het onderwijs ligt het accent op studentsucces.’ Ja, want god stel je toch voor dat je dat niet uitspreekt en dat mensen zouden denken dat falen een optie is!

Daarnaast staat het bol van consultancygewauwel. Kwaliteitsslag, duurzaamheid, rechtvaardigheid, nieuwsgierigheid, respect, maatwerk, AI-ondersteunde cognitieve feedback, voorhoedespeler, evidence informed vernieuwingen, sustainable development goals die zich niet aan disciplinaire grenzen houden, toegankelijkheid, niet meer uitgaan van one size fits all, betrokkenheid – hebt u al bingo? – menselijke maat, leven lang leren, participerende burgers, inclusieve samenlevingen, duurzame welvaart, wederkerigheid, innovatie, employee value proposition en wendbaarheid.

Je vraagt je af of je een academisch beleidsstuk leest of dat je in een reclamespotje voor een bank bent beland.

Het is namelijk niet alleen voor een universiteit een uitdaging om moderne vraagstukken met daadkrachtige ambities tegemoet te treden. Substantiële vernieuwing gaat nergens vanzelf en als samenwerking buiten de huidige grenzen niet gestimuleerd wordt, word je natuurlijk nooit een magneet voor talent en blijf je achter in de transitie van een lineaire naar een circulaire samenleving.

Iedere zichzelf respecterende organisatie heeft tegenwoordig een strategisch planningsinstrument waarin zulke onzinzinnen terugkeren. Of het nu gaat om kernwaarden, ambities of welk ander woord voor langetermijndoelen, zonder plan is een organisatie stuurloos, zo is het idee. Als je je strategiekaarten niet om de zoveel tijd herijkt, wint de concurrentie die wel een consultant had ingehuurd om te helpen bij zo’n document – zegt de consultant die graag ingehuurd wil worden om te helpen bij zo’n document.

De universiteit is geen bedrijf met winstoogmerk. Het instellingsplan van de UvA onderscheidt zich nergens van dat van andere hogeronderwijsinstellingen, waarmee universiteiten gelukkig niet werkelijk concurreren, en zelfs niet van organisaties die in heel andere sectoren opereren. Van kwaliteitsslag tot wendbaarheid, het zijn allemaal loze termen. Je vindt ze ook terug in Houdbaar voor de toekomst, de briljant nietszeggende titel van de strategische agenda van het ministerie zelf.

Waarom dan al die tijd besteden aan het produceren van een generiek document? Nou ja, bestuurders moeten ook wat te doen hebben en communicatiemensen zijn niet voor niets opgeleid. Bovendien kent zo’n plan wel degelijk winnaars en verliezers: als community service learning niet vanzelfsprekend bij jouw afdeling past, kan dat wel eens betekenen dat er straks voor jou minder geld is.

Het instellingsplan van een universiteit is niet commercieel maar uiterst politiek. Daarom moet iedereen officieel de gelegenheid krijgen er een plasje op te doen. Dat kan bijvoorbeeld via ‘rondetafelbijeenkomsten’, ‘lunchsessies’ en ‘informele discussiebijeenkomsten’. Op verschillende manieren hetzelfde zeggen vermoeit blijkbaar nooit.

De relevantie van een instellingsplan ligt in de volgorde van de bla. Getrainde ingewijden ontwaren in deze codetaal de groepen die intern voorgetrokken gaan worden. En dat gaat de universiteit natuurlijk niet noemen in het document dat al zorgvuldig door die toekomstige winnaars is voorbereid, waarin iedere term al is gewikt en gewogen, en waaraan dus weinig wezenlijke wijziging wenselijk is.

Het instellingsplan laat zien waar je als groep, instituut of afdeling in je eigen beleidsdocumenten naartoe moet schrijven, wil je succesvol zijn (AI! AI!! AI!!! schreeuwt dit voorgelegde plan.) Doe je dat niet, weet je jouw club niet aan een holle keutel te verbinden, dan mis je de strategische boot. Gelukkig bespaar je dan wel op vergadertijd.

Deze column verscheen eerder op Folia.