Lesgeven voor de webcam is als acteren in een stomme film

webcam retroEen muur dode koppen. Ik praat, en de levenloze hoofden luisteren. Denk ik. Zeker weet ik het niet, want ze geven geen sjoege. Of misschien ook wel, maar dan zie ik het net niet. Ik heb ‘slechts’ elf cursisten, maar oogcontact is altijd onmogelijk in een videogesprek. Dus ik geef en geef, als een acteur die in de donkere zaal zijn publiek niet ziet en die, dankzij een onzichtbare geluidsdichte wand, hen ook niet hoort.

Onderwijs via de webcam is vermoeiend, zo heeft iedereen inmiddels wel gemerkt. Studenten komen erachter dat twee uur lang naar iemand luisteren op een scherm veel meer concentratie vergt dan twee uur in een collegezaal zitten. Docenten ontdekken dat je nog harder moet presteren.

Een camera registreert alles, dacht ik altijd (en adds ten pounds). Als ik mijn televisieoptredens terugkijk, vallen me inderdaad alle details op (vooral: waarom doe ik zo raar met mijn ogen?). Mensen die mij wel eens ontmoet hebben weten ik dat ik sprekende mimiek heb. Iedereen ziet meteen wat ik van je vind want mijn emoties staan op mijn gezicht geschreven.

Filmacteren is daarom lastig. Nadat ik een aantal cursussen theater bij Crea had gevolgd, leek het me tijd voor een nieuwe uitdaging: acteren voor de camera. Hoewel ik nog steeds verschrikkelijk slecht speel, leerde ik er veel. Je moet de emoties die je uitbeeldt invoelen, niet uiterlijk nadoen. Waar op het toneel je stem en gebaren groots moeten zijn, speel je voor die alleswaarnemende lens klein. Dat is een van de redenen waarom Nederlands televisiedrama vaak zo onverdraaglijk is: de acteurs hebben een klassieke opleiding genoten en zeggen gód-vrrr-domme alsof ze op toneel staan.

Een webcam daarentegen registreert niet maar reduceert. Hij brengt mijn sprekende beeltenis terug tot een vakje van het scherm van de ontvanger. Daar komt bij dat videoverbindingen in 2020 nog bijna net zo lijken te haperen als tijdens msn’en in 2005. Zo is het moeilijk een opgetrokken wenkbrauw te ontcijferen of een glimlach te ontwarren.

En dus speel ik groots. Lesgeven voor de webcam is als spelen voor toneel. Ik maak mijn handgebaren extra wijd en zet mijn gezichtsuitdrukkingen extra aan. Dat maakt iedere sessie veel vermoeiender dan draaien voor een fysiek publiek.

Van alle energie die ik geef komt niets terug. Mijn deelnemers staan immers allemaal op mute, omdat de echo-kakofonie anders ondraaglijk is. Soms denk ik een blik te bespeuren die ik interpreteer als instemming, en dan maakt mijn hart een sprongetje. Wat ik niet zou geven voor een volle hoorcollegezaal met de geruststellende feedback van zacht getik op laptops.

Vriend V. oppert dat video-onderwijs als acteren in een stomme film is. Charlie Chaplin overdreef ook al zijn bewegingen. True, maar hij hoefde niets te zeggen. Bovendien was hij een ster. Op de set genoot hij aanzien, terwijl wij docenten ofwel eenzaam in huis ploeteren ofwel zestien ballen hooghouden in een druk gezin. De acteurs uit het tijdperk van de stomme film werden aanbeden, wij doen ons werk roemloos.

We hoeven ook geen balkonapplaus, we zijn geen helden van zorg. Maar weerklank is welkom, want onderwijs mag nooit eenrichtingsverkeer zijn. Beweeg mee met de docenten. Knik heftig met je hoofd ter aanmoediging, schuddebuik als ze een grapje maken. Waan je Rudolph Valentino of Greta Garbo en spéél alsof het die andere jaren 20 zijn.

Deze column verscheen eerder op Folia.