Het nieuwe normaal is nooit meer iets nieuws

alleen eenzaamSuf, zo kan ik het niet anders omschrijven. Als scifi-fan en popcultuurgeek had ik me de Apocalyps toch echt anders voorgesteld. Nu de crisis al tien (of is het twaalf? Negenentwintig?) weken aanhoudt, de richtlijnen versoepeld worden en we ons lot in het nieuwe normaal mokkend aanvaarden, snak ik naar input. Gewoon iets nieuws.

Het is opmerkelijk hoe snel we wenden aan corona. Een vriendin van me kwam met een noodvlucht terug uit Zuid-Amerika waar ze aan het backpacken was. Dat was dinsdagmiddag 17 maart, de intelligente lockdown bestond nog niet eens twee volle dagen. Toch behandelde ze mij als expert. ‘Hoe doen jullie dat dan met afspreken?’ Geen idee, zei ik, het was er sinds zondagavond nog niet van gekomen.

Mijn sociale cirkel werd een doperwt. Een goede vriend waarmee ik podcasts maak werd mijn platonische coronabuddy, daarnaast zag ik nog twee mensen maar alleen op afstand en aanvankelijk ook alleen buiten. Er was HouseParty, maar al snel herinnerde iedereen zich dat we bellen vervelend vinden.

Langzaam groeide het naar een spruitje: inner circle nu ook binnen (maar zonder gedagzegknuffel), de cirkel daarbuiten buiten. Dat waren de weken dat mijn stappenteller tevreden was over mijn leven, dat ik alle hoeken van onze mooie stad bezocht. Aan zoomborrels deed ik toen allang niet meer, liever achttiende-eeuws flaneren langs de Amstel.

Nu is het broccoli: ik heb bijna al mijn vrienden weer gezien. Toch knaagt er een leegte. We zitten soms met kleine groepjes binnen – drie mensen op bezoek. Daar geniet ik van en ik zie uit naar de verbreiding naar zoveel-als-passen-met-anderhalve-meter-en-mijn-gemoedsrust per 1 juni. Maar aan de andere kant: ik ben die vrienden ook wel een beetje zat. Ze zijn de beste mensen in de wereld, daar niet van, en gezelliger kan bijna niet, maar ik ken ze al.

Mijn hart snakt naar onbekenden. Zelfs zo zeer dat ik deze week een vriend aanzag voor een vreemde – hij had zijn baard laten staan. Normaal leef ik voor Koningsdag en Pride, Feesten van Onbekenden. Dan stroomt mijn huis vol vrienden-van-vrienden-van-vrienden en niets is leuker dan vreemden. Nieuwe mensen leren kennen is nieuwe input. Nieuwe inbreng betekent nieuwe onderwerpen, nieuwe ideeën, nieuwe oogpunten.

Maar al het nieuwe is afgelast. Het nieuwe normaal is nooit meer iets nieuws. Voortaan moeten we het doen met de vrienden die we al hebben. Nooit meer kletsen op terrasjes met onbekenden bij wie je bijkans op schoot zit. Nooit meer beste vrienden worden op een festival met een random persoon omdat je even moest zitten. Nooit meer op straat vage bekenden tegenkomen en er ergens nog eentje doen.

In de anderhalvemetersamenleving is iedereen gekend en alles gepland. Er zijn geen spannende plotwendingen, geen uitdieping van personages en al helemaal geen happy ending. Het enige onverwachte dat er kan gebeuren, is dat je ziek wordt, en dat is ook nou ook weer niet de bedoeling. En zo is de wrede les van deze rampenfilm dat saaiheid een zegening is.

Deze column verscheen eerder op Folia.