Studenten zien leren is een van de mooiste dingen die er is

Onderwijs

Ogen vol verwachting, benieuwd naar wat gaat gebeuren. Ze zijn niet bang, maar altijd wel een beetje nerveus. Het is ook spannend: een nieuw vak, nieuwe docenten, nieuwe verplichtingen. Daarom besteed ik altijd veel tijd aan het voorstelrondje. Dat zet de toon van de werkgroep, en die hoort plezierig, prettig en vooral veilig te zijn. Niet als in ‘waar je nooit iets onwelgevalligs hoort’, maar veilig als in vertrouwd, een plek waar je fouten durft te maken.

Zelf ben ik wel altijd bang bij aanvang van een nieuw blok. Ik heb vrijwel altijd ochtend voorafgaand dezelfde, terugkerende droom. Ik ben op tijd, maar het lukt me niet om de Powerpoint aan de praat te krijgen. Omdat het toetsenbord ineens niet Qwerty is, omdat de computer niet te navigeren is, omdat er iets anders technisch weigert. En met die technologiefaal, faal ik. De groep wordt onrustig, de tijd dringt. Ik moet het zonder presentatie doen.

Dan blijken mijn aantekeningen ineens ook niet in mijn tas te zitten en is mijn telefoon niet meer leesbaar. Ik stamel om het uit te leggen, maar ik kom niet over het rumoer heen. Ik moet schreeuwen, ik schiet uit mijn slof. Het is de eerste les en ik weet dat dit het hele blok niet meer goed gaat komen. Dan word ik wakker, opgelucht dat het niet echt is, en klaar om gewoon goed te starten.

De universiteit is geen koud instituut van ratio, geen ivoren toren die naast de maatschappij bestaat. Het is een gemeenschap van mensen. Zij gaan relaties met elkaar aan en dat leidt tot gevoelens. Die gaan veel verder dan blijdschap bij een buluitreiking of verdriet bij een onvoldoende.

Lesgeven doe je met emotie: je gebruikt enthousiasme om achterdocht te voorkomen of juist te kweken, humor om paniek weg te nemen of het ijs te breken. Aan het einde van een vak hoop ik bij mijn studenten opluchting, tevredenheid of trots te zien, terwijl ik zelf dan altijd verval in diepe weemoed over het afscheid van mijn ‘kindjes’.

Studenten te zien leren is een van de mooiste dingen die er is en het is de reden waarom ik zo graag lesgeef. Iemand iets leren, wellicht ten overvloede, is niet hetzelfde als indoctrineren. Ik ben niet gevleid als een student mijn kritiek kan reproduceren, ik ben vervoerd als een student zijn eigen weg gaat. Daar stuur je wel in. Een uitstekende manier om dat te doen is met een Oxford Debate, waarin één groep studenten voor en de andere tegen een stelling moeten argumenteren (‘Multiculturalisme is slecht voor vrouwen’). De vanzelfsprekende bereidheid van studenten een standpunt in te nemen dat niet het hunne is, vervult mij met vreugde.

De universiteit is een plek voor bevlogenheid, voor verwondering, voor nieuwsgierigheid. Studenten voelen zich er soms vervreemd of gedeprimeerd, en dat raakt mij dan intens. Vaker zie ik ze verliefd of verlust, op elkaar maar soms ook op de kennis. Ik zie ze blij en boos, zij zien mij geïrriteerd en geanimeerd. De universiteit is heus doordacht, weloverwogen, logisch, maar bovenal wordt de universiteit gedreven door emoties.

Deze column verscheen eerder op Folia.