Huidhonger tijdens corona: Temptation Island met jezelf

huidhonger hand robotIn mijn slaap ben ik stout. Zo gebeurt het regelmatig dat ik droomonwetend een sigaret opsteek, omdat ik even vergeten was dat ik daarmee ben gestopt. Droomlinda baalt van de hervatte verslaving, maar de fout is dan al niet meer terug te draaien. Deze dagen droom ik over seksdates. Ook dan weet ik wel dat ik aan onthouding moet doen, maar oeps! Heel even niet opgelet en dus aan het zoenen en het kwaad is al geschied.

Huidhonger is het woord dat op mijn lippen ligt. Ik lijd eraan. Twee weken terug kwam de verpletterende realisatie dat het misschien wel maanden zou kunnen duren voordat iemand me weer zou aanraken. Subiet haalde ik een vriend over om (platonisch) ‘coronabuddy’ te worden, ook wel bekend als ‘iemand die je nog ziet’. Dat wil zeggen: iemand waarmee je geen anderhalve meter afstand houdt omdat je hem vertrouwt en omdat het ondoenlijk is om wekenlang niet te knuffelen.

Het is een prachtig woord dat precies de lading dekt. Ik dacht dat schrijver Alma Mathijsen het had bedacht, maar het blijkt ouder. De eerste melding in krantenarchief Delpher is uit 1984, in een artikel over ‘heilige gekken’, een soort cliniclowns voor reli’s. Zij leerden dat huidhonger een ‘onontdekt nood’ was van vele mensen, namelijk ‘de mismaakten, de gestoorden, de ouderen, de niet-zo-mooien, de eenzamen’. En nu ook van mij.

Deze huidhonger is alleen met gevaar voor eigen leven en dat van anderen te stillen, en dus doe ik het niet. Helaas denkt niet iedereen daar hetzelfde over. Een vriend van mijn coronabuddy vertelt doodleuk dat hij een tinderdate heeft, nota bene met iemand uit brandhaard Brabant. We proberen hem tot op het bot te shamen, maar hij vindt dat het wel kan. Niet iedereen houdt zich de hele tijd aan de regels, nietwaar?

Mensen die seksdates blijven maken tijdens corona zijn als het bijtje uit de allereerste aidsvoorlichtingscampagne. Ze gaan van bloem tot bloem en voor je het weet is een hele struik besmet. En die bij kan blij en beslist zeggen dat jij heus echt de eerste en enige bent met wie ze afspreekt, maar dat weet je natuurlijk helemaal niet. Wat je wel weet is dat deze bij de regels aan haar laars lapt, en dat maakt haar per definitie onbetrouwbaar.

Aan het einde van dat oude voorlichtingsspotje valt de bij dood neer. Het resultaat was een hele generatie die opgroeide met angst voor seks. Bang maken is geen goede manier om slecht gedrag te ontmoedigen. Ook onze shamingaanpak sorteerde nauwelijks effect. Een campagne gestart door een aantal prominenten uit de Amsterdamse gay community pakt het anders op. In filmpjes onder de noemer #NUffNIET spreken ze mensen op een positieve manier aan. De boodschap is simpel: seksdates zijn leuk, anonieme seks is leuk, seksfeestjes zijn leuk, maar op dit moment even niet. Vastepartnerlozen worden aangespoord om hun verantwoordelijkheid te nemen en een tijdje af te zien van fysiek contact.

Die boodschap geldt natuurlijk ook voor hunkerende hetero’s. De Brabodater is niet de enige in mijn omgeving die ik hoorde sputteren. Daarbij was hij nog eerlijk: de verleiding is groot om het stiekem te doen, zoals seksdates wel vaker stiekem gaan. Ik beschouw deze periode daarom als Temptation Island met mezelf, de ultieme singlestest waarin ik me als modelburger moet gedragen. Het enige dat ik hoef te doen, is niet afspreken.

Zo moeilijk is dat trouwens niet, en er zijn tips in overvloed tegen hitsige huidhonger. Je hoeft niet fysiek bij elkaar te zijn om je begeerd te voelen door een ander. Het woord ‘cybersex’ stond voor het eerst in 1993 in de krant, in een advertentie voor computerboeken. CyberSex: An Underground Guide to Electronic Erotica is online gratis te lezen, maar anno 2020 is zo’n instructieboek achterhaald. We hebben eindeloos veel apps waarop je elkaar kunt opwinden met geile berichtjes, vurige foto’s en wulpse voicemessages, al dan niet anoniem. Wat ook helpt, weet ik uit ervaring, is er overdag heel veel aan denken. Dan droom je er ’s nachts vanzelf over.

Deze column verscheen eerder op Folia.