#Openup: waarom je je psychische problemen beter niet op Instagram deelt

jongen hoofd emoties‘Als het ook maar één iemand helpt, is dit het waard geweest.’ Iedere gast die bij Oprah Winfrey kwam vertellen over een persoonlijk probleem, gaf dit als motivatie om in de talkshow te spreken. Vertel het, openbaar het, déél het, zodat anderen er kracht in kunnen vinden. Deze week moedigt de NPO jongeren aan hun psychische problemen op te biechten. Want stel je toch eens voor dat een nieuwe generatie zich onttrekt aan de confessiecultuur waarin we al tijden leven.

De kick-off was vorige week, met een onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel. Daaruit bleek dat 87 procent van de jonge mensen tussen de 16 en 34 jaar met psychische klachten deze niet delen op sociale media. Dat lijkt me een uitstekend en bemoedigend resultaat. Instagram en Twitter zijn commerciële platforms die ons voortdurend monitoren en onze data verkopen aan andere bedrijven die niet het beste met ons voor hebben. Jongeren doen er goed aan deze algoritmes niet te voeden met hun privésores.

Daar denkt NPO 3FM anders over. Deze hele week is het daar #openup-week. Jongeren moeten hun aandoeningen opbiechten, geen angst-, eet- of posttraumatische stoornis mag onbesproken blijven. Voor de dag ermee, anders zullen hun klachten erger worden, dreigt de website.

Psychologen staan klaar om te bevestigen hoe goed al dat openuppen is, de biecht zal louterend werken. Niet alleen voor degene met de stoornis, maar ook voor het publiek. Want door te praten, doorbreek je het taboe, beloven de initiatiefnemers. Daarnaast is het sowieso goed dat mensen met een geestesziekte eindelijk eens positief gerepresenteerd worden in de media, is de gedachte.

Machtsrelatie

De plicht te biechten zit volgens de Franse filosoof Michel Foucault diep verankerd in onze cultuur. Zo ingebakken zelfs dat we niet meer zien dat er op deze manier macht op ons uitgeoefend wordt. Het ritueel vereist immers dat er iemand is die de biecht aanhoort, die hem ‘voorschrijft en waardeert, en die intervenieert om te oordelen, straffen, vergeven, troosten en verzoenen’. Voor de duidelijkheid: dat is een machtsrelatie.

Foucault schreef dit op in 1978, voordat we Oprah of #openup hadden. Mediawetenschappers pasten deze ideeën gretig toe op de nieuwe televisiecultuur die ontstond in de jaren 80. Gewone én bekende mensen kwamen in talkshows biechten: over het kwaad dat ze hadden gepleegd of waarvan ze juist slachtoffer waren geweest. Geen vorm van misbruik bleef onbesproken, geen trauma onderbelicht. De belofte was steeds dat het taboe doorbroken moest, dat de biecht vrij maakt.

Dapper

Met reality-tv kwam gemediatiseerde confessiecultuur tot wasdom. In het Big Brother-huis was er een ‘dagboekkamer’ waar de deelnemer zijn hart kon luchten. Rechtstreeks in de camera, maar zonder dat de andere deelnemers het hoorden. De confessional zou een vast onderdeel van reality-tv worden: vrijwel alle series hebben momenten waarop een deelnemer in de camera praat – tegen een redacteur die we niet zien – en reflecteert op zijn deelname.

Televisiecultuur was al therapeutisch lang voordat Dr. Phil dagelijks te zien was. Die confessiecultuur is disciplinair: we gaan ons ernaar gedragen. Degenen die biechten worden door het publiek soms verguisd, maar net zo vaak als dapper bestempeld. Ze worden geprezen omdat ze zich bloot durven geven, in een maatschappij die dat voortdurend van ons allemaal vraagt en wat we allemaal geleerd hebben gedwee te doen.

Normbevestigend

Praten over je persoonlijke problemen in de media is eerder ouderwets dan nieuw, en eerder normbevestigend dan taboedoorbrekend. Dat is geen verwijt naar individuen die plaatsnemen op de biechtstoel, maar een uitleg van ons mediasysteem dat zijn geschiedenis graag verhult. Openheid en openhartigheid zijn waarden die al veel langer in ons gestimuleerd worden, zelfs zozeer dat je je – zoals Foucault deed – kunt afvragen of er nog wel sprake is van vrijwilligheid.

Deze week loofde Lisa Bouyeure in haar Volkskrant-column drie vrouwen die momenteel twitteren over hun psychische problemen: Anne Fleur Dekker, Aafke Romeijn en Charlotte Bouwman: ‘Voor de toeschouwer kan het soms wat ongemakkelijk voelen, zo’n intiem kijkje in iemands ingewikkelde brein, maar het is alleen maar aan te moedigen als het ervoor zorgt dat er minder mensen in stilte lijden en er meer begrip komt.’

De belofte van representatie

Dat is de prachtige belofte van populaire cultuur: ‘betere’ representatie leidt tot meer ‘bewustzijn’, en dat bewustzijn zal zich onvermijdelijk vertalen in maatschappelijke verandering. Representatie werkt ’empowerend’, zo hoopt de activist. Andere mensen zullen zich gesterkt voelen door de kwetsbaarheid van een ander; het biedt steun en herkenning; openheid is onderdeel van het herstel en doorbreekt het stigma, etc etc.

Ik neem direct aan dat er mensen zijn die zich gezien voelen als ze horen dat ze niet alleen zijn, al heb je daar geen hashtag op Instagram voor nodig. Ik betwist ook niet dat praten over problemen oplucht of zelfs genezing kan bevorderen, al lijkt me dat aan individuele behandelaars. Als mediawetenschapper is het mijn taak om vraagtekens te plaatsen bij die mooie beloftes.

Alibi voor apathie

We weten helemaal niet wat representaties van gekte en leed opleveren voor emancipatie. We weten wel dat Oprah Winfrey er kneiterrijk mee is geworden, en dat Facebook en Google er nu hun zakken mee vullen. We weten ook dat kijkers een goed gevoel over zichzelf krijgen als ze vanaf de bank meeleven met sociaal drama, of het nu van een talkshow, fictieserie of twitterfeed afkomstig is.

Het functioneert als alibi voor onze verdere apathie. De confessie van een ander creëert zowel superioriteits- als solidariteitsgevoelens. Even retweeten en klaar. Het is heel fijn om vanaf die bank je heel bewust te voelen van het belang van representatie. Het is een ander verhaal om de straat op te gaan omdat de geestelijke gezondheidszorg is gesloopt door opeenvolgende neoliberale kabinetten.

Mediawijsheid

In de #openup-week roept de publieke omroep jongeren op om zichzelf eerst te onderwerpen aan zelf-surveillance, en dan de resultaten daarvan te openbaren. Hun participatie is onbetaald werk in een geautomatiseerde confessiecultuur. Techbedrijven verdienen geld aan de biechtarbeid die we de hele dag voor ze uitvoeren, en deze week dus extra aan het zielenleed van onze jeugd.

Onder het mom van jongeren helpen, werkt NPO 3FM mediawijsheid tegen. De jongeren die hier geen zin hebben, die terecht zeggen dat het hun vrienden en toekomstige werkgevers niets aan gaat, worden tot probleem gemaakt. Dat is niet empowerend of destigmatiserend, maar contraproductief en buitengewoon kwalijk.

Deze column verscheen eerder op Bainwash.